De onmogelijke taak van Aung San Suu Kyi

‘Er is nog zo veel kapot in ons land’

Het blijft onrustig in Birma, ook nu Aung San Suu Kyi geen huisarrest meer heeft. Toen kon ze als symbool van geweldloos verzet brandschone handen houden. Haar huidige positie als politica is ingewikkelder, met name wat de ­positie van etnische minder­heden betreft.

Op de ochtend van 22 juni bieden de trappen rond de Royal Festival Hall een exotische aanblik onder de grauwe lucht van winderig Londen. Zijden longyi’s (sarongs), stoffen tassen, kanten blouses, kleurige sjawls en fluwelen slippers – van heinde en verre komen Birmezen in hun traditionele kleding om het bezoek van Aung San Suu Kyi te vieren. Voor het eerst in 24 jaar is de Birmese politica terug in het land waar ze studeerde en een gezinsleven opbouwde voordat ze in 1988 de Birmese politiek in stapte. Nadat de oppositieleidster dagenlang van de ene naar de andere Europese ceremonie heeft getoerd is nu het moment aangebroken voor een groots Birmees onthaal.

Het gezicht van de ex-politieke gevangene Khun Saing staat bleek en zijn ogen zien daas van het gebrek aan slaap terwijl hij aan jonge Birmezen nog wat instructies doorgeeft. Weken is hij met andere oudgedienden uit de dissidentenbeweging in de weer geweest om de ontvangst van Suu Kyi in goede banen te leiden. ‘Iedereen wilde haar voor zijn eigen agenda kapen’, verzucht hij. De Birmese diaspora is een notoire slangenkuil van talloze groepen die elkaar nauwelijks het licht in de ogen gunnen. Maar Khun Saing en zijn vrienden vonden dat het een feestelijk eerbetoon moest worden en geen politieke manifestatie die alleen maar tot meer ruzies zou leiden. Uit ergernis over dat standpunt haakten enkele groepen af.

Khun Saing knoopt zijn goudkleurige zijden longyi opnieuw vast en trekt zijn zwarte kraagloze jasje dicht. ‘Mijn familie uit Rangoon heeft me deze kleren net op tijd weten te bezorgen’, vertelt hij met een glimlach. Met die opmerking probeert hij zijn emoties over zijn weerzien met Suu Kyi te verbergen. Het is 23 jaar geleden dat hij haar sprak in het net opgerichte kantoor van haar partij, de Nationale Liga voor Democratie in Rangoon. Destijds twijfelde hij als door­gewinterde dissident die al jaren achter de tralies had doorgebracht aan haar betrokkenheid. Ze was een nieuwkomer op het politieke toneel met een echtgenoot en twee jonge zoons buiten Birma – zou ze de verplichting die ze hier aanging kunnen volhouden?

Hij stapte op haar af en vroeg: ‘Het valt niet te voorspellen hoe lang onze strijd zal duren, maar hij zal ongetwijfeld lang zijn. Heeft u al besloten in ons land te blijven?’ Hij begreep dat Suu Kyi zichzelf die vraag al lang gesteld had, want haar antwoord kwam zonder aarzelen. ‘Ja, natuurlijk blijf ik’, antwoordde ze. Khun Saing keek naar haar kalme gezicht en geloofde haar. Tot de dag van vandaag voelt hij zich bezwaard dat hij het land uit vluchtte om aan een nieuwe arrestatie te ontkomen, terwijl zij in Birma onder huisarrest achterbleef. Hij is lang niet de enige in de kleurige menigte die worstelt met een schuldgevoel en de vraag of de tijd rijp is om naar huis te gaan.

Er klinkt gejuich als de schijnwerper op het toneel Suu Kyi’s frêle verschijning vangt. ‘Eén in de plicht voor ons kostbare land’, komt het volkslied uit honderden kelen. De korte toespraak van Suu Kyi is in het Birmees en bevat de gebruikelijke thema’s. Ze pleit voor steun aan onderwijs en vakgerichte opleidingen. Ze roept haar overzeese landgenoten op zich in te zetten voor hun land. Ze prijst de nieuwe president van Birma, maar vermijdt verder politieke onderwerpen. Zangers, dansers en komieken vullen het toneel. Met een mengeling van formaliteit en lichte chaos en zonder Britse vips is de bijeenkomst in het 2500 stoelen tellende theater nadrukkelijk een Birmese aangelegenheid.

