TONEEL

Er ligt iets te rotten in het Deense rijk

Hamlet

Op de niet al te grote speelvloer van het Shakespearetheater in het Drentse dorp Diever is een lemen burcht gebouwd. Binnen de omheining van de zandgele muren staat de complete spelerstroep bij aanvang met elkaar te keuvelen, tot enkele hoornblazers van de lokale Brassband Advendo een stemmige melodie (het Deense volkslied?) inzetten dat uit volle borst wordt gezongen. Waarna het gezelschap mét de muzikale begeleiding in het bos verdwijnt. Slot van een begrafenis? We weten het niet. In ieder geval blijft het daarna lang stil. Tot een aanstekelijke jonge proloogspreker de huisregels komt uitleggen, en de werking van de zonnebril die we allemaal hebben meegekregen. Dan is Hamlet zo ongeveer begonnen. In de (proza)vertaling en in de regie van Jack Nieborg, artistiek huisheer van dit openluchttheater, waar iedere zomer een verse Shakespeare geprogrammeerd staat.

Het stuk der stukken is hier sinds 1990 niet meer gespeeld. We krijgen nu een Noord-Europese versie van middeleeuwse snit. De dames en heren lopen rond in lange gewaden van zware stoffen, uitgevoerd in sobere bruinen, zwarten en enkele lichtere kleuren, iedereen is uitgedost met blonde of grijze pruiken, al dan niet bijeengehouden door weelderige haarbanden. De toon van de vertaling is licht waar het licht mag zijn en ook vaak plechtig. Hamlet wordt door Anne Peter van Muijen gespeeld als hypochondrische piekeraar die tegen een midlifecrisis aanhikt. Ophelia (Marlous Dingshoff) is een wagneriaanse diva die in haar waanzinscène kristalhelder blijkt te kunnen zingen. Wim Smits glorieert als vanouds in komische rollen, deze keer Polonius en een doodgraver. Ik bedoel, het is allemaal in orde, een tikje zwaar, een beetje deftig en in ieder geval ook behoorlijk maf, deze Hamlet in Nibelungen-uitmonstering.

Dat laatste heeft veel met effecten te maken, ik bedoel: toneeleffecten. Er wordt voor in het stuk gezegd dat ‘there’s something rotten’ in het land van Hamlet, hier vertaald als: 'Er ligt iets te rotten in het Deense rijk.’ In de voorstelling wordt het rotten verbeeld via een herhaalde truc die erop neerkomt dat iedere dode, als het even kan vanaf het ogenblik der versterving, meteen begint te walmen. In het begin werkt dat aardig, bijvoorbeeld als de geest van Hamlets vader opkomt uit het vagevuur en als het ware zijn eigen mistgordijn creëert. Maar in de loop van het vierde en vijfde bedrijf, wanneer de doden echt bij bossen beginnen te vallen, werkt dat effect bij mij op zenuwen en lachspieren. Er staan kleine vondsten tegenover die verrassend zijn. Hoe in de enige scène tussen Ophelia en Hamlet via een miniem detail wordt getoond hoeveel die twee van elkaar houden bijvoorbeeld, of hoe men in de kleine kapelscène laat zien dat de boze stiefvader vergeefs wil biechten. Ook het toneelstuk binnen het toneelstuk is hier een verrassing, omdat wij dat meebeleven vanuit het perspectief van de toneelspelers, zodat we rechtstreeks kunnen kijken naar de personages die van deze Muizenval moeten gaan schrikken - een sensatie, ook door wat die jonge toneelspelers daar staan te doen, de nieuwe Diever-generatie.

Twee landelijke dagbladen meldden dat dit Hamlet is zoals Shakespeare hem bedacht en bedoeld heeft. Met alle respect, dat is flauwekul. Shakespeare schreef voor een groep professionals, dit zijn amateurs - góeie amateurs, maar wel amateurs. En Shakespeare schreef in blank vers. De bekendste regels van het stuk 'omzetten’ in: 'To be or not to be, dat is de vraag. Dat is de vraag waar het uiteindelijk allemaal om gaat’, vind ik even goedkoop als die walmende dooien die zo uit Thriller lijken weggelopen.

Hamlet speelt nog in het Shakespearetheater in Diever op 22, 24, 26, 27 en 31 augustus en op 2, 3, 7, 9 en 10 september.

shakespearetheaterdiever.nl