Televisie: Een populaire afvalrace

Er kan er maar één de winnaar zijn

Artistieke prestaties zijn niet objectief te meten. ‘We vergelijken hier appels met peren’, verzuchten de tv-juryleden van talentenjachten (The Next Zus en Zo…) als ze uit even sterke kandidaten de beste moeten kiezen.

Lucas Hamming wint de finale van Maestro van Monic Hendrickx. December 2019 © Ramon van Flymen / ANP

Een zestienkoppige band met blazers en strijkers! Een podiumbrede showtrap om van af te dalen! En dan All that Jazz, de swingende hit uit de musical Chicago, compleet met een dansensemble. Het avrotros-programma Op zoek naar Maria was dit jaar meer dan welkom. Terwijl de theaters zieltogend wachten tot ze weer open kunnen en podiumkunstenaars werkeloos thuis zitten, trakteerde de televisie zeven zondagavonden op een groot bezette musicalshow. Tien jonge musicalactrices mochten hun zang- en danskwaliteiten demonstreren, strijdend om de hoofdrol in de klassieker The Sound of Music, die later in theaters zal gaan spelen. Wat dat voor hun carrière kan betekenen, bewees Freek Bartels afgelopen week. De winnaar van Op zoek naar Joseph (2008) schopte het tot Jezus in het kruistochtevenement The Passion.

Toch waren de tien mogelijke Maria’s niet alleen maar te benijden. De corona-editie van Op zoek naar… was kaler dan de voorgaande. De ‘dames’, zoals ze steevast werden genoemd, moesten hun solo-optredens doen voor een lege zaal. Een applausband leverde plichtmatig bijval en bood niet de warmte van een omarmend publiek. Geen geprojecteerde wanden vol juichende thuiskijkers zoals die bij de live-shows van The Voice of Holland magisch verschenen. In plaats daarvan één karig zoomkader per kandidaat, waarin familie en vrienden geluidloos hun enthousiasme mochten mimen.

De leegte in het theater waar vanuit Op zoek naar Maria werd uitgezonden, verscherpte de onaangename kantjes van de oorspronkelijk Britse formule. Hol klonken de ronkende cliché-aankondigingen van presentator Frits Sissing met zijn moedeloos makend duffe grapjes (‘Het enige negatieve hier is de uitslag van al onze coronatesten!’). Schoolmeesterachtig belerend werden de kandidaten, de meeste geen totale beginners in het vak, toegesproken door de jury onder leiding van musicaldiva Pia Douwes. Dat Richard Groenendijk daarbij het snedigst uit de hoek kwam (‘We zijn op zoek naar een nieuwe Maria en niet naar een paar tuinstoelen!’) droeg niet bij aan de zwaartekracht van het deskundige viertal. De cabaretier vertolkte een keer of vijf een karakterrol in een musical, maar heeft met de supermoeilijke combinatie van zang en dans nul ervaring.

Scherper kwam deze keer naar voren dat er iets vernederends schuilt in deze openbare audities. De uniforme strakke, korte glitterjurkjes in elk een toegewezen kleur waarin de ‘Maria’s’ hun groepsnummers deden. De verplichte aanbidding waarmee ze na het gezamenlijke openingslied in twee rijen uiteen weken om de showtrap-afdaling van Sissing van applaus te voorzien, die hen daarna vaderlijk wegstuurde: ‘Gaan jullie je maar gauw verkleden voor je volgende optreden.’ En de stralende lach waarmee ze na afloop van een uitputtende solo, ook als de jury net gezegd had dat ze ‘een onderlaag’ hadden gemist of dat ze hun ‘acteertrucjes’ de volgende keer achterwege moesten laten, in de camera moesten kijken terwijl Sissing de kijkers thuis vertelde hoe ze ‘gratis’ op hun favoriete Maria konden stemmen. Want hoe genereus het ook is als televisie een aandeel levert in de talentontwikkeling van de (podium)kunsten, om de een of andere reden schijnt dat alleen te kunnen in een afvalrace waarbij elke week een kandidaat wordt weggestemd. Heel Holland bakt, maar dan voor ervaren of nog onontdekte kunstenaars die tegen elkaar uitkomen in een competitie waarbij er maar één de winnaar kan zijn.

