Seks in de Middeleeuwen

Er was geen kuisheidsgordel

Door selectief brongebruik heerst bij de moderne mens het beeld dat de middeleeuwers ofwel wild rondneukten in de blubber, of overtrokken kuis waren. Zo simpel was het niet, ook al konden hofdames hun vagina laten praten.

SEKS ZORGDE IN de Middeleeuwen voor minder opschudding dan wij nu graag denken. De moderne beeldvorming laat zich gewillig misleiden door vertekenend bronnenmateriaal. Er was een oververtegenwoordiging van geluiden uit de kerk, die dringend wilde laten weten hoe zij over lichamelijkheid dacht. Bovendien was de kloof tussen voorschrift en praktijk veel groter dan we nu gewend zijn. De moderne samenleving kenmerkt zich door de toenadering van voorgeschreven en werkelijk gedrag.
Van de kansel kreeg men geregeld toegeschreeuwd dat huwelijk en bijslaap tot de laagste gedragsvormen behoorden. Bovenaan stond het celibaat, als kroon op de afwijzing van al het aardse. Het huwelijk diende alleen ter voortplanting en was in de zijlijn ook geschikt voor de kanalisering van lusten. Maar dan moest de legale paring wel worden onderworpen aan strikte regels. Dus geen seks op onvruchtbare dagen, ook niet op de vrijdag want toen stierf Jezus, zeker niet op zondag en evenmin op de talrijke heiligendagen. Wilde men elkaar volgens de regels bekennen, dan dienden eerst verschillende tabellen geraadpleegd te worden. Weinigen hebben dat gedaan, want bij het integraal volgen daarvan zou de westerse mens niet eens de Verlichting hebben gehaald.
Aan de andere kant is middeleeuwse seks uitvergroot als alibi voor het tonen van bonte verkrachtingen in boerenstallen, blubber en buitenmodel bedsteden. Zo waren die mensen van vroeger nu eenmaal. Film en tv hebben deze hitsige beeldvorming krachtig geëxploiteerd. Welke mogelijkheden er dan zijn, toont Paul Verhoevens Flesh & Blood uit 1985. Alle natte horrordromen van de moderne westerling zijn losgelaten op de Middeleeuwen als favoriet tijdperk voor gemankeerde lustgevoelens. Fatsoen en verpreutsing zoeken spectaculaire tegenwichten die bij wijze van carnaval de onderbedeelde zinnen vrij baan geven. Bij die periodieke zelfreiniging voldoen de Middeleeuwen goed als gedroomde aanmaakplaats van ongeremde overgave aan seksuele impulsen van het meest primitieve soort. Ooit neukten we er allemaal vrolijk op los, pas later kwam daar de klad in.
Dat iedereen voortdurend met zijn of haar geslachtsdelen liep te zwaaien of lag te lonken is eerder een projectie van moderne frustraties. Soms worden de Middeleeuwen gewoon in het licht van dergelijke wensen herschreven. Ooit maakte Jos Stelling een levendige verfilming van de Mariken van Nieumeghen, een gedramatiseerd Mariamirakel over een meisje dat uit wanhoop een pact met de duivel sloot. Hoogtepunt in de oorspronkelijke tekst is Marikens voordracht in een herberg van een vlammend refrein over de kracht van retoricaal taalgebruik, toen de nieuwe mode in de literatuur. Daar kon Stelling weinig mee in het licht van het barre realisme dat hij de Middeleeuwen toedichtte. Dus sprong in zijn film Mariken op tafel, tilde haar rokken op – geen onderbroek, hoera – en voerde een woeste eierdans uit. Het struif vloog de kijkers ongeveer om de oren. En de Middeleeuwen waren weer eens verzopen in een modern verlanglijstje.
Ook is er een markt voor berichten over bizarre kuisheid in de Middeleeuwen die nu niet meer bestaat. Alweer wreekt zich het selectieve misbruik van literair gekleurde bronnen. Daardoor is er zekerheid ontstaan over de kuisheidsgordel, waarmee elke ridder zijn dame voor ongewenst gebruik afsloot. Verschillende van deze houten korsetten met plasgoot waren te bezichtigen in musea, die zich daarmee wensten te onderscheiden door een frisse kijk op het leven van onze voorouders.
