De EHEC-redux

Er zijn heel wat microben die ons rauw lusten

De aanpak van de EHEC-uitbraak in Duitsland was gebrekkig. Dat wetenschappers elkaar tegenspreken, moet het publiek accepteren. Verder was het een dialoog van doven en blinden.

OP 10 JUNI hakte het Robert Koch Instituut (RKI) in Berlijn eindelijk de knoop door: verontreinigde Duitse kiemplantjes waren ‘vrijwel zeker’ de bron van de dodelijke E. coli-epidemie. Freispruch für Gurken und Salat kopten de kranten. In Hamburg verwacht men binnenkort de eerste schadeclaim van Spaanse komkommertelers.
Bij het Wageningen University & Research Centre - een instelling van wereldfaam op het gebied van voedselveiligheid - kijkt men niet op van de EHEC-uitbraak en de verwarring eromheen. Per jaar vinden alleen in Nederland zo'n 2,4 miljoen 'voedselincidenten’ plaats. In negen van de tien gevallen ligt de oorzaak in de keuken en blijft de schade beperkt tot één huishouden. 'Door de virulentie van de bacterie en door de miscommunicatie is deze Duitse epidemie extreem’, zegt Ralf Hartemink, opleidingsdirecteur voedselveiligheid bij agrotechnologie en voedingswetenschappen. Toch verbaast ook die miscommunicatie hem niet.
Hartemink geeft zijn studenten jaarlijks een simulatietraining om ze te leren omgaan met politiek en pers. Onlangs werkten ze aan een 'ramp’ met radioactiviteit in voedsel waarbij ze onder grote druk moesten uitzoeken waar de bron zat. Hartemink: 'We stopten ook valse sporen in het scenario. De radioactiviteit zou bijvoorbeeld in babyvoeding en kalfsvlees zitten. De studenten werkten hard om de bron te vinden, maar vergaten de communicatie. Ze riepen dat babyvoeding uit de handel moest en dat de kalfsvleesindustrie de productie moest staken. Precies zo ging het even later in Duitsland: door het hoge aantal zieken en doden ontstond stress, de pers zat er bovenop en men ging los van elkaar bronnen aanwijzen. Daarom leren we onze studenten dat je één crisisteam met één woordvoerder moet aanstellen.’
Door de gescheiden competenties van de Duitse deelstaten en Behörden en door de ouderwetse communicatie (veel medische gegevens werden per slakkenpost verstuurd) duurde het drie weken voor patiëntenmonsters aankwamen bij de juiste laboratoria. Zo'n vertraging in de opsporing van dodelijke ziektekiemen in een modern land is schandalig. Nadat het genoom van de bacterie in kaart was gebracht door twee laboratoria, de universiteitskliniek in Hamburg (in samenwerking met het Beijing Genomic Institute) en de universiteitskliniek in Münster, bleek dat de labs elkaar tegenspraken. Volgens Hamburg ging het om een 'supertoxische’ E. coli-bacterie die voor 97 procent afstamt van een agressieve Afrikaanse microbe. Volgens Münster is het beestje een 'oude bekende’ uit Europa. Over de precieze herkomst valt niets te zeggen. E. coli zit overal ter wereld in de darmen van mens en dier en kan lange tijd onschuldige varianten ontwikkelen om opeens levensbedreigend te worden.

DAT WETENSCHAPPERS elkaar tegenspreken kan gebeuren, daar zal het grote publiek vrede mee moeten hebben. Want dat is een normaal onderdeel van het wetenschappelijke proces, vragen stellen bij de vindingen en meningen van anderen. Maar de epidemiologische aanpak vertoonde forse gebreken. Er werd nog wel volgens het boekje een case control study opgezet: de patiëntengroep werd vergeleken met cohorten gezonde mensen zoals streekbewoners en restaurantbezoekers. Al snel concentreerde het onderzoek zich op het groenteaanbod van bepaalde winkels en restaurants. Dat had sneller gekund als een cluster van veertig Zweden en Denen die in Duitsland ziek waren geworden niet aanvankelijk over het hoofd was gezien. Het kwalijkst van al is dat men de EHEC-gevoeligheid van kiemplantjes lang buiten beschouwing liet, hoewel die in het elektronisch archief van het RKI goed is gedocumenteerd met rapporten over uitbraken in Duitsland, Japan en de VS. Intussen waren komkommers en tomaten de klos. 'Duitse politici wilden scoren’, meent de Belgische microbioloog Herman Goossens, die een Europese voortrekkersrol vervult bij de preventie van besmettelijke ziekten: 'Maar je mag ook ernstig twijfelen aan de competentie van de deskundigen die hen omringen. De Duitse aanpak was een zooitje.’