De televisie heeft een gul aanbod in dit genre. Er zijn wedstrijden voor onbekend zangtalent in versies voor kinderen, senioren en voor alles daar tussenin. Dansprogramma’s laten talentvolle amateurs tegen elkaar strijden, of onervaren BN’ers die aan een professionele partner worden gekoppeld. In Het perfecte plaatje beconcurreren BN’ers elkaar op hun eventuele talent voor fotografie. Er zijn afvalraces waarin jaarlijks een Holland’s Next Top Model wordt gekozen, en sinds kort (op Videoland) The Next Dutch Make-Up Star. sbs6 verraste onlangs met IJsmeesters, een koud kunstje voor de maker van de beste ijssculptuur. De publieke omroep, die het stimuleren van de kunstbeleving in het takenpakket heeft, gaat net zo hard mee in deze trend als de commerciële zenders. Zo meende avrotros inzicht te geven in de kneepjes van het dirigentenvak met de afvalwedstrijd Maestro waarin BN’ers zonder enige know-how met een stokje voor een professioneel orkest worden gezet. En wachten op dit moment honderden aspirerende schilders – vorig jaar bijna duizend – op bericht van Project Rembrandt, want op 15 april wordt duidelijk wie doorgaat naar de volgende selectieronde. In het derde seizoen van het ntr-programma zal opnieuw worden gestreden om de titel ‘Beste amateurkunstschilder van Nederland’.

Zo’n kunstwedstrijd levert aantrekkelijke televisie op, waar de kijker het een en ander van kan opsteken. Het is leuk om kennis op te doen over een discipline met de bijbehorende vaktermen. Om te leren wat in de schilderkunst clair-obscur is, wat ‘smizen’ is voor een fotomodel, en dat een blok geperste sneeuw heel andere sculpturale mogelijkheden biedt dan een blok ijs. En het is razend interessant om de prestaties van deelnemers met elkaar te vergelijken. Op techniek kun je niet alles beoordelen. Dat een zanger een valse noot zingt kan een leek nog wel detecteren, maar of een foto haarscherp is genomen is vanaf de huiskamerbank niet te zien.

In alle programma’s dezelfde terminologie. ‘Voor jou eindigt helaas dit avontuur’

De kijker kan wél constateren of een lied, een schilderij of een dansnummer aanspreekt, want kunst moet communiceren. Commentaar gevende deskundigen kunnen helpen om het kijkersgevoel te onderbouwen. Als Richard Groenendijk in Op zoek naar Maria na een optreden van Valerie (de kandidaten hebben op tv alleen een voornaam) zegt: ‘Je gaat voor de klank, niet voor het woord’, dan snap je waarom haar virtuoos gezongen lied nét niet helemaal binnenkwam. Wijst jurylid Lita Cabellut er in Project Rembrandt op dat de compositie van een behoorlijk knap met houtskool getekend landschapstafereel geen samenhang heeft en de onderdelen ervan te los van elkaar staan, dan onderbouwt ze jouw vage notie dat deze tekening minder eh… goed is dan een andere.

Negen overgebleven Maria’s zingen You Can’t Hurry Love in de tweede aflevering van Op zoek naar Maria. 28 februari © AVROTROS

Dat de afvalrace bij tv-programma’s over kunstzinnige disciplines zo populair is, valt best te begrijpen. Dat elke week iemand wordt weggestuurd, vergroot de prestatiedruk op deelnemers. Competitie is de kunstwereld ook niet vreemd. Opleidingen hebben strenge selectieprocedures waar slechts enkelen doorheen komen. Acteurs, zelfs de bekendste, moeten hun leven lang auditie doen voor rollen die ze ambiëren. Theatermakers en muziekgezelschappen zijn elkaars concurrenten als ze meedingen in nationale of plaatselijke subsidierondes, in de hoop aanspraak te maken op potjes waar altijd te weinig geld in zit.

Voor beeldend kunstenaars zijn wedstrijden die gemeenten uitschrijven een geijkte manier om aan opdrachten te komen. Je kunt stellen dat een wedstrijd niet passend is voor artistieke prestaties, want die zijn niet objectief te meten. ‘We vergelijken hier appels met peren’, verzuchten tv-juryleden regelmatig als ze uit even sterke kandidaten de beste moeten kiezen. Bij een sportcompetitie, bij een strijd om wie de meeste legoblokjes kan laten omvallen of wie het snelst met zijn hoofd een serie watermeloenen kan pletten, is het helder waar een winnaar aan moet voldoen. Bij het rangschikken van zangers, dansers, schilders of fotografen waar technisch niks op aan te merken valt, komt het aan op creativiteit, passie en verbeeldingskracht. Op het vermogen om een verhaal te vertellen, een emotie over te dragen, uitdrukking te geven aan een binnenwereld. Dat vindt plaats in de wisselwerking tussen de kunstenaar en de luisteraar/beschouwer, en wat de een zwaar ontroert kan een ander koud laten.

