Troonafstand

Ephimenco

Nederland is een land van trage rivieren. En wat de reizigers vanaf de zeventiende eeuw opmerkten, was dat niet alleen het water maar ook het vlees en de neurotransmitters traag waren. Sindsdien is er weinig veranderd in het land van de slowmotion. Nog steeds verloopt alles in Nederland uiterst langzaam: onderhandelingen, beslissingen, discussies en parlementaire debatten, bewustwording en zelfs de bediening in restaurants. Gemid deld zijn er negen maanden nodig om evidente verantwoordelijkheden bij rampen bekend te maken, drie jaar om het bestaan van een internationaal spionagenetwerk officieel te erkennen, twaalf jaar om van een corrupte premier af te komen, twintig jaar om vast te stellen dat een horeca-uitbater de veiligheidsregels overtreedt of om een paar honderd kilometers TGV-rails aan te leggen, dertig jaar om het fileprobleem aan te pakken, vijftig om de medeplichtigheid bij de jodendeportaties onder ogen te zien, tachtig jaar om confessionelen naar de oppositiebanken te dirigeren en eeuwen om te constateren dat de monarchie een pernicieus systeem is dat geen plaats heeft in een land dat zich als vooruitstrevend afficheert.
En hoe lang heeft het niet geduurd eer men ging beseffen dat de amoureuze escapades van de kroonprins Nederland in een ongekende crisis zouden doen tuimelen waarbij vergeleken de Greet Hofmans-affaire een peulenschil is? Van eind augustus 1999 tot eind januari 2001: precies achttien maan den. Eerst waren er de kreetjes van domme journalisten: «Máxima is ver-plet-te-rend mooi!» Daarna de jacht op videootjes van feestende Argentijnen, en het fréquinisme van de rioolbladen. Vervolgens joeg men achter de minister-presidentiële bevestiging aan dat er een huwelijk op komst was, een jacht die steevast op een lacherige minister-presidentiële dooddoener botste. Zo werd het cruciale vraagstuk dat de prinselijke libido meetorste altijd in de marge behandeld. Hoe ga je om met de vader van de bruid? Wat zijn de consequenties voor monarchie van het binnenhalen van een schoonvader die medeplichtig is aan de misdaden van een buitengewoon wrede dictatuur? De politieke discussie hieromtrent heeft zich lang beperkt tot een symbolische momentopname: het huwelijk. Alsof de problematiek niet verder reikte dan een etmaal vol ceremoniële festiviteiten. Daarom werden hier en daar kinderlijke voorstellen gedaan. Wel of geen hand, een griepje, niet op het bordes, thuis blijven, in Argentinië trouwen. De nationale schijnheiligheid kreeg hiermee een nieuwe impuls. Handen voor je ogen: als ik hem even niet zie, bestaat assistant-slager Zorreguieta gewoon niet.
Maar na anderhalf jaar en veel omwegen heeft de discussie zijn eindbestemming gevonden. Na de klacht van Maarten Mourik en het ontwaken van de PVDA is het besef doorgedrongen dat een en dezelfde familie met een discutabele moraliteit en veel privileges bezig is een heel land in gijzeling te nemen. Het gaat niet meer om het ceremonieel van een dagje kerk en buffet, maar om de band die Nederland via zijn toekomstige staatshoofd gaat aanleggen met Zuid-Amerikaanse extremisten en in het bijzonder met een man die indirect bloed aan zijn handen heeft. Het gaat erom dat de volgende kroonprins of -prin ses op de schoot van een opa gaat klauteren die van niemand in de Twee de Kamer een hand kreeg. Een man die geen enkele poging heeft ondernomen om publiekelijk afstand te nemen van zijn aandeel in de Videla-horror show en geen begin van spijt heeft betuigd.
Eindelijk dringt het door dat een wereldvreemde koningin die de voeling met haar volk allang kwijt is, de natie niet met een door verliefdheid verblinde kroonprins in gijzeling mag nemen. En daarom komt nu bij opiniemakers en politici het trage besef op gang dat er maar één acceptabele uitweg bestaat voor de kroonprins: definitief afstand nemen van het erfelijk verkregen hoogste openbare ambt om zijn liefde ongehinderd en in de privé-sfeer te mogen beleven.