Als de zaal twee uur later leegstroomt, maakt Khun Saing de balans op van wat Suu Kyi thuis te wachten staat. ‘Er is nog zo veel kapot in ons land. Haar taak is onmogelijk’, zegt hij, alsof het weerzien dat besef opnieuw heeft losgemaakt.

In het scala van ontvangsten dat Suu Kyi tijdens haar zestiendaagse reis door Zwitserland, Noorwegen, Ierland, Groot-Brittannië en Frankrijk ten deel viel, was van een dergelijke bezorgdheid weinig te merken. Terwijl Suu Kyi in haar toespraken waarschuwde dat er nog een lange ongewisse weg te gaan was, overheerste het feestgedruis. Media, beroemdheden en politici troefden elkaar af in loftuitingen over de Birmese gast. Icoon van de Vrede, Baken van Hoop, Ongebroken Kampioen van Vrijheid luidden enkele van de vele verbale lauwerkransen.

Bono vloog Suu Kyi in zijn privé-jet van Oslo naar een door Amnesty International georganiseerd concert in Dublin. Prins Charles nodigde haar uit om een boom te planten in zijn tuin en ook Downing Street 10 zette de deur wijd open. In het Britse parlement sprak ze zowel het Hogerhuis als het Lagerhuis toe, een zeldzame eer die slechts drie andere buitenlandse gasten, onder wie Nelson Mandela en Barack Obama, te beurt viel.

Terwijl Europese prominenten zich op het absurde af verdrongen om een glimp van haar charme en charisma op te vangen, sloegen thuis de Birmese leiders haar tournee in stilte, maar met argusogen gade. Een privé-kanaal zond live enkele beelden uit, maar de staatsomroep zweeg veelbetekenend. Insiders menen dat het spanningen geeft dat Suu Kyi, die na de tussentijdse verkiezingen van 1 april parlementslid is, met de egards van een staatshoofd wordt behandeld terwijl president Thein Sein nog vrijwel geen bordes heeft betreden. Een paar weken eerder gelastte hij een bezoek aan Thailand af. De trip viel samen met Suu Kyi’s verblijf en de Birmese president voelde op zijn klompen aan dat hij de tweede viool zou moeten spelen. Om het Birmese staatshoofd gezichtsverlies te besparen haastte de Britse regering zich hem een officiële uitnodiging in het vooruitzicht te stellen net voordat Suu Kyi de beide parlementen toesprak.

Suu Kyi noemde tijdens haar tournee Thein Sein herhaaldelijk als een man in wie ze vertrouwen heeft, maar Birma-kenners vragen zich af of haar _high profile-_bezoek een terugslag zal veroorzaken in de fragiele verhoudingen tussen de oppositieleidster en de ex-militair.

Ook de timing van haar tournee was ongelukkig. Vlak voordat Suu Kyi in het vliegtuig stapte, braken in West-Birma gewelddadigheden uit tussen de moslimminderheid, de Rohingya’s, en de boeddhistische inwoners van de staat. Een paar dagen later kondigde de president de noodtoestand af in het gebied. Tegen de tijd dat Suu Kyi in Oslo haar lang uitgestelde toespraak hield voor de Nobelprijs die haar in 1991 was toegekend, waren in haar vaderland tienduizenden burgers op de vlucht en gingen duizenden huizen in vlammen op. In Rangoon klonken bezorgde stemmen dat Suu Kyi met haar vertrek de boodschap afgaf dat ze de spanningen en het inzetten van het leger om de orde te herstellen niet serieus genoeg nam. Ook toen het geweld verergerde en het dodental opliep tot zeker tachtig hield Suu Kyi zich op de vlakte om haar verhouding met het thuisfront niet op de spits te drijven. ‘Iedereen moet zich houden aan de wet en iedereen heeft recht op bescherming door de wet’, luidde haar commentaar. Op een persconferentie verklaarde ze niet te weten of de Rohingya’s als Birmezen beschouwd moeten worden.

