Popmuziek

‘ER ZIJN maar WEINIG MEESTERVERTELLERS’

POPMUZIEK Interview met Stephen Emmer

De combinatie van spoken word en muziek heeft altijd een merkwaardig schaduwbestaan in de muziekgeschiedenis gekend. Feitelijk speelt het al een rol sinds de oude Grieken, maar slechts sporadisch borrelt het even naar de oppervlakte. Dan merken de wereld en de media het op: de Beat-schrijvers die hun krachten bundelen met jazzmuzikanten als Zoot Sims of Stan Getz, Laurie Anderson die met haar Oh, Superman een onverwachte wereldhit scoort. Diverse artiesten hebben zich bovendien als tussendoortje van de vorm bediend op hun ‘gewone’ albums. Police- en jazzgitarist Andy Summers liet rapper Q-tip reciteren op een nummer van Charles Mingus, de Deense artrockers Kashmir vroegen Lou Reed voor hun track Black Building en zelfs Frank Boeijen sprak in Wolven in de nacht. Maar volledige albums gewijd aan muziek en spoken word zijn schaars. Iets waar de Nederlandse componist, producer en arrangeur Stephen Emmer verandering in wilde brengen met zijn eind vorig jaar verschenen cd Recitement.

Het is een project geboren uit frustraties, zegt Emmer in een Amsterdams café. De jongensachtige bijna-vijftiger werd vooral bekend als bedenker van tv-tunes en station calls. Alles van NOS Journaal tot RTL Boulevard werd ingeleid door de klanken die hij produceerde in zijn studio in het Hilversumse Mediapark. Lange tijd naar Emmers eigen tevredenheid, tot het inkrimpen van de artistieke vrijheid hem parten begon te spelen: ‘In het begin had ik te maken met een naïeve publieke omroep die me speelruimte gaf. Na de intrede van de commerciëlen werd die speelruimte steeds kleiner. Ik werd dezelfde verstikking gewaar die ik uit de reclamewereld kende. Daar is muziek vaak niet meer dan een sound- of style-a-like: het moet klinken als Moby, met een crescendo à la Mozart en tussendoor een brokje Dire Straits. De lol ging van het tv-werk af. Als ik in de spiegel keek, zag ik een muziekambtenaar.’ Hij stelde zichzelf de vraag: heb ik nog een muzikaal ei te leggen of ben ik ‘gestorven’ in het dooie-dienderschap van de opdrachtmuziek? Op zijn zolderkamer ging hij de confrontatie aan: zijn eerste vrije werk in een jaar of twintig. ‘En toen kwam er dus niks. Ik zag mezelf al mijn leven uitzingen als ambachtsman. Ik ben toen naar het werk gaan luisteren dat ik als twintiger maakte, toen ik nog lekker voor mezelf bezig was. Cassettebandjes en quarter-inch tapes uit de jaren zeventig en tachtig. Wat ik daar hoorde was een rare Mike Oldfield. Vermicelli was het. Maar daarbinnen klonk zo nu en dan een inventief en fris melodietje. Dát kon ik. Een deel van de cd bestaat dan ook uit die oermelodieën, waar zware, harmonisch complexe arrangementen omheen zijn gebouwd.’

Spoken word was een oude liefde van Emmer. In de jaren zeventig grasduinde hij in platenzaak Concerto in Amsterdam al in de bak ‘varia’ en ‘curiosa’; plaatjes en cassettebandjes die riekten naar camp en kitsch. ‘Denk dan aan Telly Savalas of Dr. Spock. Later kwamen daar dingen bij als de Beat-schrijvers die reciteerden op jazz, en The Last Poets. Na de hybride vorm van gesproken tekst en muziek ontdekte ik op het Waterlooplein cassettes van auteurs en acteurs die titels uit de wereldliteratuur ten gehore brachten – luisterboeken avant la lettre. In al die dingen zag ik schoonheid. Tegelijk bleef ik met een rare nasmaak zitten: die van de letterlijke en figuurlijke monotonie van het voordragen. Anderhalf jaar terug heb ik enkele van die cassettes opnieuw beluisterd. En inderdaad: inhoudelijk mooi, maar stilistisch aan de saaie kant. Ik had mijn opdracht gevonden.’

Recitement – een samentrekking van recitation en excitement – koppelt literaire teksten van onder anderen Paul Theroux, Baudelaire, Borges, Campert, Claus en Ginsberg aan muziek die pop- en jazzinvloeden koppelt aan de filmische sensibiliteit van Ennio Morricone. Soms heeft Emmer de stemmen van oude opnamen geplukt: Richard Burton, Carlos Drummond de Andrade. Enkele voordrachten zijn op verzoek tot stand gekomen. Meest opmerkelijk is daarbij Lou Reeds medewerking aan het sterkste nummer van de plaat: Passengers.

Wat de cd vooral bewijst is dat de ene stem de andere niet is. Waar de muziek van een stabiel hoog niveau is, verschilt de zeggingskracht van de voordracht. Sacha de Boer komt niet los van haar journaaltoon, terwijl rapper Michael Parkinson – van Postmen – er wél in slaagt zich los te worstelen van zijn gebruikelijke stiel. De fraaiste stemmen zijn echter die van oude, gruizige mannen: die van Reed en Burton. ‘Er zijn maar zeer weinig meestervertellers’, zegt Emmer: ‘Het verschil tussen gewone en meestervertellers is hetzelfde als tussen gewone en briljante zangers. Het onderscheid zit hem in muzikaliteit, intonatie, intensiteit. De stem is een instrument. Ik heb het me ook afgevraagd: waarom was Richard Burton zo goed? Daarom ben ik er eens technisch naar gaan luisteren. Wat ik hoorde is wat me ook bevalt in een goeie instrumentalist: over het ritme heen praten, vertragen, versnellen, opzettelijk gaatjes laten vallen. Elke zin wordt steeds nét iets anders gebracht – precies de manier waarop een goeie zanger coupletten interessant houdt. Daarbij komt het doorleefde in een stem: de dramaturgie die in de persoon besloten kan liggen. Het craquelé, dat roestige, waarvan je bij zangers zegt: wat een strot! Daarom heb ik technische onvolkomenheden – voortkomend uit de opname, het moment, de plek, de persoon – erin gelaten.’

Het uitstapje naar spoken word smaakt naar meer. Emmer heeft ontdekt dat er in de luwte veel fans en beoefenaars van het genre zijn: ‘Het wekt iets op. Anders dan applaus en boegeroep.’ Daarom hoopt hij met nieuwe initiatieven het genre meer momentum te geven. Daarbij denkt hij om te beginnen aan een compilatie-cd met het beste uit de geschiedenis van spoken word. ‘Bovendien wil ik op mijn website recitement.com brokjes voordracht ter beschikking stellen, waar mensen zelf mee kunnen gaan stoeien. Iedereen die thuis een computer en een muziekprogramma heeft, kan ermee aan de slag. Het is een democratisch genre. Dichters en muzikanten moeten meer met elkaar samenwerken, vind ik. Structureel kan er zo iets heel moois gebeuren.’

Stephen Emmer, Recitement, Supertracks Records