Do It Ourselves: Joop van Ommen, selfmade daklozenopvanger

‘Er wordt te veel geluld in het welzijnswerk’

Hij is koninklijk onderscheiden en benoemd tot ereburger van zijn gemeente. Joop van Ommen is wel trots op die erkenning, maar veel woorden hoeven er wat hem betreft niet aan vuil te worden gemaakt. Liever ziet de joviale, rondbuikige Zwollenaar (63) dat het de daklozen die hij al sinds jaar en dag in zijn woonplaats opvangt goed gaat.

Medium herb1

Do it ourselves
Als de overheid zich terugtrekt doen we het zelf wel. Dat is de leidende gedachte van allerlei nieuwe burgerinitaiteven: van selfmade daklozenopvang tot woongroepen voor ouderen. Zelfredzaamheid is het toverwoord. Voor de special Do It Ourselves van De Groene Amsterdammer gingen 22 studenten van de opleiding journalistiek van de Erasmus Universiteit Rotterdam het land in om een beeld te krijgen van zelfredzaamheid in de praktijk. Bij verschijning van de special publiceerden we op het Groene LAB, het digitale platform voor journalistiek talent, elke dag een artikel rond dit thema.

VAN OMMEN werd op zijn achttiende taxichauffeur, maar bleek uiteindelijk toch veel meer in de wieg gelegd voor de hulpverlening. Zijn ware roeping liet zich al geregeld gelden wanneer hij tijdens taxiritten onderweg een of meer zwervers oppikte om ze een warme maaltijd en een slaapplek aan te bieden. Precies zoals zijn moeder altijd had gedaan wanneer iemand háár aanklampte.

‘Dankzij mijn moeder zit de opvang in mijn bloed’, zegt Joop van Ommen. 'Toen ik opgroeide gaf zij mensen die niets te eten hadden een maaltijd, en als het nodig was mochten ze bij haar op zolder slapen. We hadden zelf niks, maar mijn moeder hielp iedereen.’ Dat het de daklozenopvang zou worden waarvan Van Ommen zijn levenswerk zou maken, had nog een reden: 'Ik heb zelf lang tot de doelgroep behoord. Vroeger was ik een straatjochie, een rat. Ik heb in armoede en ellende geleefd. Daardoor begrijp ik verschoppelingen en zal ik altijd voor ze klaar blijven staan.’

Joop van Ommen werd na zijn carrière als taxichauffeur straathoekwerker, hij organiseerde straatvoetbal en zette de Woensdag Recreatie Zaalvoetbal Club (WRZV) op. In 1988 werd hij directeur van de WRZV-hallen in Zwolle. 'Toen ik die hallen kreeg, wist ik al wel dat ik die niet alleen maar voor sportactiviteiten zou gebruiken. ’s Nachts liet ik daklozen hier binnen liggen. In de kleedkamers, op de tribunes, overal.’ Later ving hij mensen op in barakken op het terrein achter de hallen.

Woningcorporaties konden niet aanzien hoe mensen in die barakken moesten leven en samen met hen richtte Van Ommen in 2009 De Herberg op. De instelling biedt onderdak aan mannen en vrouwen met uiteenlopende problemen en helpt ze weer op eigen benen te leren staan. Wie niet meer op eigen benen kan staan, kan bij De Hergberg een kamer in een van de veertien eigen 'sociale woningen’ krijgen. De kosten voor die categorie cliënten kunnen worden betaald uit de AWBZ-gelden. Verder wordt de opvang in De Herberg mede bekostigd door gunsten van de betrokken woningcorporaties (45 procent) en subsidie van de gemeente (10 tot 12 procent).

DE HERBERG is anders dan reguliere opvangcentra. Iedereen is er welkom en dat is bij reguliere instanties niet zo. Die mogen bijvoorbeeld geen illegalen en ex-TBS'ers laten overnachten. Maar die laatste groep krijgt vaak geen woning toegewezen en kan meestal ook niet meer bij familie terecht. Als Joop van Ommen ze niet opneemt, staan ze op straat. Daarbij: in De Herberg vinden ze dat een ex-TBS'er niet voor niets is uitbehandeld.

