GSM

Ephimenco

Ik vond hem op het muurtje bij de ingang van het metrostation. Hij lag daar in zijn jasje van robijnrood leer. Het was een minuscuul mobieltje, dat gemaakt leek voor vrouwenhanden. Het rode etui voelde verbazingwekkend zacht aan. En warm. Warm? Kon het zo zijn dat het nog geen minuut geleden in een hand had gelegen? Ik bracht het toestel vlak onder mijn neus. Onmiskenbaar vrouwelijk. Het rook naar… Waar had ik deze geur eerder geroken? Vlezige bloemen, muskus, verre kusten, amber, gebruinde huiden. Ik probeerde de code met wat sleutels uit mijn geheugen te breken. Met mijn neus zo dicht dat ik het leer met mijn lippen licht aanraakte. Het smaakte zoet. Een flits van herkenning en mijn hoofd schokte naar achteren. Samsara van Guerlain! Een parfum dat uitsluitend voor fluwelen halzen wordt gemaakt. Vrouwen die Samsara gebruiken zijn altijd bijzondere vrouwen. En als het parfum zich met hun transpiratie vermengt, wordt het onweerstaanbaar. De lichte verzuring die dan optreedt verdubbelt de kracht van de geur en mannenhoofden gaan ervan duizelen. Ik werd gestoord door metroreizigers die het station telefonerend uitliepen. Ik durfde het apparaat niet op het muurtje terug te leggen en wandelde richting Singel.

Het stond nog aan. In het venster kon ik de naam van de aanbieder lezen en zag ik dat de batterij praktisch leeg was. Ik had bijna op de uitknop gedrukt, maar ik dacht plotseling dat ik de gsm, die met een pincode moest zijn beveiligd, nooit meer aan zou kunnen krijgen. Als ik nu in het geheugen naar de opgeslagen nummers ging zoeken, zou ik via een kleine omweg toch de eigenaar kunnen opsporen. Mijn hand beefde van ongeduld. En na een moment rust nog eens. Ik besefte dat niet mijn hand trilde maar het ding. Bij de derde keer ging de trilling over in een melodie. Ik drukte routinematig op de groene afbeelding en plakte het mobieltje tegen mijn oor.

´Hallo, hoort u me? U heeft dus mijn gsm gevonden.ª Ik kon geen woord uitbrengen en liet de woorden in mijn trommelvlies echoën. Het was alsof Samsara in haar stem was doorgedrongen. Een diepe en mysterieuze stem. Uit mijn handpalm sijpelde vocht dat door het robijnrode leer van het etui werd opgenomen. Mijn hoofd duizelde.

Ik stelde haar voor om het toestel terug te brengen of naar haar op te sturen, maar legde vooral de nadruk op het eerste deel van mijn voorstel. Ze raakte hoorbaar in paniek. Haar stem werd er nog schoner van. Nee, vooral niet opsturen: het kon in verkeerde handen vallen. Er waren gegevens en nummers in opgeslagen die… Er volgde een lange stilte. ´Weet u, ik ben getrouwd, begrijpt u me?ª Ik kon haar begrijpen. Onhandig liet ik een stilte tussen ons vallen. Toen ze weer begon te praten was het alsof we een stuk intiemer waren geworden. Haar toestel streelde mijn wang en fluisterde in mijn oor: ´Wilt u hem vernietigen alstublieft?ª Nu werd ik op mijn beurt door paniek bevangen. Vernietigen? Zonder ooit een gezicht op haar stem te hebben gezet. Zonder een naam, zonder een blik. Met een eeuwigheid van spijt als enig perspectief. Ik probeerde haar duidelijk te maken dat ik bereid was mijn tijd op te offeren aan het terugbezorgen van haar eigendom. Waarom zouden we niet ergens in de stad afspreken? Nu bijvoorbeeld. En hoe zou ik haar erkennen? Hoe zag ze eruit? Ze lachte om haar aarzeling te maskeren. Maar ineens zei ze niets meer. De stilte was nu anders, steriel en dodelijk. Ik haalde het toestel van mijn oor en keek naar het venstertje. Een leeg venstertje. Net als de batterij. Zonder verder na te denken slingerde ik het toestel in het water van de Singel. Niet zeker wetend of ik dit allemaal had gedroomd.