‘er is interessant weer op komst’

Citaten uit: Douglas Coupland, Leven na God. Vertaald door Gerda Baardman, uitgeverij Meulenhoff, 392 blz., f39,90
De stem van een nieuwe generatie. Dat was Douglas Coupland in zijn boek ‘Generation X’. Nu verrast hij diezelfde generatie met ‘Leven na God’, een fijnzinnige en gevoelvolle zoektocht naar de zin van het bestaan. De schrijver in gesprek met zijn eigen boek.

‘JULLIE ZIJN DE EERSTE generatie die opgegroeid is zonder religie.’
Die regel gaat vooraf aan een van de acht verhalen in Leven na God, het derde boek van Douglas Coupland. Leven na God is de schaamteloze terugkeer van een schrijver naar zichzelf, een verrassende, soms kundig op het randje van het melodrama balancerende zoektocht naar het menselijke in de mens van nu.
Ik ben geen echte Coupland-fan. De overtrokken aandacht voor zijn eerste boek Generation X bekeek ik met scepsis. Kwalificaties als 'bijbel voor twintigers in de jaren negentig’ en 'woordvoerder van de lost generation’ maakten me wantrouwig. Maar aan de andere kant heeft hij toch wel iets, die Coupland. Op een of andere manier voelt hij altijd eerder dan anderen aan waarover zijn en mijn generatiegenoten praten en denken. En in Leven na God heeft hij dat allemaal weergaloos opgeschreven, in ontwapenende verhalen over jonge mensen in deze tijd, in een wereld overvol betekenisloze zaken. Met een schaamteloosheid en precisie die ik oprecht bewonder, beschrijft Coupland hoe zij 'die het vermogen tot verwondering zijn kwijtgeraakt of er immuun voor zijn geworden’ op zoek gaan naar de zin van het leven, hoe ze afdalen in zichzelf om te onderzoeken wie ze zijn. Je moet er maar over durven schrijven! Leven na God is een prachtig, breekbaar boek. Het is menselijk, oprecht en warm en het overstijgt met gemak het moralisme dat altijd op de loer ligt wanneer het over God gaat.
In Den Haag, tijdens het Crossing Border Festival, praat ik met Douglas Coupland. Van zijn reputatie - hij zou vervelend zijn en soms opeens niet meer willen praten of interviews weigeren - merk ik niets. Integendeel, we hebben eigenlijk wel plezier. Coupland (32) heeft iets weg van een kleuter die is uitvergroot tot het formaat van een volwassen man. Ik ondervraag Coupland met citaten uit zijn eigen boek.
IK HAD NOOIT verwacht dat ik ooit zo'n wonderlijk iemand zou worden als ik nu geworden was, maar ik was vastberaden erachter te komen wie die iemand was.
Coupland: 'Eigenlijk ben ik geen echte schrijver. Ik zit niet in het wereldje of zo, ook omdat ik voornamelijk met beeldend kunstenaars omga. In Vancouver, waar ik woon, bestaat er niet zoiets als een literaire cultuur. William Gibson, de cyberpunk-auteur, is mijn buurman, maar dan heb je het wel gehad.
Ik ben min of meer per ongeluk begonnen met schrijven, toen ik 27 of 28 was. De weinige contacten die ik had, waren met de wereld van de beeldende kunst en nieuwe media, want ik zat gewoon op de kunstacademie. And I loved it. Voor tijdschriften schreef ik artikelen over kunst en technologie, en opeens was er een boek, Generation X.’
Tijd, kleine schat - nog zo ontzettend veel tijd tot het eind van mijn leven - soms word ik er gek van, zo langzaam als de tijd verstrijkt en hoe snel mijn lichaam ouder wordt.
'Ja, Leven na God gaat over existentiele vragen. Wie ben ik? Waar ga ik naartoe? Waar kom ik vandaan? Tijd is in al die kwesties een essentieel element.
