«er bestaat in principe geen verschil tussen individu en gemeenschap»

«Er bestaat in principe geen tegenstelling tussen individu en gemeenschap»

De Stichting Waterland streeft als onafhankelijke linkse denktank naar een doorbraak in het politieke denken en wil tegenwicht bieden aan luidruchtig rechts. Het instrument daartoe: «sociaal-individualisme». Een gesprek met twee initiatiefnemers.

«Links moet zichzelf heruitvinden. Oude linkse antwoorden op de problemen van vandaag voldoen niet meer. En het halfhartig overnemen van rechtse oplossingen biedt evenmin soelaas. Links is niet alleen de macht kwijt. Ook in het intellectuele debat hangt links in de touwen. Intussen is de Nederlander een ontheemde in zijn eigen land. Hij heeft te lijden van ondoordachte liberaliseringen, hardvochtig beleid en een groot gevoel van onveiligheid. Daar komt bij dat de politieke keuzes van vandaag zware wissels trekken op de toekomst. Hoog tijd dat links de aanval kiest.»

Met deze woorden begint het Waterland-manifest, dat op 11 december in de Volkskrant werd gepubliceerd. Het is de beginselverklaring van de Stichting Waterland, die wil gaan functioneren als onafhankelijke linkse denktank en die streeft naar een doorbraak in het politieke denken. De oprichters willen een tegenwicht bieden aan luidruchtig rechts, aan Wilders, de rechtervleugel van de VVD, de Edmund Burke Stichting en de Fortuynisten, kortom aan iedereen die een hardvochtig economisch liberalisme combineert met een aanval op liberale waarden als individuele keuzevrijheid en tolerantie.

Waterland pleit voor een verzoening van socialisme en liberalisme en kiest daarom voor het begrip «sociaal-individualisme», wat wordt gedefinieerd als «een linkse aanscherping van het sociaal-liberalisme, waarin de idealen van vrijzinnigheid, democratie en solidariteit stuk voor stuk worden geradicaliseerd». Hierbij beroept men zich op de klassieke slogan van Jacques de Kadt: «Socialisme ter wille van het individualisme.» Het gaat hierbij om het combineren van het ideaal van individuele keuzevrijheid met dat van sociale rechtvaardigheid, en de oprichters zijn dan ook van mening dat «stevig-linkse herverdelingsambities» het individualisme niet bedreigen maar juist bevorderen. Hiermee keert men zich tegen het gemeenschapsdenken dat niet alleen bij de nieuwe conservatieven wordt aangetroffen, maar dat ook in de Partij van de Arbeid, GroenLinks en de Socialistische Partij nog dominant is.

In een tijd waarin het debat volledig wordt overheerst door rechtse politici die elkaar overschreeuwen met steeds «hardere» standpunten, de PvdA welhaast onzichtbaar is, GroenLinks en de SP een vrij machteloze indruk maken, en vrijwel de gehele politiek lijkt te vluchten in symbolische daden en grote gebaren is een initiatief om het politieke debat een nieuwe impuls te geven meer dan welkom. Daarom is er alle aanleiding voor een gesprek met twee van de initiatiefnemers van Waterland.

De socioloog Dick Pels (1948) is voor de Groene-lezers geen onbekende. Vorige week nog publiceerde hij in dit weekblad een essay over charisma en bovendien schrijft hij al meer dan een kwart eeuw over linkse politiek. Ruim een jaar geleden publiceerde hij een veel besproken intellectuele biografie van Pim Fortuyn, waarin hij ervoor pleitte diens aanval op het politieke bestel serieus te nemen.

Ellen Walraven (1967) maakt als dramaturg en zakelijk coördinator deel uit van toneelgroep ’t Barre Land. Zij komt dus uit een heel andere hoek. Walraven: «Ik heb dan ook een heel ander vocabulaire dan de rest, dus het is voor mij deels vooral in de collegebanken zitten en snel leren. Wat ik vooral heel sterk miste was een houding die uitgaat van loyaliteit en solidariteit, die meer gericht is op een kwalitatieve dan een kwantitatieve samenleving, die bijvoorbeeld op een andere manier invulling geeft aan sociale cohesie.»

