Illegale houthandel

‘Er blijft niets over voor de Soedanezen zelf’

Het blijkt nog altijd gemakkelijk om fout hout op de Nederlandse markt te krijgen. Vanuit Zuid-Soedan wordt teak, ‘de koning der houtsoorten’, via India naar Europa verscheept.

Voor de ingang van woonwinkel Rivièra Maison op de woonboulevard in Utrecht staan twee lage tuintafels, gemaakt van teakhout. In de uitverkoop, zegt de verkoopster, want het volgende seizoen staat alweer voor de deur. Waar het hout vandaan komt? ‘Oei’, reageert ze, dat is een ongebruikelijke vraag. Ze loopt naar de computer die binnen staat, en komt stralend weer naar buiten: ‘Deze tafels komen uit India!’ Dat klinkt waarschijnlijk, want sinds 2013 verviervoudigde de meubelexport van India naar Nederland. Net als Rivièra Maison, een grote keten met honderd verkooppunten in Nederland en zeshonderd wereldwijd, halen tientallen andere Nederlandse bedrijven hun teakproducten uit India. Terwijl het land zelf maar beperkt teakhout voortbrengt, is India wereldwijd de grootste exporteur van teakproducten.

Om te voldoen aan de enorme vraag importeert India steeds meer hout uit andere landen, om het te bewerken tot ‘Indiase’ meubels of andere objecten. Teak is daarvoor een gewilde maar moeilijk te verkrijgen houtsoort. Steeds als een vruchtbare teakbron door internationale regels aan banden wordt gelegd, zoals uit oerbossen in Thailand en Myanmar, verlegt India de focus naar nieuwe leveranciers.

Vandaag de dag komt een groot deel van het teak in India in werkelijkheid uit de jonge Oost-Afrikaanse staat Zuid-Soedan, een land waar de houtmarkt nog nauwelijks is gereguleerd. Zuid-Soedanees hout is niet per definitie verboden op de Europese markt, maar dan moet de verkoper wel kunnen aantonen dat het uit legale bron komt. Die kans is klein: negentig procent van de Zuid-Soedanese houtkap geschiedt illegaal. Wat daarvan de Europese winkels bereikt, is dus bijna altijd illegaal.

Inwoners van het straatarme Zuid-Soedan schieten niets op met de houthandel, die gedomineerd wordt door buitenlandse bedrijven en waarvan de weinige binnenlandse opbrengsten in de zakken verdwijnen van corrupte politici en rebellen. Die financierden daar tot dit jaar een destructieve binnenlandse oorlog mee. Via handelsdata, fora op sociale media en gesprekken met importeurs volgden wij de route die Zuid-Soedanees roofhout, via India, in potentie aflegt naar Europa. Als dat nodig was, deden we ons daarom voor als handelaren, waarna de ene illegale deal na de andere aan ons werd voorgelegd, vaak op basis van vervalste documenten. Ondanks de invoering van de Europese houtwet in 2013, die een einde had moeten maken aan de verkoop van illegaal gekapt hout, blijkt het nog altijd gemakkelijk om fout hout op de Nederlandse markt te krijgen, zo laat onderzoek zien dat platform Investico deed voor De Groene Amsterdammer.

Podcast Investico

In deze aflevering van Speurwerk vertellen Romy van der Burg en Linda van der Pol over hun zoektocht via sociale media en samenwerking met een Indiase journalist. Ze leggen uit hoe zij zich voordeden als handelaar en de ene na de andere illegale deal hen werd voorgelegd. Ze kochten handelsdata van de Indiase kamer van koophandel en volgden zo de route van het Zuid-Soedanese roofhout via India naar Europa. Luister naar de nieuwe aflevering van Speurwerk.