Maar de kuisheidsgordel heeft nooit bestaan. Het gaat om wensdromen en grappen die meermalen in de middeleeuwse literatuur zijn gelanceerd: stel je voor dat…, wat zou het handig zijn als… Die grappenmakerij is dermate sterk overgekomen dat men in later eeuwen alsnog feitelijk bewijs heeft geconstrueerd in de vorm van tastbaar hang- en sluitwerk. Inmiddels hebben ook de laatste musea hun kuisheidsgordel met het schaamrood op de kaken in de kelder verstopt.
Juist literatuur exploiteert graag extreme voorbeelden van seksuele losbandigheid en ingetogenheid. Verhalen over zelfcastratie doen veelvuldig de ronde, net als die over hofdames die hun vagina kunnen laten praten in smachtende monologen. Maar zulke literatuur bootst de werkelijkheid niet na, ze biedt juist andere opties aan als compensatie. Zo gaat er een verhaal over een beeldschone abdis die wordt begeerd door een jonge edelman. Het probleem is alleen dat ze niets wil. Maar de ridder, tegelijkertijd beschermheer van het klooster, houdt aan. Wat vindt hij dan zo mooi aan mij, vraagt de abdis aan haar dienares. Alles, antwoordt die, maar vooral uw ogen. Daarop steekt de abdis beide ogen uit en laat die op een schoteltje naar de ridder brengen. Heeft hij eindelijk zijn zin.
Literatuur is ook troost voor het eigen onvermogen tot zulke principiële daden. Heerlijk om te griezelen bij dat extreme gedrag, het is toch maar literatuur. Er is zelfs een heel kuisheidsgenre ontstaan, voortbordurend op antieke modellen als Lucretia, die zichzelf doorstak toen ze verkracht dreigde te worden. Men kan ook wegdromen in het voorbeeld van Polyxena, de Trojaanse heldin. Ze zal geëxecuteerd worden op het graf van Achilles. Maar in het aangezicht van de dood is ze alleen bang dat een onverwachte windvlaag haar benen zal onthullen. En terwijl haar hoofd door de lucht vliegt, omklemt ze de zoom van haar gewaad tegen de inkijk van de toeschouwers: kuisheid boven alles.
EIGENLIJK GING MEN in werkelijkheid nogal pragmatisch om met de gevaren van seks. In het algemeen gold de door kerkvader Augustinus verkondigde waarheid dat het goede alleen kon bestaan bij de gratie van het kwade. Dan diende dat kwaad wel gecontroleerd te worden door de kerk. Vandaar dat kerkelijke instellingen en ook stedelijke instanties het beheer voerden over bordelen. Graag haalde men daarvoor Augustinus’ vergelijking aan met de latrines in het paleis. Door die aan te brengen werd verhinderd dat het hele paleis zou gaan stinken.
Uiteraard twijfelde men veelvuldig aan de oprechtheid van de geestelijken als beheerders van het seksleven. Maakten die niet permanent misbruik van hun positie? Het regende verwijten over hun hypocrisie. Zelf gingen ze zich te buiten aan lustbelevingen die ze de leken ontzegden. Daartoe verkeerden ze in de aantrekkelijke positie van biechtvader en leermeester, die hen in staat stelde om zich intiem met vrouwen op te houden. Schoolvoorbeeld was de geleerde Abélard die zich in die positie vergreep aan zijn leerlinge Héloise. De wraak van haar familie kostte hem zijn testikels. Tegelijkertijd kon duidelijk zijn dat als een geleerde van zijn formaat hier uitgleed, al die andere priesters van lager allooi wel helemaal voor de bijl zouden gaan.
