Interview Hofcorrespondent Maartje van Weegen

«Er gaat een soort magie van die familie uit»

Media en monarchie hebben een moeizame relatie. Hofcorrespondent Maartje van Weegen weet dat als geen ander. «Natuurlijk is het geen gewone journalistiek.»

«Maartje van Weegen geeft zelden interviews, zeker niet als het gaat over haar visie op het instituut koningshuis», zegt haar voorlichter. Ze blijkt wel te willen praten, maar uitsluitend over haar vak.

«Ik doe verslag van grote evenementen. Ik ben er niet echt voor het nieuws. De politieke aspecten van ons koningshuis zijn voor rekening van de Haagse redactie. Een enkele keer ben ik in de gelegenheid een groot interview af te nemen, zoals met Máxima en Willem-Alexander. Met de koningin sprak ik toen ze twintig jaar staatshoofd was. En in 1987 had ik het dubbelinterview met Juliana en Bernhard.»

Dat gesprek bleek later de opmaat te zijn voor haar huidige functie, waarvoor ze in 1999 werd gevraagd. Ze heet «de eerste officiële hofcorrespondent van ons omroepbestel», en is het gezicht geworden van de royalty-journalistiek op tv.

Ze kreeg aanvankelijk veel kritiek. Sommige collega’s zeiden — en zeggen — dat ze zich nooit zullen laten muilkorven door Beatrix en haar «vazallen» van de Rijksvoorlichtingsdienst (RVD). Ook het huiskamer publiek moest wennen om de presen tator/ interviewer van Nova, Buitenhof en Het Capitool opeens te horen praten over protocollen, rituelen, hoedjes en tafelschikking. De journaliste had zich laten strikken voor ditjes en datjes die thuishoren in roddelbladen of het vakblad Vorsten.

Maar nee, ze vindt haar functie vooral «heel leuk, interessant en de moeite waard».

«In de mediawet staat dat we onder meer verslag moeten doen van nationale feest dagen zoals Koninginnedag, Prinsjesdag en koninklijke huwelijken of begrafenissen. De tijden zijn voorbij dat de ins en outs alleen zijn weggelegd voor de bladen die iedereen zogenaamd alleen bij de kapper leest.» Volgens haar is er veel aan de hand: de prinsen en prinsessen zijn op een leeftijd gekomen dat ze partners kiezen en dat er kinderen worden geboren. Uit enquêtes blijkt telkens dat een ruime meerderheid van het Nederlandse volk positief oordeelt over ons koningshuis en het belangrijk vindt daarover goed te worden geïnformeerd. Als thema is De Familie de laatste jaren sowieso populair geworden. «Tegelijk zie je dat, nu er meer belangstelling is bij de media, de RVD terughoudender wordt. Maar je kunt niet zeggen dat ze de deur dichtdoen. We zoeken altijd naar interessante achtergrondinformatie, bijvoorbeeld over de betekenis van een ritueel of hoe tradities zich in de geschiedenis hebben ontwikkeld. Ook bij de landelijke kwaliteitskranten is royalty een specialisme geworden. Behalve human interest heeft het ook politieke relevantie. Hoewel je probeert op een normale kritische manier te werken, weet iedereen dat deze vorm van journalistiek andere regels en wetten kent. Het is geen gewone familie. Dat brengt beperkingen met zich mee. Helemaal vrij ben ik niet, de ministeriële verantwoordelijkheid geldt altijd.»

Bij interviews speelt dit probleem het meest. Ieder lid van het koninklijk huis heeft vanaf de geboorte met een gouden lepeltje ingegoten gekregen wat de grenzen zijn rond het privé-leven. Ook de interviewer kent de mores. Als kijker ervaar je het ongemak van beide kanten. Van Weegen moet continu balanceren tussen het eerbiedigen van die grenzen en de eigen professionele houding. Want als iemand zich daaraan niet houdt, zoals prinses Margarita, zijn de rapen gaar. Afgezien van de glossies houdt de pers zich braaf aan de regels. Blauw bloed maakt nederig, hoewel het vaak gaat om gewone aangelegenheden zoals de zwangerschap van Máxima, een extra glaasje wijn voor de koningin of het avontuurlijke leven van de prinsen.

«Het zou onzin zijn om te zeggen dat het allemaal maar gewoon is. Ik hoor en merk dat altijd weer als iemand in de buurt is geweest van een lid van het koningshuis. Er gaat een soort magie van die familie uit. Ik moet vaak lachen om al die grootspraak. Achteraf is iedereen onder de indruk.»

Er is bij alle interviews nooit sprake geweest van vragenlijstjes vooraf. «Iedereen denkt dat alles tot in de details is geregisseerd. Wel wordt er aangegeven waar het ongeveer over mag gaan, maar ik bepaal tijdens het gesprek de vragen. Als de minister-president de montage van de banden bekijkt, geeft hij aan welke passages hij niet voor zijn politieke verantwoordelijkheid kan nemen. Die worden er uitgeknipt.