Tegelijk maakt juist de relativiteit van een kwaliteitsoordeel het zinnig om kunstprestaties in het openbaar met elkaar te vergelijken. Voor het predikaat ‘artistieke kwaliteit’ is een meerderheid nodig van deskundigen die het met elkaar eens zijn. En het bevindt zich niet, zoals bij sport het geval is, tussen de uitersten ‘goed’ en ‘slecht’, zoals theaterregisseur en kunstmanager Marc-Jan Trapman ooit helder uitlegde in een essay voor de Kunstenbond FNV. Artistieke kwaliteit wordt toegekend aan datgene wat in positieve zin afwijkt van het gemiddelde. Bij een televisiewedstrijd, waar alle kandidaten dezelfde opdracht krijgen die ze in dezelfde tijd moeten voltooien, is dat gemiddelde voor iedereen waarneembaar. En kunnen juryleden, de toejuichers in de zaal én de kijkers ervaren wat er boven dat gemiddelde uit springt. Dat kan ook het gemiddelde zijn van één bepaalde kandidaat, als deze de verwachtingen overtreft die op basis van eerdere afleveringen niet zo hoog waren.

Het is eindeloos fascinerend om mee te maken hoe een onzekere zenuwpees zich, geholpen door de lessen en aanwijzingen van ervaren juryleden of coaches, ontpopt tot iemand die techniek zo aan bezieling paart dat hij of zij er anderen mee in verrukking brengt. En hoe een individu er ineens in slaagt om uitdrukking te geven aan een unieke binnenwereld. ‘Ik voel me begrépen’, verzuchtte cabaretier Stefano Keizers, die in zijn eigen omgeving nooit degene was die de foto’s nam omdat hij daar te onhandig voor was, maar die in Het perfecte plaatje de deelnemer bleek met de origineelste ideeën en nu de talkshow van Humberto Tan afsluit met een verrassende weekfoto.

Minuten zendtijd gaan verloren aan het gejammer van ­juryleden

Zelfs bij een make-up-artiest blijkt het om expressie van een persoonlijk verhaal te gaan, zo leert ons het Videoland-programma Glow Up. ‘Wat híer zit’, wijst jurylid en coach Nikki de Jager, wereldberoemd als visagiste Nikki Tutorials, naar de hersenpan van een geblokkeerde wedstrijdkandidaat, ‘moet híer komen’, waarbij ze naar het gezicht van de wanhopige jongeman gebaart. De nadruk op ontwikkeling brengt wél met zich mee dat onervaren deelnemers een streepje voor hebben op degenen met ervaring. Dus worden oudere deelnemers bij The Voice steevast weggestemd omdat jongere meer ‘mogelijkheden tot groei’ beloven. En zag je al aankomen dat Sebastiaan de eerste editie van Project Rembrandt zou winnen omdat de jury telkens fluisterde het niet te gelóven dat hij voor het programma nog nooit had geschilderd. De ‘gunfactor’ speelt een grote rol bij de beoordeling van deelnemers. Die krijg je als je persoonlijke tragedies hebt overwonnen, bij de kassa van een supermarkt werkt, of als je ondanks fouten of blunders zo innemend bent dat de jury of het publiek van je is gaan houden.

Het wordt pas echt leuk als stemmende kijkers een ander idee hebben over de gunfactor dan de jury. ‘Als we nou allemaal gaan stemmen op wie we zielig vinden, dat had ik op mijn derde al een duet met Liza Minelli gezongen!’ riep Richard Groenendijk toen het publiek de verkeerde twee Maria’s onderaan had laten eindigen, waarop de jury volgens de formule één van hen naar huis moest sturen. Het verschil van mening tussen de thuisstemmers en de coaches resulteerde bij de afgelopen Voice-editie in een spectaculaire strijd om Jasper, die alleen onder de douche zong voordat hij de eerste rondes doorkwam met zijn prachtige stem, maar in de live-shows geen toon wist te raken. ‘Dit slaat natuurlijk – sorry Jasper – fokking nérgens op’, brieste coach Anouk toen Jasper na wéér een tenenkrommende mislukking door de kijkers in de race werd gehouden. Tegen stemmend Nederland: ‘Zijn jullie helemaal koekoek geworden!’ Bij de finale, waar de klungelaar tot zijn eigen onthutsing in terecht was gekomen, pleitte Anouk voor een ander systeem waarbij niet de kijkers maar de coaches bepalen wie er doorgaat in de live-shows. Gelukkig voor Jasper won hij niet, maar nog nooit was een Voice-finale zo bloedstollend want je kreeg al buikpijn als deze zanger aan de beurt was.