Luister nu

‘Sir we get the supply from Sudan. The certificate of origin we can make Uganda, Congo or whatever you want’, vertelt ons contact van Pratham Exim Solutions wanneer we hem in een Facebook-groep benaderen en de strenge Europese richtlijnen voorleggen. ‘We betalen wat geld aan een beambte en krijgen de herkomstpapieren die we willen.’ We mogen uit vijf Oost-Afrikaanse herkomstlanden kiezen: Oeganda, Congo, Tanzania, Burundi of Rwanda. Van die landen hebben alleen Congo en Tanzania daadwerkelijk teakplantages.

In diverse Facebook-groepen is te zien hoe India aan zijn teak komt: houthandelaars, voornamelijk uit India, bieden grote partijen dubieus teakhout aan. We reageren als handelaar: kan iemand hout uit Zuid-Soedan leveren aan Nederland? Dat kan. Zelfs de door Covid-19 in India in gang gezette migratiestromen doen de houtmarkt niet stoppen. Een handelaar appt vanuit de auto onderweg naar zijn geboortedorp. ‘Teak halen we uit Soedan, dat komt via Oeganda, waar we de containers vullen in Kampala, voor het naar de haven van Mombasa vertrekt. Vanuit daar verschepen we het naar India of een ander land’, zegt de eigenaar van Pratham Exim Solutions op de vraag welke route het hout zal afleggen op weg naar Europa.

Op ons verzoek stelt hij een plan op om onze houtpartij eerst naar India te verzenden, en van daaruit pas naar Rotterdam. India, dat ook teakplantages heeft, is in principe een legitiem herkomstland. ‘We hebben goede contacten bij de Indiase Kamer van Koophandel, dus de papieren zijn geen probleem’, verzekert de koopman. Het chatgesprek levert de bewijsstukken van vervalste herkomstlabels en een uitgetekend plan om via India hout uit Zuid-Soedan te verkopen als hout uit India. Vlak voor de echte deal kappen we het gesprek af.

Op een lijst met exportdata van houtpartijen uit Oost-Afrika naar India vinden we in 2019 ruim honderd bedrijven die aantoonbaar Zuid-Soedanees teak verschepen naar India. Die data kopen we van het Indiase Seair, een bedrijf dat import- en exportdata verzamelt bij de Indiase douane. Het gaat om vijfhonderd zendingen van in totaal twintigduizend kubieke meter, met een officiële waarde van twaalf miljoen euro – het onvermijdelijke smeergeld niet meegerekend. We tellen daarnaast nog eens 120 partijen uit Kenia en Oeganda die hoogstwaarschijnlijk ook uit Zuid-Soedan afkomstig zijn. Zuid-Soedan zelf geeft geen herkomstlabels af, omdat de houtmarkt nog niet landelijk is gereguleerd: zodra een Zuid-Soedanese partij op een houtmarkt terechtkomt in de nabijgelegen Oegandese hoofdstad Kampala gaat de vracht door als ‘Oegandees’. Een aantal van deze bedrijven doet naar eigen zeggen ook zaken met Europa.

Onze data zijn het topje van de ijsberg: volgens berekeningen van het Amerikaanse onderzoeksbureau C4ADS gaat jaarlijks ruim honderdduizend ton aan teak uit Zuid-Soedan de wereldmarkt op. Teak, ‘de koning der houtsoorten’, komt oorspronkelijk uit Zuidoost-Azië en is vanwege zijn weersbestendigheid – en ‘stabiliteit’, zoals handelaars het noemen – met name populair in de botenbouw en meubelindustrie. De beperkte en meer selectieve kap in oerbossen afgelopen decennia dreef de prijs op.

Terwijl luxejachtbouwers de voorkeur blijven geven aan ‘oerteak’ is plantagehout uit Afrika voor meubelbouwers een voordelig alternatief. Zuid-Soedan beschikt over de grootste en oudste teakplantages van Afrika: ze werden in de jaren veertig van de vorige eeuw aangeplant en zijn inmiddels ‘rijp’ voor de kap. Doorgaans wordt juist plantageteak relatief goed gereguleerd, maar voor Zuid-Soedan ligt dat anders. De Verenigde Naties schrijven dat er vrijwel geen legale kapconcessies bestaan, ook niet voor grote bedrijven, en dat er geen toezicht gehouden wordt. Bovendien is bij gereguleerde plantages het herplanten van bomen een voorwaarde voor de kap. Ook dit gebeurt niet in Zuid-Soedan.