Onvoorwaardelijke hulpbereidheid is karakteristiek voor Van Ommen. Al bel je hem om drie uur ’s nachts met een probleem, hij komt helpen. Dat hoef je van 'gewone’ hulpverleners niet te verwachten, meent de gedreven Zwollenaar. Hij vindt ook dat er 'te veel geluld en vergaderd’ wordt in het welzijnswerk. 'Je moet niet óver de mensen maar mét de mensen praten.’ Hij wordt nog woedend over de behandeling die sommige daklozen kregen voor ze naar De Herberg kwamen.

Albert Jan Kruiter: 'Eén man kan soms meer dan vele overheden’

Bestuurskundige Albert Jan Kruiter, mede-oprichter van het Instituut van Publieke Waarden, kent De Herberg goed en steekt de loftrompet over Joop van Ommen.

'Je kunt veel zeggen over Joop, maar hij is geen professional. Maar dat is juist zijn charme. Want omdat hij geen professional is, hoeft hij zich ook niet zoveel aan te trekken van wetten, regels, wethouders en gemeenteraden, waardoor hij veel voor elkaar krijgt. Daklozenproblematiek is een publiek probleem en over het algemeen vinden mensen dat de overheid dat op moet lossen. Joop van Ommen zag nog steeds daklozen op straat en heeft niet automatisch aangenomen dat de overheid dat probleem op zou lossen. Het is uniek dat hij de woningbouwcorporaties erin heeft weten te betrekken.

Voor een overheid is het vaak moeilijk om iets op te lossen op een plek waar meerdere problemen zoals veiligheid, zorg, en opvang, bij elkaar komen. Voor deze problemen heeft de overheid verschillende instanties. En die hebben verschillende potjes met geld en andere regels en dat maakt de communicatie tussen de verschillende overheden lastig. In De Herberg zien ze die problematiek als één geheel. Een dakloze gaat drinken omdat hij psychologische problemen heeft. En die komen voort uit het feit dat hij geen huis heeft. En daardoor heeft hij financiële problemen, waardoor hij gaat stelen. Goed van Joop is dat hij inziet dat hij niet alles zelf kan en daarom samenwerkt met specialisten.

De Herberg is ook bijzonder omdat bijna alle burgerinitiatieven gaan over ruimtelijke ordening. Zoals het inrichten van een wijk of gezamenlijk een speeltuin opzetten. De meeste van die initiatieven ontstaan uit eigenbelang. Ik denk niet dat Joop persoonlijk veel overlast had van daklozen waardoor hij dit is gaan doen. Natuurlijk doet Joop het omdat hij het ook hartstikke leuk vindt, maar zijn opvang is geen veredeld eigenbelang.

Overheden reageren op dit soort verhalen altijd met: “Kijk dit moeten meer mensen doen.” Maar als overheid kan je mensen niet verplichten om zoiets te doen. Een belangrijke vraag is daarom hoe burgers en overheid samen een publiek probleem aan kunnen pakken. Anders blijf je altijd afhankelijk van de vraag of er wel of niet een Joop is in je gemeente. Er moet nagedacht worden over hoe een gemeente mensen kan stimuleren om meer te doen. Want burgers kunnen het zelf, dat laat De Herberg zien. Alleen al het gegeven dat je als burger soms meer kunt dan verschillende overheden gezamenlijk is heel waardevol.’

Zo is daar Hans, een man van 67 in driedelig kostuum die sinds oktober dakloos is. Hij had er in zijn huis 'een beetje een rommeltje’ van gemaakt, waarna hij er van de ene op de andere dag werd uitgezet. 'Dat is helemaal achter mijn rug om gegaan. Ik mocht bij de uitzetting alleen nog pakken wat ik op dat moment nodig dacht te hebben. Toen heb ik mijn driedelig kostuum maar aangetrokken. Als ik Joop drie dagen eerder had leren kennen, was het waarschijnlijk allemaal niet zo gelopen.’

Van Ommen beaamt dat. 'Ik zeg altijd dat we hulp moeten geven op de plek waar iemand woont. Dan bereik je veel meer. Bij Hans zal het wel een zooitje zijn geweest, maar dat kun je beter daar repareren dan die man het huis uit te zetten. Hij is al zijn spullen kwijt en zit in een opvang. Dat kost ook geld! Het probleem is gewoon verplaatst. Ik ga eerst naar degene die het overkomt toe en probeer op de plek des onheils iets te regelen. Maar dat krijg je er bij andere hulpverleners maar niet in.’