Ook bij Project Rembrandt vonden ze het nodig om het deskundigenoordeel over figuratieve schilders die in de stijl van de oude meesters moeten werken aan te lengen met de stem des volks. Elke week bepaalt daar een wisselende publieksjury – de voetbalclub waarvan leden model stonden voor een te schilderen groepstafereel, relatietherapeuten en rouwambtenaren bij een opdracht over de liefde – de rangorde van de kandidaten. De deskundigenjury kan een van de twee laagst geëindigden ‘redden’. Aan die twee kenners wordt dan ook nog een BN’er toegevoegd. Zonder noemenswaardige schilderkunstige kennis, maar vol geinige spontaniteit. Cabaretier Roué Verveer, schrijfster Heleen van Royen en, daar was-ie weer: Richard Groenendijk. Hilariteit alom als zangeres Simone Kleinsma een snaakse blik werpt op de blote piemel in een naaktportret: ‘Nou, jij hebt de koe bij de horens gevat!’

Treurigmakend is het dat zo’n nieuw bedacht programma, waar het Rijksmuseum zijn deuren voor openstelt en zijn specialisten een rijkdom aan inzichten laat verschaffen, de geijkte formule overneemt van al die andere afvalraces. Buitengewoon irritant aan dit genre is dat de programmamakers de spanning van de onderlinge competitie belangrijker maken dan de artistieke ontwikkeling van de kandidaten. Een met een opdracht worstelende schilder krijgt bij Project Rembrandt amper ruimte om te vertellen wat hij of zij precies aan het doen is. Na een kort bezoekje aan de ploeteraar richt presentator Annechien Steenhuizen zich alweer tot de kijkers: ‘Gaat koploper Giel nu fináál de mist in?’

Het format gaat gepaard met selectierituelen die in bloedige ernst middels uitgekauwde formuleringen worden voltrokken. ‘Jij mag een stap naar voren doen.’ ‘Jij bent veilig en mag terug naar de groep.’ ‘Voor jou eindigt helaas dit avontuur.’ Alle programma’s grossieren in dezelfde terminologie. De laatst geplaatste kandidaten moeten tegen elkaar strijden in de ‘sing-off’ (Sissing: ‘Het moment waar jullie ’s nachts badend in het zweet van wakker worden’), de ‘dance-off’, en bij Glow-Up de ‘face-off’. Het woord ‘gevarenzône’ kan de kijker niet meer hóren. Minuten zendtijd gaan verloren aan het uitrekken van de bekendmakingen en het gejammer van juryleden die door de publieksstemming zijn gedwongen alweer een onmogelijke keuze te maken. Verschrikkelijk dat er iemand moet afvallen. Maar het móet!

Er moet natuurlijk helemaal niks. Het staat elke uitzendgemachtigde vrij om voor een andere opzet te kiezen. De fijnste televisiewedstrijd ooit was De beste singer-songwriter van Nederland, die bnnvara vier seizoenen uitzond. Acht deelnemers die in openbare voorrondes door een vakjury waren geselecteerd, bleven tot het eind aan het programma meedoen. Elke aflevering presenteerden zij een vers geschreven nummer naar aanleiding van een thema. Gerenommeerde liedjesschrijvers en muzikanten kwamen bij de voorbereidingen helpen en door middel van de opnamen daarvan kon de kijker meemaken hoe een nieuwe song stap voor stap ontstond. De jury koos wel elke week een winnend liedje, en de maker kreeg als prijs een optreden bij de radio of op een muziekfestival. Maar er werd niemand weggestuurd. Er was geen publieksstemming. In de laatste aflevering wees presentator Giel Beelen, bedenker van het programma, in z’n eentje de winnaar aan, op basis van alle vervaardigde en uitgevoerde nummers.

Vreemd dat dit geen navolging heeft gekregen. Het was de enige wedstrijd op tv waarin alle aandacht ging naar het artistieke creatieproces, en het was een genot om de acht deelnemers daarin te volgen. De kunstenaars kregen geen rapportcijfers, noch de vraag om elkaars hand vast te houden bij het bekendmaken van de wekelijkse verliezer. Ze werden serieus genomen. En de kijkers eindelijk ook.