Naast olie is teak de meest waardevolle grondstof van de jonge staat, ware het niet dat het leeuwendeel van de kap buiten de radar van de fiscus geschiedt. Volgens de VN had het land op jaarbasis op z’n minst vijftig miljoen dollar aan belastinginkomsten uit de houtsector kunnen halen. In werkelijkheid komt er maar een à twee miljoen binnen.

Op internet wordt de handel in Soedanees hout minder verhuld. We zien op Facebook foto’s van handelaars die gretig poseren naast propvolle containers. ‘Good Sudan prices’, is het onderschrift. Pixelige nummerborden verraden de Oegandese afkomst van de heren. De Keniaanse journalist John-Allan Namu ging in 2018 voor zijn documentairereeks The Profiteers undercover op de Zuid-Soedanese houtmarkt. Hij laat zien hoe illegaal gekapt teak uit Zuid-Soedan op een houtmarkt in de Oegandese hoofdstad Kampala gemixt wordt met teak van wat legale concessies uit omliggende gebieden – volgens Interpol de meest gebruikte methode om de oorsprong van hout te verhullen. Vanuit Kampala vertrekken de volgeladen containers naar de volgende bestemming, de Keniaanse havenstad Mombasa, waar ze op vrachtschepen getakeld worden. Een geraamde 73 procent van het teak uit Zuid-Soedan komt in India terecht, waar het versneden of verwerkt wordt tot meubels.

‘Zuid-Soedan bestaat pas sinds 2011 en heeft nog weinig tijd en capaciteit gehad om de houtmarkt te reguleren’, zegt Namu vanuit zijn werkkamer in Nairobi. ‘De markt is grotendeels in handen van buitenlandse bedrijven die royale smeergelden betalen aan overheidsbeambten en aan rebellen die “bescherming” bieden aan houtkappers.’ Met dat geld werd sinds 2013 een burgeroorlog gefinancierd, zegt Namu. Dat etnische conflict, tussen de twee grootste bevolkingsgroepen van het land, kwam begin 2020 tot een einde. Toch wordt er op diverse plaatsen nog gevochten. De bevolking is straatarm, de overheid behoort tot de meest corrupte ter wereld.

Op een industriegebied in het Utrechtse Lopik ruikt het naar natgeregend hout. Dat blijkt de geur van ‘angelim vermelho’, een tropische houtsoort met een zoetzure zweem. Ook ipé, itauba, massaranduba en nog twintig andere tropische houtsoorten worden hier versneden. Maar teak ontbreekt. ‘Als je daarin handelt heb je zomaar bloed aan je handen’, zegt houthandelaar Albert Oudenaarden. Oudenaarden is directeur van Van den Berg Hardhout, een groothandel waar alleen fsc-hout wordt verkocht: hout dat aantoonbaar duurzaam is gekapt. Elke plank hout op zijn uitgestrekte perceel kan hij herleiden tot een specifieke plek in het oerwoud.

Oudenaarden kan uren praten over het belang van hout en het (mondjesmaat) kappen van bomen: zo ontstaat er ruimte in de jungle, goed voor de biodiversiteit. Maar dan moet je het wel goed doen. Nooit te veel op één plek wegnemen, veilig en beheerst zagen, niet met grote trucks het bos in, belangrijke plekken voor dieren en de lokale bevolking met rust laten. Zijn droom: alleen nog duurzaam gekapt hout op de Nederlandse markt. Sinds 2013 ziet hij de vraag naar zijn duurzame hout echter stagneren. Dat is een wrang gevolg van de nieuwe Europese houtwet. ‘Veel bedrijven laten fsc steeds vaker links liggen. De wet is bedoeld om illegale kap tegen te gaan, maar of die dat ook doet? Ik heb er mijn vraagtekens bij. In ieder geval zegt de legaliteit helemaal niets over de duurzaamheid van een partij.’

