Luie journalistiek

Ephimenco

Het lijkt een moderne vorm van communicatie te zijn geworden voor bewindslieden die hun goede bedoelingen aan het volk willen tonen. Niets te verbergen? Internet! Vanochtend klopte ik aan de deur van het ministerie van Binnenlandse Zaken, dat het declaratiegedrag van Bram Peper wereldkundig zou maken. De vuilnisemmers van de site, zoals verwacht, waren nog niet toegankelijk. Waarschijnlijk door een massale verschuiving van aandacht van alles wat Nederland telt aan voyeurs: pendelen tussen de homepage van SBS/De Bus en www.bonnetjes.nl klinkt sjiek. In plaats van de blote kont van mevrouw Troela te aanschouwen vlak voordat ze met een tiental andere zwakbegaafden haar mobiele matras induikt, kan men de maaginhoud en het darmkanaal van een politicus minutieus inspecteren. Zat er in die ministeriële pens wel of niet een malse cordon bleu met sjalotjes de vijfde augustus van de vorige eeuw tussen 18 en 20 uur?


Na twee mislukte pogingen hield ik het voor gezien met de geruststellende gedachte dat ik dit werk beter in deskundige handen kon leggen. Die van journalist Dick Berts, die voor ons de wacht houdt bij de riolen van de parlementaire democratie. Die Berts, een dakloze die zich gespecialiseerd heeft in het kraken van rechtszalen, is in een mum van tijd gepromoveerd tot de gewetensvolle voorhoedevechter van het ingeslapen journaille. Je kunt geen tv aanzetten of kranten openslaan zonder zijn verontwaardigde-pitbull-grijns tegen te komen. In Het Lagerhuis mocht hij zelfs met een deskundige in ontplofbare frisdrank debatteren. Hij krijgt de klappers op zijn hand: waarom zou ik de bonnetjes van minister Peper via een kort geding niet mogen inzien, terwijl wij, het volk, alles tot in de kleinste details aan de belastingdienst moeten verantwoorden? Deze had ik nog niet gehoord: de journalist als substituut van de fiscus.


In de rubriek Mediaweek van Vrij Nederland liet Berts zich toepasselijk vereeuwigen met een vergrootglas in de hand boven op het luik van een vuilcontainer. Sorry dat ik rijkelijk moet citeren uit het werk van een concurrent, maar een dergelijk geval van megalomanie wil ik de lezers van De Groene niet onthouden.


Over zijn titanengevecht met de premier van dit land rapporteert Berts in kleurrijke woorden: ‘Kok probeert me belachelijk te maken. Ik lijd niet aan zeikerigheid zoals Kok beweert. Nu word ik belazerd met een totaaloverzicht van gemaakte onkosten. Staat u nog steeds vierkant achter uw minister, heb ik hem gevraagd? Kok heeft één keer gereageerd. Zelden zo een aflulverhaal gelezen. Kok doet geen flikker. Kok heeft de pik op mij.’


Als Berts beweert dat hij ongerust is over onze democratie wil ik hem op zijn woord geloven. Maar als hij concreter wordt en poneert dat ‘Nederland erger is dan Duitsland’ verlang ik van hem enkele substantiële gegevens. Waar en wanneer werden de koffertjes aan Kok overhandigd om de PvdA heimelijk te financieren, en hoeveel miljoenen aan contant geld zat er in die dingen?


Vindt Barend Biesheuvel dat de Wet Openbaarheid Bestuur niet bedoeld is om vulgaire bonnetjes tentoon te stellen, dan brult Dick Berts: ‘Die man is als de dood dat ik zijn declaraties alsnog ga controleren.’ Simple comme bonjour! Iedere politicus doet het in zijn broek voor de Zorro van de vuilnisbelt. Maar het volk weet wat het aan hem heeft: ‘Op straat toeteren de auto’s me na, portieren gaan open en volslagen onbekende mensen roepen: zet hem op!’


Je kunt hier om gaan grinniken en onze Berts een berg kalmerende middelen willen voorschrijven, maar hiermee wordt de ethiek van de journalist geen goed gedaan. Persoonlijk gruw ik van de patserige methoden van die man. Een onderzoeksjournalist hoort een spoor te volgen, te onderzoeken, te speuren naar bronnen, te zoeken naar getuigen en als het kan te onthullen. Dick Berts doet niets van dit allemaal. Hij beperkt zich tot een vorm van onechte en luie journalistiek: het schrijven van brieven aan ministers en het invullen van formulieren om kortgedingen aan te vragen. Ik heb van hem geen enkel concreet geval gehoord van misstappen door Peper begaan die hij op het spoor zou zijn. Hij gooit gewoon zijn hengel in een grote vijver, gaat zitten en wacht totdat een rechter hapt. De journalist als procedurefreak, als rechtszalenrat. En de vierde macht als advocatenkantoor.