De veerkracht van een woonbuurt

‘Er moest iets gebeuren’

Hoe red je een volkswijk die jarenlang verpauperde? In het Rotterdamse Pendrecht lukte het met slopen, bouwen en het mobiliseren van de bewoners. ‘Als het je niet zint moet je hier niet willen wonen.’

Medium pendrecht

‘ALS EEN WIJK stil is, heerst er angst. Dan zijn de mensen bang dat ze gepakt worden als ze iets over iemand melden. Dan is het goed mis, hoor’, zegt Harry de Boer, sinds 2006 wijkregisseur van wooncorporatie Woonstad Rotterdam. We rijden langs flats van verschillende hoogte. Sommige tellen vier verdiepingen, andere zes en een enkele meer dan tien. De Boer stuurt zijn auto langs metrostation Slinge op de zuidelijke oever van de Nieuwe Maas, niet ver van Ahoy, in de Rotterdamse deelgemeente Charlois.

We zijn in de wijk Pendrecht (twaalfduizend inwoners) die jarenlang negatief in het nieuws was. Nadat de situatie in de wijk jaar na jaar was verslechterd kwam hier bij metrostation Slinge op 1 februari 2003 de grote klap. Sedar Soares, een Kaapverdisch-Nederlandse jongen van dertien jaar oud, was met vriendjes vanaf het parkeerdek sneeuwballen aan het gooien naar het passerende verkeer. Een auto stopte, er klonken schoten. Sedars vrienden doken weg. Hij was te laat. Een kogel raakte hem in zijn voorhoofd.

Er meldden zich getuigen bij de politie. Allemaal wezen ze naar de 28-jarige Antilliaan Gerald H., een man met een gewelddadige reputatie. Tijdens de rechtszaak trokken de belangrijkste getuigen hun verklaring in. Ze zeiden dat ze onder druk waren gezet door de politie, maar volgens het Openbaar Ministerie waren ze bang voor represailles. Een getuige werd gearresteerd wegens meineed. Gerald H. werd in eerste instantie veroordeeld tot vijftien jaar, maar in hoger beroep hield dat vonnis geen stand wegens gebrek aan bewijs.

Medium pendrecht1

De angst is nu veel minder. Mensen praten weer, ze durven elkaar aan te spreken op hun gedrag, vertelt Harry de Boer van de wooncorporatie. Zijn medewerkers doorkruisen Pendrecht dagelijks. Ze zijn z'n ‘ogen en oortjes’. En ze krijgen genoeg te horen. Soms over criminaliteit, maar vaker over mensen die hun vuilnis laten ophopen in het portiek, hun tuin als vuilnisbelt gebruiken of stelselmatig fout parkeren. ‘Dat wordt allemaal gemeld. Ik zeg altijd tegen bewoners: probeer er eerst zelf uit te komen. Maar als dat niet lukt, dan gaan we even langs en komt er een gesprek.’

Medium pendrecht2

De deelgemeenten Charlois (spreek uit sjáárloos) en Feijenoord ‘op Zuid’, zoals Rotterdammers zeggen, kennen verscheidene volkswijken: lage inkomens, minimaal opleidingsniveau, veel (sociale) huur en weinig woningbezit. Pendrecht is zo'n wijk. Langzaamaan gaat het er beter. De criminaliteit is afgenomen en het woongenot neemt toe. Dat is grotendeels terug te voeren op de ingrijpende herstructurering van Pendrecht. Hele flats en woonblokken zijn er tegen de vlakte gegaan en er wordt gebouwd bij de vleet. Niet alleen sociale huurwoningen, maar ook koopwoningen voor starters en jonge gezinnen. Waar mogelijk wordt de sociale ruimte zo ingericht dat het de veiligheid ten goede komt. Neem het metrostation Slinge. Het werd volledig gerenoveerd en is nu ruim en goed verlicht. In 2009 werd het vernieuwde metroplein opgeleverd. Open, zonder duistere hoekjes. Het plein werd zoals dat heet ‘schoon, heel en veilig’ gemaakt - een drieslag die tegenwoordig veel wordt gebruikt in het wijkopbouwjargon en die ook in Pendrecht om de haverklap uit de mond rolt van bewoners en professionals.
Na verscheidene individuele verkenningstochten, rondleidingen van wijk- en beleidsmedewerkers en gesprekken met bewoners en bestuurders is duidelijk dat Pendrechtenaren weer reden hebben om trots te zijn op hun wijk. Dat steken ze niet onder stoelen of banken, al valt er natuurlijk altijd wat te klagen. ‘Ik vind het doodzonde dat ze het buurtcentrum hebben wegbezuinigd’, zegt een dame. ‘Maar schrijft u maar op dat ik al 47 jaar in Pendrecht woon en dat ik nooit heb weg gewild.’

