Interview met Tony  Swaanswijk- Koek over Lucebert

‘Er is nog veel te doen’

Vorig weekend opende in het Stedelijk Museum Schiedam een overzichtstentoonstelling van het werk van Lucebert. Weduwe Tony Swaanswijk-Koek was aanwezig op de vernissage. ‘Het werk kwam altijd op de eerste plaats.’

Tweeënhalf jaar is er aan het overzicht gewerkt, en dat laat zich aanzien. Schilderijen, tekeningen, gedichten, foto’s, keramieken, tijdschriften, boeken – alles is er. Ook de aankleding mag er zijn: vanaf opgeblazen foto’s grijnst de kunstenaar zijn publiek toe, over de geluidsinstallatie klinkt zijn dreinerige stem: ‘Ik draai een kleine revolutie af, ik draai een kleine mooie… et cetera.’ Prominent aanwezig op de vernissage is ook Tony Swaanswijk-Koek (79), de weduwe van Lucebert: klein, gedrongen, met licht hangende ogen en leunend op een stevige wandelstok wandelt ze van zaal naar zaal. Af en toe stopt ze om te poseren voor een fotograaf (‘Waar wil je me hebben?’) of om een vraag van een journalist te beantwoorden (‘Of die armelijke figuren iets te maken hebben met het communisme? Nou, dat vind ik wel een beetje ver gezocht.’).

Vorig jaar april was mevrouw Swaanswijk-Koek nog in het nieuws, omdat ze het rijk tweehonderd schilderijen en tweeduizend werken op papier schonk. Het leeuwendeel van de kunstwerken op de tentoonstelling is uit die gift afkomstig. Een kleine selectie hield ze voor zichzelf. Ook uit die verzameling is geput.

We bekijken de omslag van de catalogus. Lucebert (1924-1994) kijkt in de lens met de blik die hij vaker heeft op foto’s, half geamuseerd, half spottend, de puntige linkerwenkbrauw opgetrokken waardoor hij iets duivels krijgt.

Knappe vent.

Tony Swaanswijk-Koek: ‘Het is een mooie man, ja, maar daar heb ik nooit aan gedacht. Ik viel voor zijn benadering, de manier waarop hij praatte. Hij was niet bijzonder komisch, maar hij wist wel te lachen. Én hij kon mij aan het lachen maken. Nee, niet alleen met zwarte humor.’

U hebt ruim veertig jaar met Lucebert samengeleefd. Hoe zagen jullie dagen eruit?

‘Vroeg opstaan. Samen ontbijten. Om een uur of negen, half tien ging Lucebert naar zijn atelier om te tekenen. Dat deed hij altijd eerst: tekenen. Hij werkte altijd, óók op vakantie, óók als er bezoek was. Over wat hij maakte, was hij nooit tevreden. Maar dat is normaal. Z’n humeur leed er gelukkig niet onder. Hij liet nooit merken wanneer het werk niet goed ging. Hij werkte gewoon door tot het wél goed ging. En als het af was, kreeg ik het op mijn bureau, dan bespraken we het.’

Over andermans werk was hij minder kritisch.

‘Daarover was hij mild. Ik kan me niet herinneren dat hij ooit heeft afgeven op een kunstenaar met minder kwaliteiten dan hij. Hij wond zich wel op over dingen: over politiek en maatschappelijke toestanden. Nooit over collega’s.’

Jullie hebben vijf kinderen. Was hij een goede vader?

‘Een lieve vader. Maar we gingen niet naar het voetballen of naar pretparken. We hadden er het geld niet voor, en het interesseerde ons ook niet. Het werk stond altijd op de eerste plaats. Nee, dat heb ik nooit jammer gevonden. Dat kun je je misschien niet voorstellen, maar wij hadden het zo fijn samen, het kwam helemaal niet in mijn hoofd op om dat jammer te vinden.’

Gaven jullie om luxe?

‘Niets. Jammer, hè? Luxe: dat is iets van deze tijd. Mijn man heeft nooit een dubbeltje in zijn zak gehad. De kleren die ik nu draag, zijn al tien jaar oud. Ik vind winkelen verschrikkelijk. Heb altijd zelf kleding gemaakt. Voor de kinderen, maar ook voor Luce. Overhemden. En gebreide truien.’ Ze wijst naar de omslag van de catalogus: ‘Die heb ik volgens mij ook gebreid.’

Uw man is in 1994 overleden. Hoe brengt u tegenwoordig uw dagen door?

‘Ik werk. De collectie is een zware erfenis, waar ik van tevoren nooit over heb nagedacht. Luce hield zich niet bezig met inventariseren, noteerde nooit iets. Ik heb een dochter die twee dagen in de week bij me werkt. Er is nog veel te doen: nu eens hier een tentoonstelling, dan weer daar. Denemarken, Spanje, noem maar op. Daar komen nog alle mensen bij die over hem schrijven. Mijn leven is net zo druk als altijd. Maar dat geeft niet. Ik zou het werk niet willen missen.’

En de kunsten, volgt u die nog?

‘Natuurlijk. Ik hou het bij. Wel associeer ik nieuw werk vaak met de kunst van vroeger. Je bent toch geconditioneerd door datgene wat je zag terwijl je volwassen werd. Waar ik weinig mee heb, dat zijn die installaties. Vaak denk ik: dat had ik zelf ook kunnen maken. Dat spreekt me niet aan. Het moet wel een beetje knap zijn.’

Lucebert. Schilder, dichter, fotograaf_, Stedelijk Museum Schiedam, tot 3 juni_