Profiel: Falco

«Er war Superstar»

Een drumcomputer slaat aan om nooit meer op te houden. Enkele toetsen van een prehistorische synthesizer worden in staccato aangeslagen. Een stoere stem schreeuwt een onvervalst «Check it out yo». En in een onnavolgbare mix van Duits en Engels rapt Falco zich de song door.

«Alles klar Herr Kommissar?»

Het internationale debuut van de Oostenrijkse zanger Falco had niet lulliger kunnen zijn. Het nummer Der Kommissar droeg alles in zich wat de muzikale jaren tachtig even troosteloos als fascinerend maken. Een makkelijk in het gehoor liggend elektronisch deuntje met een tekst die weinig om het lijf heeft. Veel holle kreten en loze mededelingen. Veel «la, la, la» en «oh, oh, oh».

En dat terwijl Hansi Hölzel (1957), die zich in 1977 Falco ging noemen, als basgitarist van de groep Drahdiwaberl zo veelbelovend was begonnen. Hij wilde er bijhoren. Bij de groten der aarde. En geïnspireerd als hij was door David Bowie trachtte hij eind jaren zeventig met een Duitstalige variant op diens new wave voet aan de grond te krijgen in het doorgaans zo gezapige Wenen. Falco wist het: Wenen is meer dan Slot Schönbrunn, de Sängerknaben en de Spaanse rijschool. Sterker, heel Wenen is aan de dope. Hij zong: «Ganz Wien — ist heut auf Heroin (…) Ganz Wien greift auch so Kokain.» Want: «Kokain und Kodein, Heroin und Mozambin — machen uns hin, hin, hin.»

De tekst resulteerde in een radioboycot.

Rijk wordt men daar niet van en Hansi Hölzel moest een grote ster worden. Minstens zo groot als Bowie, die toch eveneens enige concessies richting de commercie had gedaan. Ook bij Falco moest het recalcitrante eraf. Gitaristen werden ingeruild voor synthesizers, drummers voor computers. Falco’s eerste solo-elpee bevatte de typische karakterloze jaren-tachtigpop waarmee het goud geld verdienen was. Der Kommissar veroverde niet alleen de Oostenrijkse hitlijsten, ook de rest van Europa en zelfs Amerika viel voor de «godfather van de blanke rap». Het leverde Falco al met al miljoenen schillings op, genoeg om er het decadente leven van het prototype popster op na te houden. Hij reed in snelle auto’s, kocht dure appartementen, droeg antieke Rolex-horloges, had vrouwen, cocaïne en drank in overvloed. Sex, drugs and rock ’n roll: Oosten rijk had het nog niet eerder meegemaakt.

Of wel? Het Nederlandse producersduo Bolland & Bolland zag brood in de losgeslagen Oostenrijker en bombardeerde hem tot rechtstreeks erfopvolger van de tot dan toe grootste muzikale zoon van de hoofdstad, Wolfgang Amadeus Mozart. Falco en Mozart — allebei knettergek, moeten de Gooise producers met het succes van de film Amadeus nog vers in het geheugen geredeneerd hebben. In «Kinder garten-Duits», zoals ze het zelf noemen, schreven de Nederlanders het gelikte disco/rapnummer Rock Me Amadeus. Falco zou de tekst vreselijk gevonden hebben en aanvankelijk hebben geweigerd het te zingen. Zelfs hij vond het te kitscherig. En te Oostenrijks. Maar hij zong het en scoorde er behoorlijk mee. «Er war Superstar/ Er war populär/ Er war so exaltiert/ Because er hatte Flair».

Een echt succes werd het nummer echter pas toen een professionele videoclip in elkaar was gesleuteld. In rococodecor trad Falco op als «Punker» en «Superstar» Mozart. Het leeuwendeel van de zangpartijen was ondertussen door de gebroeders Bolland en passant fijntjes weggemonteerd en Rock Me Amadeus stond vier weken lang op de eerste plaats van de Amerikaanse hitlijsten. Ook zoiets had Oostenrijk nog niet eerder meegemaakt.

De internationale doorbraak bezorgde Falco een nieuw platencontract voor vijf miljoen Duitse marken. Die financiële klapper betekende voor hem evenwel het begin van het einde, gaf hij later ook ruiterlijk toe. Vijf miljoen mark: hoeveel drank je daar al niet van kunt kopen… Hij werd het typische voorbeeld van de aan lager wal rakende artiest. Nog immer veel geld, vrouwen en dope, maar geen noemenswaardige successen meer. Zonder enige scrupules laat Falco zich fêteren door de Paraguayaanse dictator Alfredo Stroessner. Volgens zijn vrienden Rudi Dolezal en Hannes Rossacher, die niet alleen verantwoordelijk waren voor de videoclips maar ook het boek Falco, hoch wie nie (1998) het daglicht deden zien, genoot de Oostenrijker ervan om met de egards van een militair regime te worden ontvangen. Hij inspecteerde de erewacht, leek vastgekleefd aan de rode lopers en had er geen enkele moeite mee op te treden voor een zaal uitgeweken nazi’s. «Frank Sinatra trad in zijn gloriejaren toch ook op voor de maffia?»

