Een on-Nederlands drama

Ephimenco


Bram Peper is in zijn eentje een volmaakte Griekse tragedie. Of een Siciliaans sprookje. In ieder geval hebben we voor het eerst in Nederland een on-Nederlands politiek schandaal met een afwijkende afwikkeling. Een minister die tot aftreden wordt gedwongen, dat gebeurt meestal vanwege een beleidskwestie. Hij spreekt een laatste treurig woordje in de doodstille kamer, mijdt iedere vorm van rebellie en terwijl hij achtervolgd wordt door camera’s zien we hem in zijn kantoortje waar hij met tranende ogen dikke pakken papieren in kartonnen dozen propt. Daarna fietst hij weg van het Binnenhof om zich met hangende schouders in zijn rijtjeshuis in Waddinxveen te verschansen. Als hij er dan minstens twaalf maanden op heeft zitten wordt hij benoemd tot burgemeester.


Bij Bram Peper is alles anders en een burgemeesterspost zit er niet meer in. De reden van zijn vertrek is een bijna ondenkbare in de saaie en voorspelbare Nederlandse democratie: misbruik van gemeenschapsgeld. Maar dan ook nog in natura. Het hedonisme tegen het calvinisme, het genot tegen het schuldbesef, het toastje met kaviaar tegen het potje met Calvé-pindakaas. Het geld interesseert Peper geen zier. Het liefst laat hij zijn portefeuille met gemeentelijke creditcard door een knecht in livrei dragen om zijn handen niet vuil te maken. Geld is aards, banaal en ordinair. Geen rekening in Luxemburg dus, maar dure Indische rijsttafels in Jakarta, champagne in Sydney, bourbon in Baltimore en passievruchten in Curaçao.


Aan de zijde van Bram vinden we zijn kwade genius Neelie. Een vrouw van de mondaine salons die hem in de business class van het leven zal introduceren. Wanneer hij haar ontmoet zit hij aan de grond. Een dikke gescheiden sufferd met boerse manieren, lang vet haar en een alcoholprobleem. Ze stuurt hem naar de kapper, de diëtist, de modewinkel en leert hem niet meer dan een glas Veuve Cliquot per avond te drinken in plaats van een fles Bokma per uur. Maar belangrijker nog: ze doet hem geloven dat hij in het land van spruitjes een ongenaakbare bloemkool is. De osmose voltrekt zich. Ze worden een geheel, een eenheid die zich als zodanig in de bladen en op tv afficheert. Bram en Neelie is het Nederlandse antwoord op Bill en Hillary. Samen vliegen ze voortdurend weg van het stukje moeras dat ze verafschuwen. En vanuit de lucht, op grote hoogte, kijken ze hoofdschuddend neer op de kleine mieren beneden.


Ze vergeten even dat Nederland ook het land is van het egalitarisme en de afgunst. In de lucht is er misschien geen maaiveld meer, maar op grondhoogte vriest het zelfs in de lente, en wraak is een maaltijd die koud wordt opgediend. Als de eerste tekenen van zwaar weer op de voorpagina’s worden afgedrukt, lachen ze zich eerst een hoedje: ach Nederland! Heeft hij niet als burgemeester iedere poging tot verzet altijd in de kiem gesmoord? Of die bezeten hoofdcommissaris bijna in het gekkenhuis laten opnemen? Is hij nu niet minister? Hij de macht, zij de netwerken. Maar na de eerste bon-mots, de Blijdorpse schuurmuren en de bloembollen op het menu wordt het Bram duidelijk dat hij opgesloten zit. In een oer-Hollands glazen huis. En die commissie is geen Brinkman: je kunt niet al die mensen tegelijk door een blauwe wagen laten ophalen.


De zaak is misschien verloren, maar Bram en Neelie zullen zich niet door die Hollandse mierenneukers laten slachtofferen. Foetsie. Weg van de ditjes en datjes, de mitsen en maren en de boekhouders. The world is not enough. Nu stapt Fellini uit zijn graf om dit Hollandse drama te surrealiseren. Nederland wordt een klein Italië, Noorwegen het Tunesië van het noorden en Bram een nieuwe Betino. Daar, in zijn Noorse chalet, ontvangt de vluchteling de nationale spruitjespers. Nog één keer vlammen in de sneeuw voor onze padre padrone. Complot! Leugens! Afrekening! Wanneer hij die verfoeide persvliegen vertelt waar ze moeten zoeken om hem wit te wassen, wordt Bram aandoenlijk en pathetisch. Beseft hij niet dat zijn Nederlandse politieke carrière morsdood is? Zelfs een burgemeesterspost in Wijk aan Zee zit er niet meer in. Zijn laatste reddingsboei is weer Neelie. Zij alleen kan hem nog ergens als commissaris binnenloodsen. Bij een groot bedrijf, maar dan wel internationaal. Een vliegmaatschappij bijvoorbeeld.