Graag stookte men het vuur op met verhalen over de mateloze geilheid van de geestelijken. Zo was er eens een monnik die ervan werd beschuldigd dat hij een meisje zwanger had gemaakt. Als beroemd kanselredenaar die in zijn preken hevig placht uit te halen tegen de duivel kon hij zulke publiciteit niet gebruiken. Terwijl hij zich bezon op uitvluchten, schoot de duivel hem in vermomming te hulp en wist hem wijs te maken dat hij in staat was het voortplantingsapparaat van de monnik tijdelijk weg te nemen. Daardoor zou hij zijn publiek kunnen tonen niet over het juiste gereedschap te beschikken om de beweerde euveldaad te plegen. Van de kansel bralde de monnik vervolgens dat hij zou bewijzen onschuldig te zijn en tilde zijn pij op. Maar tot ieders ontsteltenis bleek de duivel wraak genomen te hebben door hem op het juiste moment een even paalvast als omvangrijk lid te bezorgen.
Steeds zocht men in de Bijbel en de uitleggingen daarvan rechtvaardigingen om zich zonder angst te kunnen overgeven aan seksueel genot. Richtpunt was de situatie in het paradijs. Daar zouden Adam en Eva het blijmoedig met elkaar hebben gedaan. Maar aangezien ze naar middeleeuwse opvatting slechts zeven uur tezamen in het paradijs doorgebracht hadden, waren ze er gewoon niet aan toegekomen. Door de zondeval veranderde alles. De mens verloor de controle over zijn geslachtsorganen, die ze daarom ook vol schaamte bedekten – het is duidelijk dat Adam een erectie kreeg terwijl ook Eva liep rond te soppen achter haar palmblad. De duivel had nu vrij spel en hanteerde seks als favoriet verleidingsmiddel. Bij zijn uitleg hiervan brengt Augustinus een kennis ter sprake die nog een sprankje van die oorspronkelijke controle over het eigen lijf bewaard had. Hij kon namelijk hymnen blazen met zijn achterste.

DE VOORGENOMEN paradijsseks, zonder lust en geheel onder controle, was dus oorspronkelijk de bedoeling geweest. De ketters van de Vrije Geest, vooral actief in Brabant, probeerden die natuurlijke situatie weer rond Brussel in praktijk te brengen. Ze noemden zich adamieten (volgelingen van Adam), bestonden uit notabelen, schoolmeesters en priesters en beriepen zich blijkens een proces uit 1411 op de Apocalyps. In dit cryptische bijbelboek werd immers gesproken over een Duizendjarig Rijk, vlak voor het einde der tijden. Doordat de duivel dan geketend was, heerste er absolute overvloed en vriendschap op aarde waarbij de zonde niet meer bestond. In dit tijdelijk herstelde paradijs op aarde was bijgevolg ook de seks vrij. Eva’s vonden deze adamieten onder de plaatselijke begijnen, met wie ze naakt rondhupsten in boomgaarden en naar eigen zeggen lusteloos seks bedreven, in afwachting van het komende rijk. Het proces liep overigens met een sisser af (notabelen!), doordat de simpele begijnen uiteindelijk van alles de schuld kregen.
Seks was vanzelfsprekender met het dagelijkse leven verweven dan alle voorschriften en verhalen wilden doen geloven. Buitenlandse bezoekers toonden zich verbaasd over de efficiency van de stedelijke badhuizen bij het voorzien in seks. Men baadde zich, at en dronk het nodige, luisterde naar muziek en trok zich naar believen terug in privé-vertrekken om de liefde meer in detail te beoefenen. Deze ‘stoven’ – Vlaamse steden hebben nog wel een Stoofstraat – kwamen zeker niet alleen tegemoet aan de behoeften van mannen. Een Portugese koopman verbaasde zich in een Brugs badhuis over de voorname vrouwen die zich ook te buiten wensten te gaan. Hun lange schaamhaar was volgens hem een indicatie te meer voor hun losse zeden.
Het is de moderne tijd die door scheve selecties uit veel te letterlijk opgevatte bronnen de middeleeuwse seks heeft opgepompt tot woeste exercities in creatief rondneuken dan wel adembenemende staaltjes van overtrokken kuisheid. Zoals zo vaak zegt de behandeling van het verleden meer over het heden dan over de in beschouwing genomen tijd zelf.