De Verenigde Naties noemen de statenloze groep een van de zwaarst onderdrukte minderheden ter wereld. Voor simpele rechten als huwelijk, hoger onderwijs en reizen hebben Rohingya’s speciale vergunningen of veel steekpenningen nodig. Zelfs in Sittwe, de hoofdstad van de staat waar de sfeer iets vrijer is dan in de rest van het gebied waar de moslimminderheid woont, is de angst tastbaar en van recente hervormingen is niets te merken. Veel Birmezen vinden de discriminatie van Rohingya’s normaal. Ook een groot deel van Suu Kyi’s achterban is er net als andere Birmezen van overtuigd dat de moslims niet in Birma thuishoren.

Tijdens het recente geweld explodeerden Birmese blogs, Facebook-pagina’s en websites met hatelijkheden als: zwarte monsters, tuig en terroristen. Die wijdverspreide antipathie onder haar aanhangers maakt het voor Suu Kyi lastig manoeuvreren. Het is maar een van de voorbeelden dat haar huidige positie als politica ingewikkelder is dan haar rol in de periode dat ze onder huisarrest verkeerde in haar verweerde villa aan het meer. Toen kon ze als symbool van geweldloos verzet brandschone handen houden.

Terwijl Suu Kyi met een koffer vol onderscheidingen en een eredoctoraat van de universiteit in Oxford huiswaarts keert, wacht haar een complexe situatie. Als ze bijgekomen is van haar Europa-trip zal ze met haar collega’s van de Nationale Liga voor Democratie voor het eerst deelnemen aan de zitting van het parlement. In de tussentijdse verkiezingen van 1 april haalde de Nationale Liga voor Democratie 43 van de 45 zetels in de landelijke en regionale parlementen. Zelfs in Naypyidaw, sinds 2005 de nieuwe hoofdstad en het symbool van de oude macht, wonnen alle vier nld-kandidaten. Het was niet alleen een indicatie van haar enorme populariteit en het respect voor haar vader, de in 1947 vermoorde volksheld Bogyoke (generaal) Aung San, die het land naar de onafhankelijkheid van 1948 leidde – de uitslag vormde ook een massaal nee tegen de autoriteiten.

Tom Kramer, de Birma-deskundige van het Transnational Institute (tni), ziet de bedenkelijke kanten aan die monsterzege. Volgens hem geeft de uitslag de regerende partij de Union Solidarity and Development Party (usdp), die gesteund wordt door het leger, veel zorgen over haar voortbestaan in de aanloop naar de algemene verkiezingen van 2015. De usdp wist slechts één zetel te bemachtigen. ‘Ook degenen die hervormingen doorvoerden, leden een verpletterende nederlaag. Het wordt nu nog maar de vraag of voor 2015 vrije en eerlijke verkiezingen zullen worden toegestaan’, zegt Kramer. Het is positief voor het land dat de nld weer deelneemt aan het politieke proces, maar hij vindt het geen goede ontwikkeling dat kleinere partijen en partijen van etnische minderheden, die de afgelopen jaren bijdroegen aan de prille wind van verandering, werden weggevaagd: ‘En er zijn klachten dat de nld arrogant opereert en veel te weinig bereid is tot samenwerking.’

Hoewel de deelname aan het parlement grote symbolische betekenis heeft, is de politieke invloed van Suu Kyi’s partij in het landelijke parlement met 664 zetels beperkt. De door de militairen gesteunde usdp en het leger hebben een fikse meerderheid. Met haar kleine groep deels onervaren collega’s belandt Suu Kyi in een lastig krachtenveld. De grondwet garandeert de militairen 25 procent van de zetels en het leger heeft nog altijd grote politieke bevoegdheden. De nld vindt dat die ondemocratische constitutie aangepast moet worden, maar daarvoor is een meerderheid van 75 procent nodig.