Medium pendrecht4

OOK DE EERSTE BEWONERS van Pendrecht waren trots. De wijk werd na de oorlog gebouwd en eind jaren vijftig voltooid als een van de Rotterdamse tuinsteden. Licht, lucht, ruimte en veel groen voor arbeiders, kantoorpersoneel en kleine ambtenaren. De flatgebouwen en eengezinswoninkjes met platte daken golden als modern. Wie in Pendrecht kwam te wonen kon zijn geluk niet op. Er heerste enorme woningnood, zeker in Rotterdam waar door het bombardement in 1940 25.000 woningen verloren waren gegaan. De eerste bewoners kwamen weliswaar terecht in krap bemeten portiek- of galerijwoninkjes van twee, soms drie kamers, maar dat was al veel groter dan ze gewend waren. ‘Ik ben van de hel in de hemel gekomen’, schreef een mevrouw in een destijds gehouden enquête.

Maar de stille buitenwijk van vroeger maakt nu deel uit van de grote stad. Harry de Boer vertelt over groepen Antillianen en Marokkanen die samenwerkten in de drugshandel. Er werden brommers gestolen en auto’s omgekat. De eerste jaren dat De Boer in de wijk werkte, was hij vooral bezig met de veiligheid. Hij liet bosschages snoeien om zichtlijnen te maken voor de politie. Ontspoorde jongeren kregen buurtagenten en hulpinstanties achter zich aan. Maar na de moord op Sedar Soares bleef de wijk negatief in het nieuws komen. Overvallen, schietpartijen, geweld. Er waren uitschieters. Zoals in 2005, toen acht Antillianen in de leeftijd van elf tot veertien jaar werden gearresteerd wegens de herhaaldelijke groepsverkrachting van een dertienjarig meisje. Ze werden vrijgesproken omdat niet onomstotelijk werd aangetoond dat het meisje niet op seks uit was. In 2007 werd een wapensmokkelnetwerk in de wijk opgerold - in een kelderbox werden 65 handgranaten en drie blokken springstof gevonden; in 2008 werd een zevenjarig meisje aangerand, in dezelfde buurt als waar de groepsverkrachting plaats had.

Medium pendrecht5

‘Toen ik hier begon in 2005 stond het echt op springen’, zegt Dennis Lausberg, regiodirecteur Charlois van Woonstad Rotterdam, de corporatie met verreweg de meeste woningen in Pendrecht. ‘Er woonden groepen Antillianen in de wijk die zo crimineel waren dat er absoluut niet mee te praten viel. Er moest iets gebeuren.’

Begin jaren negentig, toen de verloedering van Pendrecht begon op te vallen, deden de wooncorporaties (Woonstad Rotterdam ontstond pas in 2009 uit een fusie) weinig meer dan het repareren van gebreken aan de woningen. ‘Als u er niet tegen kunt, moet u maar verhuizen’, kregen bewoners te horen als ze klaagden over drugsoverlast. Inmiddels is duidelijk dat toewijzingsbeleid en sociaal beheer minstens zo belangrijk zijn als het vertimmeren van de boel. ‘Een wijk met alleen maar lage huren is vragen om ellende’, zegt Lausberg. ‘Dat is wat we hier geleerd hebben. Mensen met lage inkomens zoeken de lage huren op. Als je veel mensen uit die groep in één complex laat wonen, kan dat problemen geven. Dus kijken we steeds vaker achter de voordeur. We maken kenbaar dat screening erbij hoort als je voor de woning in aanmerking wilt komen. Dan leggen we de gegevens van de instanties naast elkaar en kijken we waar de meeste hulpverleners over de vloer komen. Sommige potentiële huurders beseffen dat ze dan weinig kans maken, dus dat selecteert zich al meteen uit. We screenen ook als mensen al in de wijk wonen. Als we het nodig vinden bellen we aan om te zien hoe het ermee staat.’