In dit boek schrijf ik niet over materiele maar over metafysische zaken. Natuurlijk, we leven in een materialistische tijd en omringen onszelf met dingen - voorwerpen, luxe of minder luxe, die een deel zijn van de westerse cultuur en waar we niet omheen kunnen. Maar ze zijn niet de bedoeling van onze cultuur. In de nieuwe film van Oliver Stone, Natural Born Killers, zit ergens in het midden een complete Coca Cola-commercial. Dat past op een absoluut natuurlijke manier in de film, dat is het rare. Zozeer zijn we inmiddels gewend geraakt aan de alomtegenwoordigheid van die dingen.
Mijn leven richt ik tegenwoordig zo in dat ik genoeg tijd heb om na te denken. We weten niet eens hoe oud we zijn, als soort. Is dat niet pathetic? Hier zijn we, aan het eind van de twintigste eeuw, we hebben elektriciteit en metalen gebouwen, maar we weten niet eens hoe lang we bestaan… Dat is vreemd, toch? Het gaat om heel fundamenteel onderzoek over ons bestaan. Waarom doen we dat niet? Interesseert het ons niet? Mij wel. Ja, daar gaat dat boek over. Over het Niets. Over het Leven. Over de Dood. Over de Mens. Over de Tijd.
Hoe zijn we zo ver gekomen zonder dergelijke vragen te stellen, zonder ons voortdurend te bekommeren om die basic issues, dingen die zo alomtegenwoordig zijn dat ze onzichtbaar zijn. Zwaartekracht, tijd, slaap, zijn. What a weird thing to be…
We dachten eerst dat tijd constant was, maar eigenlijk is tijd elastisch. Tijd is het meest relatieve ding ter wereld. Christenen denken dat als de wereld eindigt de tijd ook ophoudt, met andere woorden: dat de wereld en de tijd hetzelfde zijn. Wat gewoon een andere manier is om hetzelfde als Einstein te zeggen.’
Soms vraag ik me af of Laurie dood is. Ik geloof dat de dood niet alleen het sterven is. Ik denk dat de dood betekent dat je iets verliest dat je nooit meer kunt terugvinden, woorden die je nooit meer kunt terugnemen, schade die nooit meer kan worden hersteld.
'Het is heel menselijk om te denken dat de wereld ophoudt als jij ophoudt te bestaan, maar ik geloof daar niet in. Als ik door een bus word doodgereden, gaat het leven in Vancouver gewoon door. Ze leggen misschien nieuwe tegels in de stoep, maar alles gaat verder zoals het was. En eigenlijk wil ik dat niet missen; ik ben jaloers op de toekomst en zou het vervelend vinden om te worden doodgereden en dan niet te weten wat Madonna volgend jaar doet. Hahaha. Mensen zijn niet bang voor de dood omdat de wereld daarna verder draait zonder hen, maar omdat niemand weet wat het is om niet te zijn.’
IK BEDACHT DAT het wel vreemd is dat er miljarden mensen zijn en dat niet een daarvan precies weet wat mensen tot mensen maakt. De enige bezigheden die me zo gauw te binnen wilden schieten die bij geen enkele andere diersoort voorkomen, waren roken, body-building en schrijven. Dat is niet veel als je bedenkt hoe bijzonder we onszelf vinden.
'De wereld verandert snel. De technologie ontwikkelt zich in een sneltreinvaart. We vermenigvuldigen informatie in een enorm hoog tempo en dat heeft invloed op ons. De mens breidt voortdurend zijn externe geheugen uit, en dat vind ik het interessante aan het leven in 1994 of 1995: nog nooit eerder bestond er een wereld die zo doordrenkt was van extern gemaakt geheugen. Wij onthouden door middel van cd-roms en computers.
We hebben de fysieke en metafysische omgeving waarin we leven radicaal veranderd. Toch zijn veel mensen ervan overtuigd dat dat niet zo is, dat de dingen nog steeds hetzelfde zijn. Maar dat zijn ze niet. Een goede manier om die veranderde wereld tegemoet te treden is door de dingen te bekijken vanuit een dierlijk standpunt, alsof we dieren zijn. Kijk naar jezelf vanuit een dierachtig standpunt. Probeer erachter te komen wat wij als dieren willen. Want we zijn gewoon een diersoort, nietwaar?
