De zaak-armenië Rechtszitting in Istanbul tegen dwarse uitgever

«Er is niemand, dus we kunnen beginnen»

De rechtszitting van 17 mei tegen uitgeverij Belge in Istanbul, aangeklaagd wegens belediging van Turkije, duurde zegge en schrijve dertig seconden. Bewuste tactiek van de Turkse staat.

ISTANBUL – In het vroegere gebouw van de Veiligheidsdienst in Sultanahmet, het oudste deel van Istanbul, zetelt het Paleis van Justitie. Het is dinsdag 17 mei. Voor de rechtszaal op de tweede verdieping staat Ragib Zarakolu te wachten met een verklaring die hij wil voorlezen in het proces dat de staat tegen hem heeft aangespannen. Hij is uitgever van een boek dat een «belediging en ondermijning» zou zijn van de Turkse staat en «een belediging van de herinnering aan Atatürk». Zarakolu wordt begeleid door Sanar Yurdatapan van De Beweging voor Vrijheid van Meningsuiting uit Istanbul en Henry Fajemirokun van Human Rights Watch uit Londen.

Het boek van de Engelse schrijver George Jerjian, The Truth Will Set Us Free uit 2002, verscheen eind vorig jaar in het Turks bij uitgeverij Belge van Zarakolu. Het boek is mede gepubliceerd met het oog op het negentigste herdenkingsjaar van de Armeense genocide in 1915, toen anderhalf miljoen Armeniërs om het leven kwamen. De genocide wordt overal ter wereld erkend, behalve door de Turkse overheid.

Op 10 december vorig jaar diende de officier van justitie een aanklacht in tegen uitgever Zarakolu op grond van artikel 159 van de Turkse constitutie. In de aanklacht worden passages uit het boek aangehaald die volgens officier van justitie Ismail Onaran de staat ondermijnen en beledigen. Zoals: «Er blijven verbanden tussen de slachting onder de Armeniërs en de oprichting van de republiek die het hele onderwerp tot taboe maken»; «Zonder twijfel zal het moeilijk te accepteren zijn dat er zich dieven en moordenaars onder de heldhaftige stichters van Turkije bevonden»; «De vrijheid die Turkije in de jaren twintig bereikte was bevlekt met het bloed van onschuldige Armeniërs».

De eerste rechtszitting was op 19 maart 2004, ook in aanwezigheid van buitenlandse waarnemers van PEN en Human Rights Watch. Het proces kon toen geen doorgang vinden, omdat de vrouwelijke rechter niet precies wist op welke passage de aanklacht was gebaseerd, hoewel de officier van justitie de gewraakte passages had aangehaald. Ze riep een commissie van drie academici van de universiteit van Istanbul in het leven om de passages te onderzoeken. De volgende zitting werd gepland voor nu, 17 mei.

De rechter zegt tegen Zarakolu, die de zaal is binnengelopen: «Er is niemand, dus we kunnen beginnen.» Voordat Zarakolu iemand kan waarschuwen, vertelt de rechter dat de academici nog niet klaar zijn met hun bevindingen. De zaak wordt verdaagd naar 20 september.

Na dertig seconden is de zitting voorbij. Zarakolu is verbluft. De veronderstelling is dat de rechter een proces niet goed aandurft; dit is een strategie om ervoor te zorgen dat de buitenlandse waarnemers op een gegeven moment weg zullen blijven en dat de rechter zonder pottenkijkers zijn gang kan gaan.

Na het plotselinge opduiken en verdwijnen van de rechter neemt Zarakolu ons mee naar het souterrain om de hoek in een drukke winkelstraat waar uitgeverij Belge is gevestigd. Eigenlijk was dit het depot van het bedrijf. Maar nadat in 1995 het pand van zijn uitgeverij werd vernield door een bomaanslag heeft hij zich hier teruggetrokken als letterlijk ondergrondse uitgeverij. In de rekken staan naast nationale en internationale literatuur – onder meer Het proces van Kafka – ook veel boeken over minderhedenkwesties in Turkije: over Armeniërs, Grieken en Koerden. Belge is gespecialiseerd in hun oral history.

Het boek van George Jerjian past goed in het assortiment. Jerjian vertolkt de herinneringen van zijn grootmoeder aan de genocide en hoe zij is gered door een Turkse districtsgouverneur. In het tweede deel van zijn boek beschrijft hij hoe de waarheid over de genocide wordt verhuld. Uit dit deel zijn de citaten afkomstig op grond waarvan Zarakolu voor het gerecht is gedaagd. Jerjian breekt ten slotte een lans voor verzoening tussen de beide volkeren met een idealistische droom over de toekomst van Turkije en Armenië in 2023.

Het proces ligt ook gevoelig met het oog op de door het Turkse parlement gewenste toetreding tot de EU. Op 1 juni is in Turkije een nieuwe grondwet van kracht geworden die op termijn de mogelijkheid tot aansluiting bij de EU moet bieden. De oude grondwet dateert uit de jaren twintig van de vorige eeuw en was een aangepaste versie van de Italiaanse strafwet onder Mussolini. Volgens Sanar Yurdatapan, die twee jaar geleden een prijs ontving van Human Rights Watch, is de nieuwe grondwet op één punt in ieder geval nauwelijks veranderd. Artikel 159 is nu artikel 301 geworden en iets anders geformuleerd; er wordt nu gesproken over «belediging van de Turkse identiteit en het Turkse parlement» (strafmaat van zes maanden tot drie jaar). Wat die beledigingen kunnen inhouden is bij de toelichting op een ander artikel te vinden. In artikel 305 gaat het om «handelingen die in strijd zijn met het nationale belang, met directe of indirecte inkomsten» (strafmaat van drie tot tien jaar). Met name de aanwezigheid van het Turkse leger op Cyprus en massamoorden in het verleden – zonder overigens de Armeniërs en Koerden te noemen – zijn voorbeelden die worden aangehaald.

Yurdatapan wil proefprocessen uitlokken door het artikel bewust te overtreden: een symbolisch bedrag uit het buitenland zal worden overgemaakt ten gunste van zijn organisatie en dat geld verdeelt hij onder sympathisanten. Dan zal de officier van justitie zijn organisatie volgens artikel 305 moeten vervolgen.