In het hol van de leeuw

Ephimenco


De excuses van de paus voor tweeduizend jaar katholieke misstanden brachten me een bijzonder voorval in herinnering. Het vond plaats vijftien jaar geleden in Utrecht tijdens het fameuze bezoek van de paus aan Nederland. Ik deed verslag van de rellen in die stad waar politie en actievoerders tegen de komst van de kerkleider het met elkaar aan de stok kregen.


Rennend en schrijvend tegelijk belandde ik op een ongelukkig ogenblik in een wegvluchtende groep demonstranten. Aan het einde van de straat dreigde een groep voetbalsupporters van FC Utrecht, zwaaiend met stokken, gewapend met flessen en stenen, ons te vermorzelen. De hooligans roken hun kans. Ze konden niet verkroppen dat hun stad overspoeld werd door Amsterdamse alternatievelingen en hadden daarom besloten een verbond tegen de natuur aan te gaan: als een soort Zwitserse garde uit het Mad Max-tijdperk gingen ze de pauselijke belangen hardhandig behartigen.


De toestand was zorgelijk. Het begon projectielen te regenen. Maar het ergste was dat onze groep geen uitweg meer kon vinden en met deze ontketende vandalen was onderhandelen ondenkbaar. In de nauwe straten liet onze kudde bibberende kalveren zich insluiten in een soort hofje. Lieflijk maar voorral doodlopend. Het slachthuis. Maar plotseling, op deze dag vol heiligschennis, geschiedde een wonder: achter in het hofje ging een deur wijd open en verscheen een engel. Een oudere man die met zijn hand gebaarde dat we naar binnen mochten. Het groepje wierp zich als één man in het krappe huisje. Te krap in ieder geval voor zoveel mensen.


Het surrealistische tafereel dat volgde zal ik nooit vergeten. Met z’n hoevelen waren we wel niet in de te kleine en geordende woonkamer van dit altruïstische bejaarde echtpaar? Een twintigtal minstens. Er stonden punks met authentieke hanenkammen bij, jonge meiden met groen geverfd haar en blauw geschilderde lippen die met trillende vingers een shagje probeerden te draaien. Een van angst puffende en bezwete homoactievoerder had zich op een stoel laten vallen, hij droeg een wit T-shirt met het die dag populaire opschrift: ‘Pijp de Paus’. Opgepropt — dit bonte gezelschap deed denken aan een absurdistische scène uit een Marx Brothers-film.


Toen de angst eindelijk was verdwenen viel er een indrukwekkende stilte in de kamer, waar, instemmend en gedwee, een ouderwetse klok tikte. Er steeg ook Latijns gezang op uit de linkerhoek van de kamer, waar een enorm tv-toestel stond opgesteld. Johannes Paulus II was rechtstreeks op het scherm te volgen, onwetend van de gebeurtenissen die een paar honderd meter van de Jaarbeurs de stad in een slagveld hadden veranderd. Rustig en afstandelijk vierde hij de eucharistie. Het tv-scherm glom in het halfduister van de kamer. Met hun ogen op de beelden gericht leken punks, homo’s en krakers plotseling te zijn versteend. Dat het toestel op de eucharistieviering was afgestemd kon geen toeval zijn: rechts van het tv-scherm hing een imposant kruisbeeld. Magistraal, zwaar, gemaakt van donker bukshout, vormde het kruis een zwarte vlek op het behang. De erop geschroefde Christus was goudkleurig en glom als de beeldbuis. Met een grijns op zijn gezicht, het hoofd rustend op zijn rechterschouder, aanschouwde hij met barmhartigheid al die vreemde kapsels aan zijn voeten.


Het gezelschap was muisstil geworden. De gêne vulde de kamer. Niet wetend waar naar te kijken, durfde niemand het Latijnse gezang te verhinderen. Ik zag hoe de jonge homo onopgemerkt zijn armen voor zijn borst probeerde te kruisen zodat het opschrift van zijn T-shirt onleesbaar werd. Het lukte maar half: het woord ‘Pijp’ was nog zichtbaar. Voor deze antipapisten was duidelijk dat men in het hol van leeuw was beland. En dat roofdier, van dichtbij bekeken, leek verdomd veel op een sint-bernardshond.


Met een oog op het scherm en de hand op de schouder van zijn vrouw mompelde de bejaarde man een paar woorden aan het adres van zijn gasten. De genadeslag: ‘Dit allemaal is de schuld van de politie. Met hun helmen en uniformen maken ze de jongeren agressief.’ Hoe je richtpunten en zekerheden op een middag in Utrecht in de war kunnen worden geschopt.