Reisverslag

Ephimenco


Het is maandag 27 maart en ik rijd terug naar Nederland. Twaalfhonderd kilometers langs Franse dorpen en steden waarover een betrokken hemel vol vuil water zich ontfermt. Hier en daar zijn de sporen nog te zien van de decemberstorm die het eindpunt van het Gallische fin de siècle heeft gemarkeerd: verwoeste bossen, gespleten hout, wonden van wind in de heuvels. Langs de autoroute liggen de benzinestations er als dikke puisten bij. De koffie die uit de automaten sijpelt is niets meer dan een bruine vloeistof zonder smaak, het personeel schikt zich chagrijnig in zijn lot, de toiletten zijn uitzonderlijk vies.


Ik was van plan om gedurende die vier dagen in Frankrijk mijn vader zijn zin te geven. Eindelijk een blik te werpen op het nog lege familiegraf dat hij van zijn spaarcenten heeft gekocht. ‘Genoeg ruimte voor iedereen!’ loopt hij nu al twee jaar te verkondigen. Zal wel. Onze naam is in de grijze steen gebeiteld. Letters, maar nog geen cijfers. Schoorvoetend volgde ik afgelopen zaterdag de instructies, sloeg rechtsaf, bij de rotonde weer linksaf, om bij het volgende kruispunt te moeten vaststellen dat zelfs ik in een Provençaals dorp de weg niet kon vinden. Of hij wist waar het kerkhof lag, vroeg ik de pizzabakker die in zijn aangebrande bestelbus transpireerde. Hij gebaarde met zijn hand. Er viel een klodder bliktomaat op zijn besmeurde hemd. Rechtdoor. De auto strandde tegen een gesloten hek van zwart metaal. Al voor zes uur zetten de doden hun weekeinde in. Opluchting alom.


Dan maar terug naar het land waar ministers op kroketten struikelen. En waar ze hun uit de muur gejatte frituurgoed tot het laatste kwartje terug moeten betalen. Bij Lyon zie ik een vermorzelde Volvo uit Zwitserland van onder een vrachtauto steken. Uit de speakers van de radio bromt de stem van de oud-minister van Cultuur Jack Lang. De ex-oogappel van Mitterrand heeft zich kandidaat gesteld voor het burgemeesterschap van Parijs. Het is bijna negen uur en ik ril. Lijken worden opstandig en bonken tegen de deur van hun kast. Jack Lang beantwoordt met veel metaforen en door en door gebakken lucht de vragen van journalisten van radio France-Inter. Ja, ja, zeker, hij heeft grote plannen voor Parijs. Eerst moet het systeem van rechtse corruptie uit de hoofdstad worden verbannen. De paladijn, de culturele nar van de meest corrupte president die Frankrijk ooit heeft gekend, bonkt nog harder in zijn kast. Rond het middaguur passeren we Nancy. Een hagelbui vervuilt de horizon.


Bij het nieuws van één uur ontploffen de speakers. Premier Jospin heeft zijn regering aangepast en nieuwe ministers benoemd. De redactie van France-Inter schreeuwt haar verbazing uit. Jospin de calvinist, Jospin de integere, Jospin de sobere heeft de oude corrupte garde van het Mitterrand-tijdperk in zijn kabinet opgenomen. Muffe kasten kotsen hun lijken uit. Ex-kroonprins van Machiavelli, oud-premier Laurent Fabius, zit op Financiën. En op Onderwijs? Jack Lang. Drie uur eerder zat nog een kandidaat voor het burgemeesterschap van Parijs heel Frankrijk voor te liegen dat hij, mocht hij gekozen worden, zich voor honderd procent voor de Parijzenaren ging inzetten. Hij loog, bedroog en metaforiseerde erop los terwijl hij al in de regering zat. De arme radiojournalisten werden genaaid waar ze bij stonden. Frankrijk.


Om twee uur steken we de Luxemburgse grens over. Bal gehakt in tomatensaus. In de kofferbak van de auto ligt het pas aangeschafte boek van Coignard en Wickham L’Omerta française (uitgeverij Albin Michel). Een parade van rotte Franse politici die er met vooraanstaande vrouwelijke journalisten op los copuleren (lees hoe Chirac zich als ‘monsieur Nicolas’ voordoet en zijn stem vervormt om een AFP-minnares voor een afspraak aan de lijn te krijgen), zich aan nepotisme schuldig maken, hun buitenechtelijke kinderen op kosten van de belastingbetalers onderhouden en met opinieleiders uit de nationale pers voortdurend in dure restaurants dineren.


Brussel/Bruxelles. Bij France-Inter proberen ze met ontwijkende zinnen een analyse van de jongste politieke omwenteling te geven. Hoeft niet, de Fransen zijn niet zo dom. Ze weten dat na drie jaar illusies Jospin zijn masker heeft afgedaan. Hij riep de boeven terug en ging op het graf van Mitterrand mediteren. Zijn enige doel vanaf nu: president worden in 2002. List, bedrog en oesters.


Om vijf voor zes komen we het Rotterdam van Peper binnen. Er hangt een krokettenlucht boven de stad.