Er kan nog meer bij

Emily Prager, De getatoeeerde vrouw (1991). Vertaling Anton Oomen, uitgeverij Wereldbibliotheek, 234 blz., f 36,50
Misschien is het satire, dan heb ik niks gezegd. Maar dan moet alles aan dit boek satire zijn, ook het curriculum vitae van de auteur, Emily Prager, die ooit een antropologiestudie combineerde met een sterrol in een Amerikaanse soap-opera, in Afrika ontwikkelingswerk deed en politiek-satirische bijdragen voor Penthouse schreef. Prager lijkt hoe dan ook op haar hoofdpersoon. Veertig is Eve Flick en dat is al een ramp.

Bovendien voelt zij zich als middle-class blanke Amerikaanse een slachtoffer van talloze voorrechten. ‘Ik heb leven te over’, concludeert de om haar scherpe pen gevreesde columniste en laat zich een concentratiekampnummer op haar pols tatoeeren.
Het nummer 500123 neemt ze over van een foto die ze tussen de spullen van haar filmende vriend vindt, een joodse Fransman die hun huis verlaat wanneer zij weigert de tatoeage weg te laten halen. Met het nummer neemt ze er een paar levens bij. De bijpassende verhalen ontleent ze aan haar nazi-literatuur en ze stemt ze af op haar publiek, of dat nu op een feestje is, in de wachtkamer van een dierenarts, in het ziekenhuis of in bed met een bassist die zo jong is dat hij gelooft dat zij zelf in een kamp heeft gezeten.
Welke naam Eve ze ook geeft en of het nu een joodse of arische vrouw is, allemaal zijn ze in Auschwitz omgekomen. 'Ik vertel de geschiedenissen van vrouwen die verzet boden en vrouwen die dat nalieten en waarom’, zegt zij tegen een man die haar opkalefatert wanneer ze bij de filmpremiere van haar vriend in katzwijm valt. Deze man draagt een echt kampnummer en heeft een echt aandoenlijk oorlogsverhaal; prompt voelt zij zich ook nog een antisemiet.
Zoek een erg onderwerp, moet Prager hebben gedacht. Holocaust is erg, maar aids ook dus een scheut aids erbij. En veertig worden was al erg; gelukkig wordt ook Israel zo oud. Toevallig valt de Muur en komt Mandela vrij: nazisme, racisme, apartheid zij hoeft de tv maar aan te zetten en haar geleende lijden krijgt een passend decor. Maar is dat allemaal wel erg genoeg? Nee, er iets nog ergers: het lot van vrouwen in het Derde Rijk. Twee jaar voordat tot de Endlosung werd besloten, zo ontdekt Eve, was er al een euthanasieprogramma in werking dat niets te maken had met het doden van een ander ras maar eigen 'waardeloos arisch leven’ betrof: geesteszieken, onder wie vooral vrouwen. Die waren ook al sinds 1933 de dupe van de rashygienische wetten. En gedroegen de vrouwen die Hitler toejuichten zich niet net als mishandelde vrouwen? Gooi dat alles op een hoop: 'Ik geloof dat massavoortplanting de keerzijde is van massamoord. Yin en Yang.’ En zij, Eve, wordt vanwege haar eigen Duitse komaf door de vraag beslopen: 'Heb ik massamoord in mijn bloed?’
Er kan nog meer bij. Blijken de ouders van joodse vriend Charles levend uit de oorlog gekomen door als vangers met de Duitsers te hebben gecollaboreerd; moest de arme zoon zich een kwarteeuw suf neuken om het verleden en de vrouwen op een afstand te houden. Hebben we dan alles gehad? Nee, want wie was nu eigenlijk de vrouw op de foto, het slachtoffer op wie Eve zo sprekend lijkt? Het blijkt om Leni Essen te gaan, een volbloed nazi-aanhangster. Zij had de pech dat haar twee zonen wat dwarsig waren en zich bij de Edelweisspiraten aansloten. Als de jongens publiekelijk worden opgehangen, steekt zij een mes in een SS-man, wat haar op concentratiekamp komt te staan. Anticlimax: de tatoeage in Auschwitz was een vergissing.
Is dat satire? Tot wat voor idiotie de vereenzelviging met het grote lijden leidt? Was het maar waar. Had Prager haar Wasp-hysterica maar eens flink door de wringer gehaald en niet simpel door een bestelwagen gladgestreken als ze wordt opgelapt, raakt ze warempel ook nog het ereteken op haar pols kwijt. Nee, het is bloedserieus en daarom zo erg: voor de massamoord op het 'andere’ was er de massamoord op 'waardeloos zelf’, aldus Eve Flick: eerst de vrouwen, toen kwamen de joden aan de beurt.