Als ik het interview afneem, voel ik me nauwelijks geremd. Je zoekt naar kansen. Ik vraag zeker door, zoals toen ik tijdens het gesprek met Beatrix tot drie keer toe informeerde naar haar vermeende invloed op politici. Ze bleef ontwijken. Daar moet ik me bij neerleggen. Toen ik aan Willem-Alexander vroeg: ‹Hebt u altijd geweten dat u voor uw liefde kon kiezen en ook toch uw moeder kon opvolgen?› reageerde hij heel geïrriteerd. Dan kunnen de mensen thuis heus wel concluderen dat dit een kwestie is. Overigens zie je hetzelfde bij captains of industry of politici die ook niet alles willen of kunnen zeggen. Bij de leden van het koningshuis is dat in ultieme vorm het geval. Veel zal altijd indirect en omfloerst blijven.

Je kunt niet zomaar Paleis Noordeinde bellen met de vraag ‹is het waar dat…›. Het is lastig om geruchten bevestigd te krijgen. Beatrix laat vaak weten dat kritiek haar alert houdt, maar ze mag zich niet verdedigen. Dat blijft altijd wringen. Ik ben vrijer om te vragen dan de koninklijke familie is om te antwoorden.»

Ze praat met Oranje-kenners (de historici Cees Fasseur en Jan Bank) of met mensen die beroepsmatig met de familie te maken hebben (theoloog Huub Oosterhuis, dominee Carel ter Linden of de stalmeester). Ze leest de roddelbladen «want het is lang niet allemaal onzin». Maar het aanboren van bronnen («ik bel hen altijd, niet omgekeerd») is niet makkelijk. Voor je het weet ben je een verlengstuk van iemand binnen de kringen van het hof, al zal het in Nederland niet gauw zo ver gaan als in Engeland waar Diana en Charles hun huwelijksperikelen uitvochten via de media.

«Mijn informatie controleer ik bij mensen die organisatorisch of persoonlijk direct te maken hebben met leden van het Koninklijk Huis. Dat zijn er niet zoveel: een stuk of tien. Dus noem ik geen namen en zorg ik er altijd voor dat wat ik te horen krijg, niet is terug te voeren op bepaalde personen. Ik ben van hen afhankelijk, dus ik zou wel gek zijn die journalistieke code te verbreken. Maar checken blijft lastig. Mensen die het echt kunnen weten zijn bijvoorbeeld de grootmeester, de ceremoniemeester of de secretaris. Beatrix is erg professioneel, iemand die graag alles om zich heen regisseert.»

Onvermijdelijk komen we uit bij het commentaar dat ze gaf tijdens de uitzending van het huwelijk van Máxima en Willem-Alexander. Als toelichting op het feit dat prinses Margarita en echtgenoot Edwin de Roy van Zuydewijn schitterden door afwezigheid zei ze dat zij wegens «financiële problemen er niet bij konden zijn». Later zou blijken dat het paar dit opvatte als onderdeel van «een lastercampagne». In het interview met HP/De Tijd werd naar Van Weegen uitgehaald als iemand die voorlichter is van de BV Beatrix. Haar uitspraak zou ook het bedrijfje van De Roy van Zuydewijn om zeep hebben geholpen. Daarom was het te doen geweest, aldus Margarita en Edwin. Ze kondigden aan Van Weegen voor de rechter te slepen. Als het daarvan komt, zal Van Weegen zich beroepen op haar verschoningsrecht. Een rare logica. Financiële problemen betekenen in die kring toch niet automatisch dat je niet kunt komen, nog los van dat briefje van Willem-Alexander waarin hij hun aanwezigheid niet «opportuun» noemde.

«Wat ik zei was gewoon waar. Hun economische positie had al in onze kranten gestaan en was breed uitgemeten in de Franse pers. Maar natuurlijk raakt het je wel. Je beseft welke impact je kunt hebben, hoe gevoelig alles rondom de Oranjes ligt. Achteraf had ik het anders kunnen formuleren. Beter was geweest te kiezen voor ‹persoonlijke omstandigheden›. Je ziet wat er is gebeurd: allemaal treurnis, allemaal verliezers. Je merkt in het algemeen dat door de affaire de reserve binnen je bronnen groter is geworden. Gek is dat niet: het gaat inmiddels om een staatsrechtelijke aangelegenheid en juridische claims.»

Koningin Beatrix en Maartje van Weegen blijven tot elkaar veroordeeld. Beiden perfectionistisch, beleefd en kalm. Beiden getraind om niks te mogen zeggen. Ze zien elkaar nooit informeel, maar letten continu op elkaar. Een soort lat-relatie tussen journalistiek en monarchie.