Het is natuurlijk gedrag, natuurlijk dierlijk gedrag, om bang te zijn voor verandering, of in ieder geval bezorgd daarover. Maar ik denk niet dat we bang moeten zijn. We hebben geen keus. Het is alsof er interessant weer op komst is. Dat is niet goed of slecht, je kunt het niet beoordelen met morele argumenten. Het is er gewoon, en de technologie schrijdt nou eenmaal voort. Er zijn momenteel veel mensen - zoals Neil Postman in de Verenigde Staten - die rijk worden door in te spelen op de angst voor nieuwe technologieen. Ik vind dat wel heel erg makkelijk. Als ze slim genoeg zijn om geld te verdienen aan andermans angst, dan zijn ze ook slim genoeg om beter te weten dan dat. Maar mensen die dat doen zijn altijd vijftig jaar ouder dan wij.
He Rob, doet je Sony het nog? Is ook niet meer wat het geweest is. Vroeger was Sony iets dat het altijd deed.’
Nu ga je ervan uit dat het leven voor de volgende generatie - wat zeg ik, het leven volgende week - al radicaal anders is dan het leven nu.
'Mensen veranderen met de wereld mee. Gisteren keek ik naar de uitreiking van de MTV Awards en toen kwamen Michael Jackson en Lisa Marie Presley op en ze kusten elkaar. Dat was cool. Die mensen zijn niet gemaakt om live te zijn; ze zijn in elkaar gezet om op tv te verschijnen. Ze zijn post-human.
Ik heb een tijdje in Palm Springs gewoond. De mensen daar praten over een face-lift alsof ze het over de kapper hebben. “Het moet deze week weer even worden bijgewerkt.” En dan gaat het niet over hun haar maar over hun gezicht. Fascinerend. Palm Springs leek een science fiction-film uit de jaren zeventig die werkelijkheid was geworden. Het regent er nooit, want de ozonlaag is weg. Palm Springs is een kristallisatie van onze ideeen over het jaar 2025. Er is geen middle class, er zijn alleen heel rijke, oude mensen. De mensen onder de dertig die er zijn, zijn tuinman.
We kunnen ons lichaam aanpassen en veranderen hoe we maar willen. Dat is post-humaan. De fundamentele vragen rond die kwestie zijn van theologische aard. De theologie leerde ons altijd: Jij bent een mens, je bent bijzonder. Je bent geen dier, je bent godgelijk. Dat vind ik a pile of horse shit. Wij zijn net zo goed dieren als alle andere dieren. Het is moeilijk om mensen van dat idee af te brengen.’
HET LIJKT WEL alsof die coolness die onze jeugd typeerde zelf een soort retrovirus is waar je alleen een leeg gevoel aan overhoudt. Vol gaten.
'Weet je wat het is met oud zijn? In onze cultuur is er niets meer voor oude mensen, helemaal niets. Volgens mij is het ontzettend deprimerend om zestig te zijn of zo. Wat moet je doen? Ja, precies: van een film zeggen ze wel eens dat hij niet geschikt is voor jeugdige kijkers, maar dat moet net andersom zijn. Oudere mensen schrikken zich eerder dood dan jonge. “Als u vijfenvijftig bent kunt u bloeddrukproblemen krijgen bij deze film” - zoiets. Ook televisie houdt geen rekening met de wensen of behoeften van oude mensen. Ik heb medelijden met ze.’
Ik denk dat er ergens onderweg een deal is gemaakt. Ik denk dat de prijs die we betaalden voor ons gouden leven het onvermogen was om totaal in de liefde te geloven; in plaats daarvan kregen we een soort ironie, die alles verzengde wat we aanraakten. En ik vraag me nu af of die ironie de prijs is die we moesten betalen voor het verlies van God.