Dick Pels, die begin 2004 in Trouw zijn Progressief Manifest publiceerde, liep al langer rond met de gedachte dat het hoog tijd werd voor een linkse denktank. Op het moment dat hij door Jelle van der Meer werd benaderd om Waterland op te richten, had hij net contact gelegd met een groep jonge, ambitieuze Amsterdamse PvdA’ers, de zogenaamde Carels Groep, die op zoek waren naar intellectuele verdieping. Pels: «Anders dan Niet-Nix van enkele jaren geleden bekommeren zij zich niet alleen om de stijl van politiek bedrijven, maar vooral ook om de inhoud. In dat opzicht willen ze ook meer op Nieuw Links uit de jaren zestig lijken. Nieuw Links heeft natuurlijk een negatieve klank, want dan denkt men meteen aan het beredansje van André van der Louw en het erkennen van de DDR, maar het was meer dan een stijlbeweging, het had wel degelijk intellectuele potentie. En nu is er Nieuw Links voor heel links, dat is wel het verschil. We zijn niet geïnteresseerd in de PvdA!
op zichzelf, dat is alleen maar de grootste partij aan de linkerkant. Dat is ook de functie van zo’n denktank, niet om een nieuwe partij op te richten die het hele linkse spectrum beslaat, maar wel om iets los te maken waar alle linkse partijen naar op zoek zijn.»

Afficheren jullie je uitdrukkelijk als individualistische, linkse beweging; een belangrijke traditie binnen links is van oudsher juist helemaal niet individualistisch maar collectivistisch.

Dick Pels: «Daar zit dus ook de spanning. Het gaat er wat mij betreft om dat we het liberalisme willen redden van rechts. Het gaat niet langer om puur sociaal-economische vraagstukken. De belangrijkste kwesties zijn nu gemengd cultureel-economisch. Het spannende van het idee van het sociaal-individualisme vind ik zelf dat je ouderwetse sociaal-democratische ideeën over de hervorming van het kapitalisme gaat combineren met de vrijzinnige, libertaire traditie van het liberalisme. En dat je het liberalisme ook ziet als een uitdaging op sociaal-economisch terrein. Vandaar ook die uitdrukking in het manifest: het linkse kapitalisme.»

Het begrip socialisme wordt in het manifest bewust vermeden?

Pels: «Ja, maar niet in de zin dat traditioneel socialistische denkbeelden, zoals de hervorming van eigendomsverhoudingen en inkomensverdeling, worden afgewezen. Inkomensverdeling is heel belangrijk, daarom pleiten wij ook voor een scherpe herverdelings ambitie à la Den Uyl. Die willen we combineren met een individualisme dat je eerder zou verwachten bij klassiek rechts en dat uit het klassieke liberalisme stamt. Om die combinatie te maken, dat vind ik wel een interessante paradox.»

Op zich lijkt het praten over etiketten als «liberalisme» of «socialisme» helemaal niet interessant, maar in deze tijden vol verwarring en onzekerheid is er grote behoefte aan een eenduidig en simpel verhaal, aan slogans en symbolen. Denken jullie dat je wat dit betreft met rechts kunt concurreren?

Ellen Walraven: «Er is inderdaad behoefte aan één heel duidelijk verhaal en één heel duidelijk ideaal, en daar gaan we allemaal voor. Wij komen met een veel complexere boodschap, en het is moeilijk daar de plek voor te vinden om dat aan de orde te stellen. Je proeft voortdurend dat mensen zitten te wachten op één woord, één leuze.»

Pels: «De oude idealen hebben allemaal hun zelfkant, hun schaduwzijde. Dat geldt voor de idealen van links én van rechts. Dat betekent dat je bij alle idealen die je van nu af verzint rekening moet houden met de perverse consequenties die ze onvermijdelijk met zich meedragen. Dus als je het over individualisme hebt, ook over sociaal-individualisme, dan moet je door de rechtse kritiek heen, moet je beseffen dat het individualisme deels is doorgeschoten, dat een individualistische maatschappij kan leiden tot ongecontroleerd gedrag, geweld, hufterigheid et cetera. Je moet zo’n ideaal niet alleen maar oppoetsen, maar ook dieper maken, en dat betekent dat je het nooit meer op die idealistische, op die een dimensionale manier kunt aanhangen.»

Dat leidt wel tot veel meer twijfels en onzekerheden dan het verhaal dat rechts probeert te verkopen.