Volgens Oudenaarden haalt de wet de wind uit de zeilen van het duurzame hout. Meubelmakers bevestigen dat. ‘Zo’n label kost alleen maar geld. De producten voldoen aan de houtwet, dan is het toch goed?’

‘Je kunt beter milieucrimineel dan drugshandelaar zijn. Even hoge verdiensten, minieme pakkans, lage straffen’

De Europese Unie introduceerde in 2013 de European Union Timber Regulation. Wie houtproducten op de markt brengt, moet onderzoek doen naar de hele handelsketen en maatregelen treffen om illegaliteit in de keten in te dammen. In elk Europees land is een autoriteit aangewezen om toe te zien op de houthandel. Aan de invoering van de Europese Houtverordening ging een jarenlange lobby van milieuorganisaties vooraf. Maar de regeling blijkt zeven jaar na haar invoering veel minder effectief dan gehoopt.

Allereerst zijn er de uitzonderingen: een veelheid aan producten, zoals stoelen, houten doodskisten en muziekinstrumenten valt buiten de verordening. Een teakhouten tuinstoel gemaakt van legale, illegale of onduidelijke houtafkomst is volgens de wet geen bezwaar. Een tweede zwakte is de gevoeligheid voor fraude. Wie producten importeert die wél binnen de verordening passen – tafelbladen, kasten, hele boomstammen – moet over een pak documenten beschikken waarmee de precieze, legale herkomst van hout aangetoond kan worden.

Maar dat is een ‘papieren werkelijkheid’, zegt houthandelaar Oudenaarden. In documenten kun je alles zeggen. Wij komen inderdaad gemakkelijk aan een fictief herkomstlabel van de Indiase Kamer van Koophandel. Gesjoemel met labels is gangbare praktijk op de internationale houtmarkt: eerder onderzoek toont bijvoorbeeld dat in 2016 illegaal naaldhout uit de Oekraïense Karpaten met valse papieren in onder andere Nederland terechtkwam, en ook hout uit Latijns-Amerika en Zuidoost-Azië wordt meer dan eens ‘witgewassen’.

Het derde pijnpunt is de zwakke controle op dit gesjoemel. Ook in Nederland. Omdat de houtwet niet de import maar het op de markt brengen van hout reguleert, is in Nederland de Voedsel- en Warenautoriteit (nvwa) de toezichthoudende instantie. Die legt bedrijfsbezoeken af op basis van risico-indicatoren als het land van herkomst, producttype of verwerkingsland. Volgens critici had die rol toebedeeld moeten worden aan de douane. ‘De grens is de enige plek waar je echt iets over de herkomst van hout kunt zeggen’, stelt Peter Hartog, hoofd van het milieuteam van de politie Rotterdam: ‘Eenmaal in het magazijn van een bedrijf kun je onmogelijk nog zeggen of dat ene stapeltje papier daadwerkelijk bij die ene houtpartij hoort.’

‘Je kunt beter milieucrimineel dan drugshandelaar zijn’, zegt Hartog in zijn kantoor in Hoogvliet, waar het depot zomaar in beslag genomen slangenhuiden en zwaardvissen huisvest. ‘Even hoge verdiensten, minieme pakkans, lage straffen’, somt hij op. Sinds 2006 wist Hartog vijf onderzoeken naar illegale houthandel af te ronden. Dat hadden er meer moeten en kunnen zijn als het werk wat minder internationaal van karakter was en de capaciteit bij toezichthoudende instanties wat hoger.

Nederland beschikt over een van de vijf grootste houthavens van Europa. De douane, die controleert op belastingen en cites – een lijst met internationaal beschermde flora en fauna – heeft jaarlijks te maken met 75.000 containers met hout die jaarlijks de Rotterdamse haven binnenkomen, en de nvwa moet toezien op ten minste vijfduizend handelaars. Ook in de opsporing bij de politie krijgen andere zaken hogere prioriteit. ‘Reken de pakkans dan maar uit’, zegt Hartog.