‘Om haar geloofwaardigheid en principes te behouden moet Suu Kyi dat standpunt trouw blijven, maar tegelijkertijd is het gevaarlijk als ze nu een confrontatie met het leger aan zou gaan’, zegt Khine Win, een academicus die gespecialiseerd is in beleidskwesties. Net als veel andere Birmezen is hij er nog niet van overtuigd dat de hervormingen verder zullen doorzetten. Binnen het leger en de regering bevinden zich machtige tegenstanders van verandering. Met haar nieuwe functie loopt Suu Kyi het risico dat ze in een traject is gestapt dat nog kan stagneren. ‘Als dat gebeurt, zal het een knauw aan haar status geven.’ Hij denkt dat Suu Kyi hoe dan ook met onvrede van haar aanhangers te maken zal krijgen als blijkt dat verbetering van hun lot uitblijft: ‘De verwachtingen zijn veel te hooggespannen en de economische problemen zijn levensgroot.’ Het proces van transitie is ook kwetsbaar omdat het vooral op twee personen leunt: Aung San Suu Kyi en de hervormingsgezinde president Thein Sein. Het staatshoofd heeft een pacemaker en ook de gezondheid van Aung San Suu Kyi was de afgelopen maanden regelmatig precair. ‘We moeten er niet aan denken dat een van de twee iets overkomt’, klinkt het overal in Birma bezorgd.

Suu Kyi staat aan het roer van een partij waar het allesbehalve rozengeur en maneschijn is. Een weinig visionaire, bejaarde garde zwaaide de scepter over de partij in de ruim vijftien jaar dat Aung San Suu Kyi in huisarrest zat. Sinds haar vrijlating in 2010 zijn de banden met de jongere generatie door Suu Kyi weer aangehaald. Maar bij bezoeken aan het nld-kantoor is duidelijk te merken dat de komst van fris bloed bij een aantal oudgedienden niet goed valt. Niet voor niets heeft Suu Kyi regelmatig met de jongeren van de partij bijeenkomsten in haar villa in plaats van op het kantoor verderop in de stad. Ook op haar tour door Europa reisden nieuwkomers en geen oudgedienden in haar entourage mee.

In zijn riante woonkamer met brede banken en boekenkasten met vergeelde foto’s van de rijke Shan-historie legt Khun Htun Oo, een bejaarde leider van de Shan-minderheid, uit dat Suu Kyi en haar partij nog een ander heikel punt op hun bordje hebben liggen. De oppositieleidster hamert voortdurend op democratisering en het versterken van de rechtsstaat, maar de minderheden die een derde van de bevolking vormen, wachten met ongeduld af wat haar partij gaat doen om hun wens om gelijke rechten binnen een federale staat te steunen. ‘De toekomst van Birma staat of valt met de relatie tussen de regering en de etnische minderheden’, zegt de politieke veteraan.

Hoewel diverse etnische leiders net als Khun Htun Oo zeggen dat ze Suu Kyi op z’n minst het voordeel van de twijfel geven, neemt hun scepsis toe omdat de nld slechts mondjesmaat van zich laat horen over de positie van de etnische minderheden. Hoewel Khun Htun Oo van de nld een actievere opstelling verwacht, waarschuwt hij ook voor de gevoeligheid van het onderwerp: ‘Wij etnische minderheden weten wel wat we met federalisme bedoelen. Maar voor veel militairen betekent die term hetzelfde als separatisme. En het uiteenvallen van de Unie is voor het leger nog altijd het grootste kwaad.’

Het is niet duidelijk in hoeverre president Thein Sein het Birmese leger onder controle heeft. Ondanks zijn belofte dat de vijandelijk­heden gestaakt zouden worden woeden in een deel van de afgelegen Kachin-staat tegen de grens met China al maandenlang felle gevechten die tienduizenden burgers op de vlucht joegen. In een wijk in Rangoon waar veel Kachin wonen, vertellen jonge mannen dat ze bereid zijn hun stadse bestaan op te geven om zich aan te sluiten bij het rebellenleger. Het is een ongekende radicalisering onder de bevolkingsgroep die in 1992 als eerste van de grote rebellenlegers een wapenstilstand met het centrale gezag sloot.

In een kleine kamer boven een wirwar van straatjes zegt een kerkelijk leider van de Kachin: ‘Suu Kyi of geen Suu Kyi, ik heb geen enkel vertrouwen in het politieke proces.’ Het is veelzeggend dat hij in hartje Rangoon, waar sinds enkele maanden een wind van meer vrijheid waait, als vanouds anoniem wil blijven.