Medium pendrecht6

Lausberg geeft een rondleiding door de vier buurten in de wijk. Vanaf 1995 is de herstructurering ter hand genomen. Aanvankelijk vooral door renovatie. Woningen werden geïsoleerd en galerijflats kregen liften. Vanaf 2005 werden in het zuidelijke deel van Pendrecht ook woningen samengevoegd. En er wordt veel gesloopt: in totaal bijna duizend woningen. Daar komen betere, moderne sociale huurwoningen voor terug, en eengezinswoningen met tuin. In de buurt waar de groepsverkrachting en de aanranding van het jonge meisje plaatsvonden is het grootste deel van de huizen gesloopt. Het beleid is dat oude bewoners, als ze dat willen, kunnen terugkeren in de nieuwbouw. ‘Maar als iemand veel problemen in de buurt heeft veroorzaakt of een vaste klant is van een hele reeks instanties, zien we hem liever niet terug’, zegt Lausberg. ‘In Rotterdam hanteren we het beleid dat we probleemgevallen over de stad proberen te verspreiden in plaats van ze te concentreren in bepaalde wijken.’

FYSIEKE HERSTRUCTURERING alleen is niet genoeg om redelijk verdienende buitenstaanders naar de wijk te lokken en te voorkomen dat bewoners die stijgen op de maatschappelijke ladder wegtrekken. Het is ook het imago van de wijk. En het imago staat of valt met de bewoners. Om te voorkomen dat Pendrecht in de vicieuze cirkel raakt waar andere probleemwijken in verkeren, werd enkele maanden na de sneeuwbalmoord Vitaal Pendrecht opgericht door actieve wijkbewoners. Eerste actie was het plaatsen van de grootste kerstboom van Rotterdam op Plein 1953, het centrale plein in de wijk. Het was een poging om eens positief in het nieuws te komen.

Sindsdien lanceerde Vitaal Pendrecht heel wat bewonersinitiatieven, met als hoogtepunt de Pendrecht Universiteit. Doel: het overbrengen van kennis van de bewoners over hun wijk op de professionals van de woningcorporatie, zorginstellingen, de gemeente en andere instanties. In de wijk zijn geregeld goed bezochte colleges. Pieter Winsemius, als tweevoudig oud-minister van Ruimtelijke Ordening begaan met wat er speelt in de wijken, sprak onlangs de diesrede uit. Om het imago verder op te krikken werd door de deelgemeente en Woonstad Rotterdam in nauwe samenwerking met de bewoners de campagne ‘Pendrecht is goed bezig’ gestart. Op enorme billboards in de wijk stond 25 maanden lang elke maand een buurtbewoner afgebeeld die zich inzet voor de wijk.

Door de vele buurtprojecten nam de sociale cohesie toe. Dat bleek onder meer toen de bewoners in 2009 besloten een mediastop af te kondigen uit protest tegen negatieve berichtgeving over hun wijk. De aanleiding was de tweede plaats die Pendrecht bleek in te nemen op de lijst van Vogelaarwijken en de gretigheid waarmee veel media dat meldden. Alleen in de kolenkitbuurt in Bos en Lommer (Amsterdam) was de situatie slechter. Klopt niets van, meenden de Pendrechtenaren. Volgens hen was de rangschikking gebaseerd op verouderde gegevens en werd geen rekening gehouden met de jongste positieve ontwikkelingen in de wijk. Vanuit de Pendrecht Universiteit werden de bewoners opgeroepen geen informatie over gebeurtenissen in de wijk meer te verstrekken aan journalisten. Toeval of niet, een half jaar lang kwam Pendrecht niet negatief in het nieuws.

Medium pendrecht7

IN GRAND CAFÉ restaurant Zuiderkroon zitten zo'n 25 bewoners bij elkaar, gerangschikt naar de vier buurten van Pendrecht. Ze spreken met de buurtagent, de wijkcoördinator van deelgemeente Charlois en Harry de Boer van Woonstad Rotterdam. ‘Pendrecht kijkt’ heet de bijeenkomst. Alles wat te maken heeft met schoon, heel en veilig kan worden gemeld en besproken.