De Europese Unie is zo sterk als de zwakste schakel: in de houtwet is alleen de eerste handelaar die een verboden partij op de markt brengt strafbaar. En er zijn nogal wat zwakke schakels, concludeerde de Europese Commissie bij een evaluatie van de wet in 2016. De meeste landen stelden veel te weinig personele en financiële middelen beschikbaar, ‘waardoor het afschrikwekkende effect van de handhavingsactiviteiten nogal beperkt is’. De Nederlandse douane erkent slechts enkele personen in dienst te hebben die de ene houtsoort van de andere kan onderscheiden, en bij de nvwa werken twee controleurs.

In 2017 legde de autoriteit het eeuwenoude Boogaerdt in Krimpen aan de Lek een voorwaardelijke boete van twintigduizend euro per geïmporteerde kuub op vanwege het illegaal op de markt brengen van teak uit Myanmar. Dit was een van de weinige zaken die de nvwa in de afgelopen jaren behandelde. Ondanks de boete importeert Royal Deck in Livorno, een ander bedrijf van de familie Boogaerdt, nog altijd vanuit Myanmar. Een video die tot voor kort op de website stond laat grote partijen hout in de haven van het Aziatische land zien, en er wordt trots geadverteerd met de herkomst van het hout.

Myanmar geldt als een notoir risicoland waar het de afkomst van hout betreft. Omdat het vanwege gesjoemel ondoenlijk is om illegaal van legaal verkregen hout uit het land te onderscheiden, zette Nederland het op een zwarte lijst: dit hout hoort hier niet thuis. Toch wordt het op meerdere plekken in Nederland openlijk aangeboden. Dat hout uit ronduit verboden herkomstlanden nog altijd in Europa terechtkomt, illustreert ook het gemak waarmee teak van meer diffuse afkomst – zoals Zuid-Soedan – in Europa aan wal kan raken.

Traditionele Oost-Aziatische herkomstlanden leggen de export van teak steeds meer aan banden. India, een land met een sterke houtbewerkingscultuur maar te weinig eigen hout, haalde tot 2014 zijn tekorten uit de jungle van Myanmar – totdat dat land een internationaal uitvoerverbod uitgevaardigd kreeg wegens de grootschalige corruptie en illegale kap die met de sector gemoeid ging. Indiase handelaars importeren sindsdien uit Oost-Afrika. Een simpele rekensom illustreert het gesjoemel: de Indiase bossen kunnen vandaag de dag jaarlijks aan maar vijf procent van de vraag voldoen. De rest wordt geïmporteerd uit Afrika en Latijns-Amerika. Negentig procent van de aanvoer vanuit Oost-Afrika komt uit Zuid-Soedan. Volgens Indiase bronnen is van het hout op de Indiase markt niet vast te stellen waar het gekapt is. Op de vraag waar Indiase teakleveranciers hun hout vandaan halen zijn ze kortaf – ‘we don’t do that business’ – of hangen de telefoon op.

Sinds 2013 verviervoudigde die Indiase export naar Nederland. Een deel van de teakgoederen in Nederland komt binnen via webwinkel Alibaba. Sommige bedrijven die we benaderen geven ronduit toe dat ze hun teak uit Oost-Afrikaanse landen als Zuid-Soedan halen, om ze als ‘product of India’ in de Europese markt te zetten. ‘Via land, lucht of over zee leveren wij aan Europa. Nog nooit problemen mee gehad’, stelt Saurabh Gupta van het Indiase bedrijf Medieval Edge.

In data over de handelsstromen tussen India en Nederland en België vinden we 161 partijen aan teakhouten producten die tussen september 2018 en september 2020 vanuit India naar de lage landen geëxporteerd worden. Soms zijn dat bestellingen van particulieren, of producten niet bedoeld voor verdere verkoop: een grote olifant, houten paarden voor de inrichting van een apotheek – ‘een teakhouten tempel voor thuis’, gekocht aan het begin van de coronacrisis. Driekwart gaat naar meubelketens en naar groothandels, die hun goed weer doorverkopen aan lokale winkeliers.