TOCH ZEGGEN VEEL DAKLOZEN dat ze het prettiger vinden om in de gevangenis te zitten dan in De Herberg. Dan weten ze tenminste wanneer ze vrijkomen. In de opvang zijn ze opgesloten in hun eigen onmacht of in bureaucratisch gedoe. Maar tegelijkertijd zijn ze ook dankbaar dat ze in De Herberg kunnen verblijven. Ze weten dat Van Ommen alles belangeloos doet, recht uit zijn hart. Anderen vinden het zelfs fijn in zijn opvang.

Christien (51) woont al elf jaar in een sociale woning bij Van Ommen. Eerst in de barakken achter de sporthallen en nu in De Herberg. 'Ik heb ook 24 jaar bij het Leger des Heils in Maastricht gezeten, maar hier is het gezelliger. We zijn echt een groep en er is meer vrijheid. Als we gaan klaverjassen komt de beveiliging er bijvoorbeeld ook gewoon bijzitten.’ Overdag doet Christien de 'vrouwenklusjes’. Ze maakt gangen schoon, houdt haar eigen kamer netjes en wast af na het avondeten. Voor het werk dat ze doet ontvangt ze vijftig cent per uur, een vrijwilligersvergoeding van de gemeente. 'Als ik 11,5 uur werk, kan ik een pakje shag kopen’, zegt de lange dame die regelmatig naar buiten loopt om er eentje op te steken.

Ook Abel (38) voelt zich thuis in De Herberg. Hij is al meer dan twintig jaar dakloos en is al vaak bij Van Ommen aan komen waaien. Maar nu kan hij echt nergens anders meer terecht. In 2007 ging een nieuwe regel in: wanneer een dakloze minder dan twee jaar bij een gemeente staat ingeschreven, hoeft hij niet toegelaten te worden voor overnachting. Het is dan geen 'eigen’ dakloze meer. In het jaar dat de regel inging, ging Abel net weg uit Zwolle. Maar nu hij terug is, krijgt hij geen postadres meer. Waardoor hij ook geen uitkering krijgt.

Abel voelt nu niet meer de behoefte om weer te gaan zwerven. 'Ik heb eten, drinken, een douche en een slaapplek. Wat wil ik nog meer? Hier is altijd plek. Ik heb ook in Friesland gezeten en daar ging de opvang pas om 16.00 uur open. Dan staat iedereen in de rij om binnen te komen: alsof de koeien gemolken gaan worden. Ik heb ook wel gehad dat het vol was, dan moest je buiten slapen.’

Medium herberg 575

ZO BETROKKEN ALS Joop van Ommen bij zijn mensen is, zo veel waarde hecht hij ook aan de kwaliteit van hun onderdak. De gezondheidszorg is de laatste decennia enorm ontwikkeld, maar desondanks is de daklozenopvang een beetje stil blijven staan. Het zijn vaak sobere gebouwen, waar daklozen alleen ’s nachts mogen zijn, want ze mogen niet hospiteren. Van Ommen acht dat onzin. De Herberg is een mooi nieuw gebouw. Het kreeg laatst zelfs nog de tweede prijs bij een internationale architectuurwedstrijd.

Van Ommen vond het ook maar niks dat mensen in de reguliere opvang alleen maar ’s nachts binnen mogen blijven; daarom is er in De Herberg ook dagopvang. De bewoners gaan daardoor pas later naar buiten. Het scheelt overlast, ze drinken minder en hebben dus minder alcohol op als ze weer naar binnen willen. Het personeel in De Herberg is daar gelukkig mee, want het kan het verschil maken tussen een handelbare en onhandelbare dakloze. Door de dagopvang zijn heel veel mensen net even iets beter gemaakt.

Maar bijna nooit 'geneest’ een dakloze helemaal. Dat lukt maar bij een enkeling. Van Ommen: 'Al is het er elk jaar maar één die het redt, dan geeft dat een stimulans om door te gaan.’ De meeste daklozen blijven echter altijd wel onder enige vorm van begeleiding in een bepaald circuit draaien. En voor hen zal Joop van Ommen er altijd zijn. 'Ik stop niet op mijn 65e, ik ga door tot mijn 85e en als ik mij goed voel nog wel langer. Ik blijf werken, ik weet niet wat ik anders moet doen.’


Medium 001 dga25 web

Lees meer in de Do It Ourselves special**

Alle stukken in de Do It Ourselves-serie op het Groene LAB:


Foto’s De Herberg: LKSVDD architecten, Hengelo / Ben Vulkers, Zwolle.