Volgens Sjannie de Mooij en Maja den Hollander, beiden de middelbare leeftijd voorbij, valt er nog veel werk te verzetten in Pendrecht. Sjannie de Mooij geeft colleges in de Pendrecht Universiteit over hoe ze in haar straat - de Halsterenstraat - de bewoners nader tot elkaar wist te brengen. ‘Gisteren hebben we met z'n allen Halloween gevierd. Het was geweldig.’ Dat neemt niet weg dat ze zich zorgen maakt over de Wagenbergstraat. ‘Daar wonen allemaal probleemgezinnen. Naast elkaar in nieuwe gezinswoningen. Allochtonen, veel kinderen.’ Volgens Maja den Hollander zijn ze aan het dealen. ‘Ik zie die kinderen geheimzinnig doen, met van die gebaartjes en zo. Soms zijn ze met de auto, soms lopend.’

Aan een andere tafel gaat het eveneens over de Wagenbergstraat. Een jonge Turkse vrouw beklaagt zich over een Turkse familie die zich in haar ogen asociaal gedraagt. Haar Surinaamse buurvrouw, meegekomen naar de bijeenkomst, zegt: ‘Het is belachelijk. Wij betalen het volle pond en zij maar 350 euro, met hun huursubsidie. Al sinds vorig jaar zomer is daar een jeugdoorlog gaande. Ze hebben alles uit die sloopflats in de straat gepropt. Alles door elkaar, Surinamers, Hollanders, Marokkanen. Dat kan toch niet goed gaan.’

Medium pendrecht8

Volgens Harry de Boer van de woningcorporatie loopt het zo'n vaart niet. ‘Het gaat om maar vijf jongetjes van acht tot twaalf’, vertelt hij na de bijeenkomst. ‘En wat is overlast? ’s Avonds op speeltoestellen zitten? In welke straat in Nederland je ook komt, overal heb je wel zo'n groepje.’

De Wagenbergstraat is onlangs een halve meter opgehoogd. De tuinen zijn door de woningcorporatie opgeknapt. Een wat oudere meneer parkeert zijn auto. Zijn vrouw en hij komen net uit het ziekenhuis. Hij maakt zich boos over de jongeren in de straat. In een van zijn neusgaten zit een propje papier met een beetje bloed eraan. ‘Stil nou’, zegt zijn vrouw en kijkt schielijk om zich heen. ‘Niks vijf’, zegt hij. ‘Het zijn er wel twintig, met van die capuchons op. En ze gebruiken drugs. Dan vind ik van die zakjes met zo'n plantje erop afgebeeld. Allemaal allochtonen, hè. Ik ben geen racist hoor, maar van deze straat word je het wel.’

Medium pendrecht10

‘De vraag is waar deze mensen precies last van hebben’, zegt Pieter Winsemius. ‘Als er echt problemen zijn, moet je ze oplossen. Misschien gaat het alleen om beeldvorming. Dat zie je veel in dit soort wijken. Het is wij tegen zij, en als je dat maar lang genoeg volhoudt wordt het ook echt een strijd.’ Winsemius komt graag in Pendrecht en andere Rotterdamse volkswijken. Hij was verantwoordelijk voor het rapport Vertrouwen in de buurt van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid, waarin nadruk wordt gelegd op de noodzaak van ‘sociale herovering’ van probleemwijken: het mobiliseren van de bewoners.

‘Als je iets langdurig wilt verbeteren lukt het je alleen als je de bewoners meekrijgt’, beaamt Jacques Huijgens, servicemedewerker van Woonstad Rotterdam. ‘En als je ervoor zorgt dat de lastpakken niet meer terugkomen in de nieuwbouw.’

Medium pendrecht9

Hij is voormalig politieagent en een van de ogen en oortjes van Harry de Boer. Hij laat zien hoe hij met 94 camera’s in de gaten kan houden wat er in evenzoveel portieken gebeurt. ‘Als ik zie dat een raampje is ingegooid, scan ik de opname totdat ik weet wie het gedaan heeft. En dan ga ik langs met een rekening.’ Hij is blij met zijn camera’s, want die leggen zaken tenminste vast. Hij weet uit ervaring hoe snel van een mug een olifant wordt gemaakt als dat niet gebeurt. Toen er aanhoudende ernstige klachten kwamen over een bepaalde flat ging hij alle 108 adressen af. Hij wilde weten van wie en wat de mensen precies last hadden. Dan hoorde hij verhalen over dealen, maar nooit had iemand echt iets gezien. Als hij doorvroeg op de klachten bleef er vaak weinig van over. ‘Een meneer was boos omdat in 1993 zijn fiets uit de kelderbox was gestolen.’ Uiteindelijk vond hij vier adressen die overlast veroorzaakten. ‘Het ging om rondhangen, hinderlijk gedrag. Niets ernstigs.’