Wellicht kan stamboomonderzoek alsnog uitwijzen waar de bacterie is ontstaan. Hoofdverdachte is de reguliere landbouw die op grote schaal antibiotica toedient aan dieren. Maar de bacterie kan ook in een mensendarm zijn ontstaan. Buiten Noord-Amerika en West-Europa is het onverantwoord gebruik van antibiotica door mensen minstens zo wijdverbreid. Daardoor worden bacteriën toenemend resistent en ontstaat een ernstige bedreiging van de volksgezondheid, zoals dit blad onlangs (27 maart) uiteenzette. 'De nieuwe EHEC-variant is resistent tegen acht klassen antibiotica’, zegt epidemioloog Luc Bonneux van het Nederlands Interdisciplinair Demografisch Instituut in Den Haag. 'Dat is alleen te verklaren uit evolutiedruk. Hij moet zijn ontstaan in een antibioticumrijk milieu.’
En hoe belandde hij op verse groente? Hartemink: 'We speculeren daar intern natuurlijk over. We dachten aanvankelijk dat sproeien met oppervlaktewater de oorzaak kon zijn. Er hoeft maar een besmette meeuw te poepen in het meertje waaruit de boer zijn sproeiwater haalt.’
Dat de fatale kiemplantjes afkomstig waren van een biologische boerderij is misschien ook niet toevallig. Ron Hoogenboom, die bij het Wageningse instituut voor voedselveiligheid Rikilt onderzoek doet naar micro-organismen in de voedselketen, wijst op de voors en tegens van de biologische landbouw: 'Het voornaamste, positieve verschil met reguliere boeren is dat bioboeren geen preventief gebruik maken van antibiotica bij dieren. Daar staat tegenover dat men doorschiet in het vertrouwen in de natuur.’ De biologische landbouw is vooral kwetsbaar door zijn verhoogd gebruik van dierlijke mest, zegt hoogleraar tuinbouwketens Ernst Woltering: 'We zijn deze vorm van boeren de laatste jaren in heel Europa gaan stimuleren, juist vanuit het idee dat het de voedselveiligheid (geen residuen van bestrijdingsmiddelen) en het consumentenvertrouwen ten goede komt. Dat is ook zo, maar daarom moeten we nog wel alert zijn op het risico. Dat ligt heel gevoelig.’ Problemen met E. coli-bacteriën in de verse-groenteketen zijn volgens hem overigens uitzonderingen: deze bacteriën horen niet bij groenten en er is dan ook altijd sprake van een incidentele kruisbesmetting.
Biologisch verantwoorde producten en productiemethoden zijn in Duitsland razend populair. De vraag naar bioproducten was lang inelastisch, bedrog was doodeenvoudig. Een bioboerin die in 2009 voor de rechter moest verschijnen omdat ze kippen en eieren ten onrechte als 'scharrel’ verkocht, bekende dat het simpel opplakken van een vals labeltje honderd procent winst opleverde. Biofach, de grootste ecobeurs van de wereld in Neurenberg, trok in 2008 45.000 bezoekers. 'Helaas, er zijn heel wat microben die ons rauw lusten’, zegt Bonneux: 'Mensen horen niet graag dat de natuur een amorele seriemoordenaar is.’
