Tema con variazioni

Er is een doctor in de zaal

Ik wandel naar het Academiegebouw, het hoofdkwartier van de Rijksuniversiteit Groningen, waar straks de plechtigheid zal plaatsvinden, en bespeur in mij een stemming van grote mildheid. Helmut Kohl is niet mijn politieke favoriet. Het olifanteske geweld waarmee hij zich anderhalf decennium lang door de Bondsrepubliek heeft begeven, spreekt mij niet zo aan. Niettemin is hij een soort symbool voor de wijze waarop de betrekkingen tussen Nederland en Duitsland de laatste jaren zijn genormali seerd. Dus dat symbool mag wat mij betreft best eredoctor worden. Voor al die kletspraat over Kohls verdiensten ten aanzien van de Duitse eenheid kan ik ondertussen weinig waardering opbrengen. Het is allemaal onzin en geschiedsherschrijving. De Duitse eenheid is bewerkstelligd door de Oost-Duitse burgers, die op het juiste moment de straat op zijn gegaan. Kohl had daar niets mee te maken. Hij was op dat moment toevallig de bondskanselier en kreeg in die functie de Duitse eenheid in de schoot geworpen. Die Duitse eenheid viert op het ogenblik haar tiende verjaardag, waarbij het ongelofelijk is om te zien hoe de christen-democraten hun sociaal-democratische tegenstanders proberen af te schilderen als half-communistische handlangers, die eigenlijk altijd een tegenstander van de Duitse deling zijn geweest.

«Er was tien jaar geleden geen enkele vooraanstaande sociaal-democraat die de Duitse eenheid werkelijk heeft gewild! Niemand!»

De aula van het Universiteitsgebouw stroomt langzaam vol. Twee klerenkasten van de Nationale Veiligheidsdienst hebben zich in het middenpad gesitueerd, niet zozeer om Helmut Kohl tegen zijn bewonderaars te beschermen, als wel om de opdringende persfotografen in toom te houden. Zo'n erepromotie heeft een hoog Laurel & Hardy-gehalte. De kop van de stoet wordt gevormd door een meneer en een mevrouw met een zilveren bel. Dan volgt de, enigszins ongemakkelijk om zich heen kijkende eredoctor in spe, gevolgd door een stoet van mannen (weinig vrouwen) in jurken, be kroond door tamelijk belachelijk ogende mutsjes. Karel van het Reve heeft deze «stoet morsige Kerstmannen» trefzeker beschreven. «Veel toga’s zijn in geen halve eeuw gestoomd of chemisch gereinigd. De pakken die onder de toga’s gedragen worden behoren zwart te zijn en het beste is als de broekspijpen grijs zijn gestreept — het nec plus ultra door zwartheid, bij wijze van spreken. Menige hoogleraar is echter te lui om dat zwarte pak aan te doen en zo ziet men soms een verscheidenheid van daagse, met as en pindakaas besmeurde broekspijpen onder ook al weinig frisse toga’s uitkomen.»

Mij ontbraken tijd en gelegenheid om deze professorale kerstmiskledij persoonlijk op het vlo- en mijtgehalte te inspecteren, zodat ik volsta met de vaststelling dat het reinheidsgehalte in het oerdegelijke Groningen waarschijnlijk hoger ligt dan in het hedonistische Amsterdam, hetgeen onverlet laat dat het promotionele plechtigheidsvertoon — met of zonder een gewassen hals — hoe dan ook oogt als een bestoft relikwie uit lang vervlogen tijden.

Een elegant laudatio van de rector magnificus. Een geroutineerde rede van de jonge doctor. De geprojecteerde persconferentie heeft hij op het laatste moment laten schrappen. Helmut Kohl kent zijn Hollanders. Hij was hier eerder, in 1979, in het kader van een ZDF-uitzending over de verbroedering van beide buurvolkeren. Daar werd Kohl ten overstaan van heel televisiekijkend Duitsland door een gezelschap van onmiskenbare scherpslijpers toegesproken op een wijze waarop in het conformistische Duitsland tenminste vijf jaar celstraf staat.

«Waaraan denkt u als ik Duitsland zeg?» vroeg de moderator.

«Aan de oorlog», zei de man uit het publiek. «Aan mijn vader die vermoord is door de nazi’s.»

«Aan de moord op Ulrike Meinhof», zei een tweede.

«Aan de afschaffing van de liberale rechtsstaat», zei een derde.

«Isolationsfolter!»

«Radikalenerlass!

«Waarom is uw partij voor Berufsverbote?»

«Is het geen schande dat Duitse vrouwen naar Nederland moeten vluchten om hier een abortus te krijgen?»

«Hoe komt het eigenlijk dat zoveel ex-fascisten het in de CDU tot vooraanstaande posities hebben weten te brengen?»

Helmut Kohl, die niet gewend was zo te worden toegesproken, had werkelijk de verschrikkelijkste avond van zijn leven. Hij klaag de na afloop zijn nood tijdens een dineetje met zijn vriend en geestverwant Dries van Agt: «Het waren allemaal communisten en socialisten die tegenover me zaten!»

Ik heb hem één keer getroffen, tijdens een journalistentripje, toen hij nog kandidaat-kanselier was. Wij waren per bus op weg naar het plaatsje Ostenrode, waar hij een verkiezingstoespraak zou houden. Hij zat met zijn achterwerk op een stoelleuning en straalde een vals soort gemeenzaamheid uit.

Op het marktplein sprak Kohl, veelvoudig elektronisch versterkt, over arbeidszaam heid, spaarzaamheid en stiptheid, «waarden die ons land groot hebben gemaakt». Het was allemaal hoogst slaapverwekkend. Ik dacht: misschien is die man, als gepromoveer de historicus, inderdaad een soort intellectueel, maar waarschijnlijk is hij een soort schijnintellectueel met enige politieke handigheid, maar hij lijkt mij te kleurloos om echt corrupt te zijn.

Dat is dus een ernstige miscalculatie gebleken. Na de val van Franz-Josef Strauss (machtsmisbruik) heeft nog nooit een Duitse politicus (steekpenningen) zo diep in het moeras gezeten. Zo'n einde van een politieke carrière wens je niemand toe, wat hij ook moge hebben misdreven. Gelukkig dat de Rijksuniversiteit Groningen nog ergens een feestjurk had hangen waarmee de man, te midden van zijn oeverloze ellende, nog enigszins kon worden getroost.