‘Daar waar nu die boompjes staan, daar stond vroeger ons huis.’ Ed Goverde, voorzitter van het dagelijks bestuur van Charlois en in feite de burgemeester van de deelgemeente, werd geboren in Pendrecht. Twee van de drie huizen waarin hij woonde zijn afgebroken. Eén portiekflat waar hij als jongen woonde staat er nog. ‘Hier voetbalden we altijd, en dan hing daar vaak een boze dame uit het raam. Die had last van ons. Volgens mij was ze niet katholiek, maar van een andere zuil.’ Volgens Goverde, die 25 jaar bij woningcorporaties werkte, is het van alle tijden dat mensen moeite hebben verschillende leefstijlen te accepteren. ‘Je moet niet de illusie hebben dat het dan in Pendrecht wel gaat lukken’, zegt hij. Hij vindt dat je beter kunt inzetten op een goede herhuisvesting. ‘Je kunt het moment van verhuizen aangrijpen om te bekijken of we mensen kunnen ondersteunen. We kunnen bijvoorbeeld helpen bij het afbetalen van schulden en het zoeken van werk. Maar dat is ook het moment om te zeggen: dit zijn de leefregels, zo doen wij het hier. En als het je niet zint, moet je hier niet willen wonen.’

Zo ging het eigenlijk al in de jaren vijftig en zestig, toen de wijk er nog maar net stond. Gov

Medium pendrecht11

erde troont ons mee naar het kantoortje van de toenmalige woninginspectrice, omgebouwd tot garageblok. ‘Mensen lagen bij haar op hun knieën voor een woning in Pendrecht. Mijn moeder moest ook nog eens een jarenlange strijd voeren om een groter huis te krijgen binnen de wijk.’ Voordat je in aanmerking kwam voor Pendrecht werd gecontroleerd of je wel hygiënisch en ordelijk woonde. Zelfs als je al verhuisd was kwamen er nog controleurs over de vloer om te bekijken of ‘de woonbeschaving’ wel op peil bleef.

GOVERDE BEAAMT dat het nu redelijk gaat in de wijk. In 2010 kreeg Pendrecht een 5,4 in de Rotterdamse veiligheidsindex. In 2006, op het dieptepunt, was dat nog een 4,7. Rotterdam als geheel scoorde in 2010 een 7,3. Bovendien, zegt hij, werden Pendrecht en het naburige Katendrecht aangehaald als positieve voorbeelden in Kwaliteitssprong Zuid, een recent rapport dat over andere delen van Rotterdam-Zuid veel pessimistischer was. Alert blijven en tijdig bijsturen, dan komt Pendrecht er wel, was de teneur. Toch maakt Goverde zich zorgen: ‘Er zit veel druk op het vasthouden van het tempo. De gemeente moet bezuinigen en het zijn zware tijden voor de woningcorporaties. De woningmarkt ligt bijna helemaal stil. En in tegenstelling tot wat veel mensen denken zit zo'n grote-stadscorporatie als Woonstad Rotterdam echt niet op een dikke spaarpot.’

Medium pendrecht12

‘We merken dat het moeilijker wordt om woningen te verkopen’, zegt Woonstad Rotterdam-regiodirecteur Dennis Lausberg. ‘Soms gaan we noodgedwongen over tot verhuur.’ Ook Pieter Winsemius maakt zich zorgen. De Vogelaarsubsidies worden afgebouwd. ‘Dit zijn langdurige en zeer kostbare processen. Pendrecht is er nog niet. Zo'n wijk weer op de kaart zetten kost miljoenen.’

Ook het voor de sociale cohesie en het zelfvertrouwen van de wijk zo belangrijke Vitaal Pendrecht heeft het zwaar. De gemeentelijke subsidie gaat van 180.000 euro naar 60.000 euro. Maar de tijd dat de Pendrechtenaren lijdzaam toekeken hoe hun wijk verloederde is definitief voorbij. Bij het Centrum voor Dienstverlening, gefinancierd door de gemeente Rotterdam, volgde de bewonersvereniging een cursus sponsoring en fondsenwerving. Zitten de woningcorporatie en de overheid krap bij kas? Dan stappen ze gewoon naar het bedrijfsleven.