Een bijkomend probleem is dat de Duitse biologische sector grotendeels zichzelf controleert. Duitsland telt 22 particuliere Biokontrollstellen en als één daarvan een product afkeurt, stapt de producent doodleuk naar een andere. Deskundigen stellen dat ook de in Duitsland wijdverbreide biogaswinning eens onder de loep moet worden genomen. De gistketels voor de 'milieuvriendelijke’ winning van methaangas zijn bacteriële broeinesten, aldus Bernd Schottdorf, arts en directeur van een groot particulier medisch laboratorium. Als schadelijke bacteriën tegelijk met de vergistingsresten als mest worden uitgereden, komen ze in de voedselketen terecht. Worden die ketels dan niet gecontroleerd? Schottdorf: 'Nauwelijks, dat is in Duitsland een blinde vlek. Als je wilt onderzoeken hoe een levensgevaarlijke bacterie uit dieren of mensen op groente terechtkomt, dan staan biogasketels hoog op het lijstje.’
De Duitse koepelorganisatie Biogasrat ontkent echter in een persbericht dat er enig verband met de EHEC-epidemie kan bestaan. Microbiologe Henriette Mietke-Hofmann van het laboratorium voor mestbewaking in Saksen reageert verontwaardigd: 'Bacteriekiemen sterven in biogasketels helemaal niet af zoals de Biogasrat stelt. In het bijzonder E. coli die zich onder anaerobe omstandigheden, dus zonder zuurstof, kan vermeerderen, voelt zich in zo'n ketel bij 37 graden kiplekker.’
Zo'n dialoog van doven en blinden brengt het evenwicht tussen natuur, landbouw, consumentenvraag en volksgezondheid niet dichterbij. 'We moeten afleren moraliserend over voedsel te denken’, zegt Annemarie Mol, hoogleraar in de antropologie van het menselijk lichaam: 'Volgens neoliberale politici maken producenten en consumenten “foute” keuzes. Links herhaalt enkel zijn klaagzang dat we het contact met de natuur verloren hebben. Zelfs de wetenschap produceert niet de kennis die we nodig hebben om tegenwicht te bieden. De voedingswetenschap is geprivatiseerd of door de particuliere sector ge-cofinancierd en denkt in termen van vraag en aanbod van nutriënten. Men is in die kring onkritisch als het gaat om ecologische samenhangen en langetermijneffecten.’
De kern van de zaak is volgens Mol dat onze voedselvoorziening is onderworpen aan een geglobaliseerd economisch regime. Niemand ontsnapt eraan, de biologische landbouw net zo min als de reguliere: 'Uit alle studies naar rampen blijkt dat catastrofes daar plaatsvinden waar lange, complexe handelings- en beslissingsketens aan elkaar gekoppeld zijn terwijl niemand overzicht heeft. Dat zie je bij rampen met kernenergie en ook bij rampen in de voedselvoorziening. Het is een illusie dat de individuele boer of consument daar greep op heeft. Je moet de oplossing zoeken in de sfeer van schaalverkleining en verkorting van de ketens, in combinatie met beter overheidstoezicht.’
Schaalvergroting leidt echter niet automatisch tot onveiligheid, meent Woltering: 'De regels en protocollen zijn de afgelopen decennia navenant strenger geworden. Daardoor ontdekken we veel potentiële veiligheidsproblemen die vroeger onopgemerkt bleven.’ Daarentegen brengt de social dumping in de landbouw dat effect weer in gevaar, stelt Annemarie Mol: 'Boeren zijn overal onderbetaald want ze worden mondiaal tegen elkaar uitgespeeld. Door armoede gaan ze eerder de hand lichten met regels en met voedselveiligheid. En dat is maar één zwakke schakel in de keten.’
'Door de geglobaliseerde massaproductie van voedsel kan een dodelijke kiem inderdaad snel om zich heen grijpen’, zegt Bonneux: 'Daar staat tegenover dat die massaproductie ook een zegen is. Dat er tegenwoordig verse groenten en fruit worden ingehaald van over de hele wereld is vermoedelijk één van de oorzaken van onze hoge levensverwachting en de geweldig gedaalde sterfte aan maagkanker. Dat men dat niet weet, is omdat goed nieuws geen nieuws is.’