Het boek, de vriend en de magnetron

Ephimenco


Het leuke van literatuur is dat je tot het uiterste van je verbeelding kunt gaan. Bijna alles is toegestaan, zelfs de transmutatie van doffe drek in blinkende drek. Zie Elementaire deeltjes van Michel Houellebecq. Natuurlijk zijn er enkele grenzen die niet moeten worden overschreden. Céline deed dit met een ongekende felheid vlak vóór en tijdens de bezetting van Frankrijk door de Duitsers. Zijn antisemitisme was sidderend en angstaanjagend. Wie boeken als Bagatelles pour un massacre, Les beaux draps of L’École des cadavres heeft gelezen, rest alleen de conclusie dat Céline aan een soort anti-joods delirium in zijn meest ernstige vorm moet hebben geleden. Je vindt bij deze schrijver regelrechte oproepen tot massamoord. Zelfs de uitstekende biografie van Philippe Almeras (Robert Laffont 1994), Céline entre haines et passion, heeft me regelmatig doen kokhalzen. Voor Céline was ‘een teennagel van een arische dronkenlap evenveel waard als enkele honderden Einsteins’.


Achteraf blijft het moeilijk om de persoon helemaal weg te denken om zijn meesterwerk Voyage au bout de la nuit te beoordelen. En toch zijn de hierboven genoemde pamfletten, hoe walgelijk ook, uiterst nuttig om de persoonlijkheid van de auteur te doorgronden. Ondanks mijn afkeer zou het niet bij me opkomen om op te roepen een werk als Bagatelles te vernietigen. Het verbranden van boeken moeten we overlaten aan de nazi’s en aan Freek de Jonge. Niet dat ik Freek in het geheel met de nazi’s zou willen associëren. Alleen in één opzicht: de nazi’s verbrandden onder andere boeken die door joden waren geschreven en Freek wil het boek van een joodse auteur verbranden. Er is natuurlijk een cruciaal verschil: de nazi’s verbrandden de boeken omdat ze door joden waren geschreven, Freek wil het boek van een jood verbranden omdat die auteur Mulisch heet en niet andersom.


Maar de zaak is nog ingewikkelder. Freek is een jood die het boek van een joodse schrijver wil verbranden omdat het het verhaal behandelt van een jood die antisemitisme propageert. Het joodse personage lijkt op een echte jood, Jules Croiset, die dertien jaar geleden een anonieme dreigbrief aan zijn vriend Freek heeft gestuurd. Freek was in die tijd bezig te protesteren tegen het toneelstuk Het vuil, de stad en de dood van Fassbinder. Omdat je een toneelstuk niet kunt verbranden, wilde Freek Het vuil laten verbieden. Er is een zekere lijn te bespeuren in de driften van de cabaretier. Persoonlijk kan ik me vaak mateloos ergeren aan de standpunten die hij inneemt in zijn krantencolumn. Toch ben ik nooit op het idee gekomen om Het Parool te verbranden. Het zou zonde zijn van al die leuke beurs- en weerberichten.


Mulisch heeft op de niet-anonieme bedreiging van Freek kalmpjes gereageerd. Hij is niet zoals Freek destijds gaan onderduiken, maar heeft gedaan wat in dat soort gevallen moet worden gedaan: zijn schouders opgehaald. Samengevat zei hij dat Hitler zijn zin heeft gekregen. Hij wilde de joden traumatiseren en dat is bij De Jonge, Croiset en hem kennelijk gelukt.


Jules Croiset heb ik in 1987 in Rotterdam even meegemaakt. Ik stond naast hem voor de deur van Het Venster toen hij tegen Het vuil protesteerde. Na vijf minuten had ik hem door. Zijn lyrische gesticulaties, zijn emfatische retoriek en zijn zoektocht naar draaiende tv-camera’s verraadden een aandachtjunk van de bovenste plank. Kijken naar Croiset was even nep als staren naar de SBS-Bus. Toen later Het Journaal melding maakte van zijn ontvoering rende ik naar buiten, plaatste mijn beide handen aan weerskanten van mijn mond en schreeuwde door de hele buurt: ‘Het is nep en geënsceneerd!’ Niemand wou naar me luisteren. En zeker niet de blinde vrienden van Jules.


In feite is Freek ontzettend boos op zichzelf. Hij kan met zijn hoofd wel tegen duizend muren slaan omdat hij niet op tijd heeft ingezien dat zijn vriendenkring niet helemaal deugde. Ook zou hij wel, dertien jaar na dato, al zijn haar uit zijn kop kunnen trekken omdat hij destijds zo naïef is geweest om bij de eerste nepbrief die een nepvriend hem stuurde, te gaan onderduiken.


Niet echt verheffend. Maar Freek is kleinzerig. Hij durft niet met zijn hoofd tegen duizend muren te bonken en al zijn haar uit zijn kop te trekken. Daarom heeft hij ervoor gekozen het boek van Mulisch in zijn magnetron te plaatsen.