Ondertussen smeulde in Europa de affaire-Jeanny nog na. Falco vond het concept van Bolland & Bolland voor dit nummer, getuigen zijn hagio-biografen, «Teenie-Scheissdreck», maar wist er na enig sleutelwerk een behoorlijk nummer van te maken. Van een zoet liefdesliedje bouwde hij de song om tot een dreigend klinkend relaas over een psychopaat die een meisje ontvoert, misbruikt en vermoordt. «Sie kommen!/ Sie kommen dich zu holen./ Sie werden dich nicht finden./ Niemand wird dich finden!/ Du bist bei mir.» Kritiek alom en wederom een radioboycot, waartoe in Oostenrijk werd opgeroepen door een bekende televisiecommentator wiens dochter ooit was ontvoerd. Spannend, zo’n boycot, en dus wordt het nummer een grote hit: wekenlang nummer één, tegenwoordig de klassiekerstatus.

Het was Falco’s laatste internationale succes. Hoeveel wilde uitdossingen, idiote zonnebrillen en potten gel hij er ook tegenaan gooide, het product Falco sloeg niet meer aan en de maniakale excentriekeling (door Oostenrijkers tegen beter weten in nog altijd op handen gedragen) werd een deerniswekkend figuur. Alles wat hij probeerde, mislukte jammerlijk. Met de gebroeders Bolland, verantwoordelijk voor een aanzienlijk deel van zijn succes, werkte hij niet meer samen. Hits bleven uit, albums flopten en een internationale comebacktournee werd wegens gebrek aan belangstelling prematuur gestopt. De Kaiser des Austropops wilde er niets van weten; hij bleef de ster die hij zelf creëerde. Hij zoop en snoof, verslond vrouwen bij bosjes en sloeg hotelkamers kort en klein. En hoezeer de Falco-watchers Dolezal en Rossacher in hun pathetische boek Hoch wie nie de lezer ook willen wijsmaken dat de mens Hansi Hölzel zoveel beschaafder was dan het kunstproject Falco, overtuigend bewijs voor deze stelling leveren ze niet.

De kitschmens Falco, meer Oostenrijks dan hij zelf wil weten, symbool van de tomeloze jaren tachtig en wars van de altmodische moraal van de jaren zeventig, lijkt in weinig te verschillen van Hansi Hölzel, die eenzaam en moegestreden in 1996 naar de Dominicaanse Republiek verhuist om ongestoord te kunnen werken aan een definitieve rentree op de wereldpodia. Niets bindt hem nog aan Wenen, nadat uit een test is gebleken dat zelfs de dochter waarvan hij zeven jaar lang de vader dacht te zijn, niet door hem maar door zijn manager is verwekt.

De comeback blijft uit. Op 6 februari 1998 rijdt Hansi Hölzel zich onder invloed van alcohol en drugs te pletter tegen een met hoge snelheid passerende bus. Met een speciaal gecharterd toestel van Lauda Air wordt de grootste Oostenrijkse popartiest aller tijden terug naar Wenen gevlogen en in een praalgraf op de Centrale Begraafplaats ter aarde besteld, zijn favoriete hermelijnen mantel over de kist gedrapeerd. Het land is dagenlang in rouw over de «Oostenrijkse James Dean», aldus de Salzburger Nachrichten. «Und der Falke fliegt…» kopten de grote Weense kranten. De cd die hij vlak voor zijn dood in Zuid-Amerika afrondde, wordt postuum uitgegeven.

Eindelijk weer een groot succes.

Ubbergen/Toneelschuur producties brengt tot en met eind januari Falco!, een solovoorstelling door mimeartiest Luc van Esch, die als een terugblikkende Falco voor de gelegenheid ook enige geluiden uitstoot. De vertaalde songteksten die hij in hoog tempo opdreunt zijn echter hoegenaamd onverstaanbaar. Mede door het zoetsappige Tiroler bergdecor en het opblaasbare zwembadje op het podium, krijgt het stuk een hoog campgehalte. De groenroze jaren tachtig lijken weer helemaal terug. De website is niettemin prachtig: www.ubbergen.org.