Pels: «Je moet proberen die onzekerheid uit te houden. Ik vind dat zelf een belangrijk element in de politiek. De politiek is in die zin filosofisch geworden: het debat gaat nu over waarheid, over moraal, over fundamenten. Al die filosofische categorieën zijn gepolitiseerd. Daarom is het ook zo leuk voor intellectuelen om nu aan politiek te doen, want vroeger in de klassenstrijd moest je helemaal achteraan beginnen, intellectuelen kwamen er eigenlijk niet aan te pas. Nu is dat anders, en daar zou zo’n denktank ook aan kunnen werken. Om juist te proberen de onzekerheid en de nuance aan te prijzen als politiek programma. Ook in het kader van de integratieproblematiek. Hoe kun je jonge moslims verleiden tot het uithouden van een grotere onzekerheid, die ze in hun leven sowieso al ervaren omdat ze in de spagaat zitten tussen de zware gemeenschap van hun geloofsgenoten en de lichte gemeenschap van bijvoorbeeld hun klasgenoten? Het gaat om het loslaten van grote waarheden en h!
et aannemen van kleinere waarheden, en hoe je mensen daartoe kunt verleiden of aanzetten.»

Veel mensen kunnen niet met die permanente onzekerheid leven. Ze zijn op zoek naar veiligheid, geborgenheid en filosofische zekerheid. Het zijn sterke benen die de permanente twijfel kunnen dragen.

Walraven: «Als je het hebt over leven met onzekerheid, met permanente twijfel, dan is dat iets wat de kunst jou kan leren. Omdat daar de grote vragen van het leven elke keer opnieuw worden gesteld, en als het goed is ook steeds scherper worden gesteld. De oplossingen krijg je niet, maar je wordt er wel in geoefend en je komt wel in aanraking met mensen die ondanks die vragen niet bij de pakken neer gaan zitten. Dat biedt troost, dat mensen elke dag weer opgewassen zijn tegen die vragen en ze steeds preciezer gaan stellen. Niet dat kunst er is voor sociale cohesie, maar er komt wel energie vanaf, een soort levenswil, die je sterkt in het gevoel dat je het verschil kunt maken. Dat voel ik in ieder geval heel sterk. Dat geeft moed. Ik merk in de zalen dat er nog nooit zo’n goed publiek is geweest. Je voelt dat mensen behoefte hebben aan collectiviteit, aan samen delen, aan zingeving – maar waar doe je dat nu nog?»

Pels: «Rechts is nu geïnteresseerd in het soort zekerheden waarin links zich vroeger wentelde. Toen luidde het verwijt van rechts aan links juist dat het de samenleving wilde vastleggen. Links moet nu een politiek van de twijfel gaan voeren. Rechts hanteert bijvoorbeeld een bepaalde simplistische interpretatie van de Verlichting, waarin allerlei zekerheden van ‹onze› cultuur moeten worden verdedigd tegen de ‹anderen›, terwijl het er juist om gaat die tegenstelling te doorbreken en daartussen de nuances te vinden. Dat vergt inlevings vermogen, relativeringsvermogen en het vermogen tot onzekerheid. Rechts twijfelt niet en ziet de twijfels van links als slap.»

Zetten jullie je af tegen het gemeenschaps denken, dat zowel bij links als bij rechts te vinden is? Gaan jullie hiermee niet in tegen een uiterst menselijke behoefte?

Dick Pels: «Er bestaat in principe geen tegenstelling tussen individu en gemeenschap, en dat moet ook niet worden gesuggereerd. Waar het ons om gaat is dat deze vorm van sociaal-liberalisme zowel een nieuwe invulling geeft aan het idee van het individu als een nieuwe invulling aan het idee van de gemeenschap. Wat het laatste betreft is het verschil tussen lichte en zware gemeenschappen cruciaal. Een lichte gemeenschap is een gemeenschap die vrijwillig wordt aangegaan, veel meer interne keuzemogelijkheden biedt, en veel meer exit-opties kent. Die lichte gemeenschappen kunnen het individualisme veel beter in zich opnemen.»

Problemen met moslims worden dus minder door de godsdienst veroorzaakt dan door het feit dat ze deel uitmaken van zware gemeenschappen?