De meubelinkoper van Rivièra Maison Gideon Manger wil het antwoord van zijn verkoopster op de Utrechtse meubelboulevard niet geloven. Die moet foutieve informatie hebben verstrekt: ‘Ik zou never nooit teak importeren uit India. Daar wordt illegaal gekapt hout voor gebruikt, wij werken alleen met gecertificeerd hout uit Indonesië. Dat vinden we heel belangrijk.’ Om zijn verhaal kracht bij te zetten stuurt hij een screenshot van een certificaat van de fabriek in Indonesië mee.

Maar never nooit, dat staat te bezien. In exportdata zien we veertien bestellingen – bij elkaar bijna twaalfhonderd producten van teak en mangohout – van Rivièra Maison bij een bedrijf in Moradabad, een stad ten oosten van Delhi. Teak uit India, en dus van onduidelijke herkomst. In een officiële reactie laat Rivièra Maison weten dat de in India bestelde producten, hoewel van teakhout, worden uitgezonderd in de Europese houtwet en dus toch verkocht mogen worden.

De woonwinkel is zeker niet de enige die inkoopt in India. Zo verkoopt ook meubelgroothandel Hazenkamp teakproducten: wijnrekken, koffietafels, klokken en windlichten. Waar dat vandaan komt? ‘Ja, dat zal allemaal India zijn, daar wordt het geproduceerd. Ik durf niet te zeggen waar het hout vandaan komt. Ja, ik denk dat het uit India komt.’ Maar hij is toch wettelijk verplicht dat te onderzoeken? De medewerker beëindigt het gesprek.

De nvwa is op de hoogte van het bestaan van Zuid-Soedanees teak, zegt de dienst, maar heeft het de afgelopen vijf jaar niet aangetroffen op de Nederlandse markt. Volgens de autoriteit zijn bij de meeste geïnspecteerde bedrijven de juiste documenten aanwezig, maar ze geeft toe dat dit niet alles zegt. Uit een rapport van organisatiebureau Deloitte dat vorige week verscheen in opdracht van landbouwminister Carola Schouten blijkt dat de nvwa inderdaad het grote overzicht mist: het voert maar vijftig houtcontroles per jaar uit, vaak bij dezelfde bedrijven. ‘Het is allereerst aan het bedrijfsleven zelf om de regels na te leven’, stelt de nvwa in een reactie. ‘Het is immers in ieders belang om illegale ontbossing tegen te gaan.’

Nyarayek Moboic studeerde recent aan de Universiteit van Amsterdam af als jurist en is vastbesloten iets terug te doen voor haar geboorteland. Ze ziet de houtroof in Zuid-Soedan met lede ogen aan. Met haar familie ontvluchtte ze in de jaren negentig de burgeroorlog in haar land. Familieleden die in Zuid-Soedan zijn gebleven, zien de ene na de andere volgeladen vrachtwagen uit het oerwoud rijden.

Indonesië voerde ruim tien jaar geleden eigen keurmerken in en verplichtte exporteurs om houtpartijen eerst in het land te bewerken om werkgelegenheid te behouden. Zoiets heeft Moboic ook voor ogen. Ze hoopt een legale kapconcessie in het land te verwerven – zodat haar ondernemende neef er meubels van kan maken om in een directe lijn naar Nederland te zenden: ‘Unieke meubels, met lokale invloeden.’ ‘Maar voor mensen als mijn neef is het moeilijk om aan teak te komen. De enige mogelijkheid is om het te kopen van buitenlanders, terwijl het groeit in hún land. Het hout verlaat Zuid-Soedan, er blijft niets over voor de Soedanezen zelf.’


Met medewerking van journalist Ankita Anand. Dit artikel is onderdeel van het Money Trail-project, ondersteund door de Nationale Postcode Loterij