Pels: «Dat wordt ook door Ayaan Hirsi Ali en anderen steeds benadrukt. Het is vooral een familie- en gezinsprobleem, en een probleem van de seksuele moraal. Het gaat erom of een gemeenschap ruimte biedt aan individuele zelfontplooiing. Die culturele factor is het cruciale punt. De religie wordt wel steeds gehanteerd als legitimatie van bepaalde gebruiken, maar onwenselijk gedrag vloeit niet rechtstreeks voort uit een letterlijke interpretatie van de koran.»

Die lichte gemeenschappen neigen wel sterk naar vrijblijvendheid. Je hopt van de ene gemeenschap naar de andere, al naar gelang het je uitkomt. Wat je overhoudt is die permanente twijfel, die onzekerheid, over waar je je handelen nu eigenlijk op moet baseren. Die lichte gemeenschappen bieden dan veel en veel minder houvast. In hoeverre is een lichte gemeenschap nog een gemeenschap?

Pels: «Daar hebben de rechtse conservatieve critici ook een punt te pakken, omdat commitment aan elkaar in een huwelijk of een relatie ook iets zeer waardevols is, en wellicht is in dat opzicht de individualisering te ver door geschoten. Maar aan de andere kant hebben neoconservatieven te weinig oog voor de rampzalige effecten van bepaalde vormen van zwaar gemeenschapsdenken, bijvoorbeeld het toepassen van allerlei metaforen van gezin en familie op grotere sociale verbanden, zoals gebeurt in het nationalisme. Die organisch-biologische metaforen zijn gevaarlijk omdat ze passen in een gemeenschapsdenken dat we nog kennen uit de jaren dertig.»

De reacties van links op jullie manifest zijn niet echt bemoedigend te noemen. Vanuit de SP werd onmiddellijk geroepen dat sociaal-individualisme een contradictio in terminis was. Femke Halsema vond dat de kritiek op links in geen enkele verhouding stond tot de aangedragen oplossingen. De voorzitter van de PvdA, Ruud Koole, stelt dat al het waardevolle uit jullie manifest ook in het beginselmanifest van zijn partij staat, en dat als iets er niet in staat daar een goede reden voor is.

Pels: «Ja, hij beweert dat de PvdA het allemaal al in huis heeft. Dat is ook een manier om allerlei tegenstellingen, spanningen en discussies binnen zijn eigen partij onzichtbaar te maken en glad te strijken. Want binnen die partij, en trouwens ook binnen GroenLinks, staat nog steeds een ouderwetse vorm van gemeenschapsdenken tegenover een scherpere vorm van sociaal-liberalisme, en dat heeft een bepaalde geschiedenis. Die gaat terug tot de jaren vijftig, die werden gedomineerd door het denken van Banning. Koole verwijst naar het personalisme van Banning, waarbij hij vergeet dat het personalistisch socialisme van Banning een uitgesproken variant van het zware gemeenschapsdenken was. Die stond haaks op wat De Kadt indertijd inbracht in het politieke denken: een veel zakelijker, anti moralistische vorm van individualisme, die ook veel meer ruimte bood aan bepaalde vormen van marktdenken en concurrentie. Daar had De Kadt niet zo’n koudwatervrees voor.

Het is belangrijk dat de individualistische elementen uit de geschiedenis van de sociaal-democratie worden gered. Nieuw Links wordt vaak misverstaan als een marxistische renaissance, maar dat was het niet. Dat individualisme leefde daar sterk, en dat vind je ook terug in het beginselprogramma van 1977. Dat wordt ten onrechte vaak gezien als een dood paard. Je kunt daarin aantrekkelijke formuleringen vinden van een vorm van sociaal-individualisme die wij ook voorstaan: het idee dat ontplooiingsvrijheid voor iedereen mogelijk moet worden gemaakt door quasi-socialistische maatregelen te nemen.»

Ellen Walraven: «Maar bij die zelfontplooiing gaat het er uiteindelijk wel om dat je tot een meer kwalitatieve samenleving komt. Nu wordt alles uitgedrukt in geld en producten, zelfs als het gaat om zaken als tijd en het lichaam, wat de meest kostbare goederen zijn. Dat benauwt veel mensen. Daarom moeten we zoeken naar manieren om tot een ander moreel handelen te komen.»