Human Rights Weekend - Burma Storybook

‘Er zit altijd een gedicht in mijn mini’

Nadat het leger in 1962 de macht had gegrepen in Birma werd het schrijven van poëzie een daad van verzet tegen de dictatuur. In Burma Storybook herinnert dichter Maung Aung Pwint zich de repressie.

Medium dana 20lixenberg 20photo 20of 20maung 20aung 20pwint 20and 20his 20wife 20daw 20nan 20nyunt 20shwe
Maung Aung Pwint en zijn vrouw Nan Nyunt Shwe © Dana Lixenberg

De eerste beelden van Burma Storybook bedwelmen en intrigeren al meteen. Boven het silhouet van een tempel in het eeuwenoude Pagan, zo’n duizend jaar geleden het hart van het land, kondigt de hemel een ochtendgloren aan. Na dat serene moment trekken luchtballonnen als geheimzinnige boodschappers voorbij terwijl de stem van de dichter Maung Aung Pwint klinkt.

‘Laten we samen een lang gedicht maken’, zei hij toen hij de filmmakers voor het eerst ontmoette. Zo ontstond een poëtische vertelling over dichters en een land waar na decennia van dictatuur eindelijk meer vrijheid gloort, maar waar de pijn over alles wat gebeurde voelbaar is. ‘Onder de grote ijslaag werd een groot land levend begraven. Onder dat grote land ligt een tempel waarin niet langer goden huizen’, verwoordt Maung Aung Pwint dat.

Het regime dat in 1962 aan de macht kwam, beschouwde dichters die zich waagden aan kritiek, hoe omzichtig ook, als vijanden van de staat. Niet voor niets spotten Birmezen dat George Orwell met 1984 een vervolg op zijn Burmese Days geschreven had. De onderwereld van de talloze gevangenissen was nooit ver weg. In 1967 belandde ook de toen 22-jarige Maung Aung Pwint voor een jaar achter de tralies. In 1978 werden het zeventien maanden. In 1999 volgde een veroordeling van acht jaar vanwege het illegale bezit van een faxapparaat en het sturen van informatie naar buitenlandse media. Na vijfenhalf jaar zwaaide de celdeur open dankzij een amnestie. De vrijlating was zo onverwacht dat hij onderweg naar huis zijn familie moest bellen om te melden dat hij eraan kwam.

Hij vertelt sober en zonder bitterheid of zelfbeklag over die jaren van detentie. ‘Tijdens mijn eenzame opsluiting verloor ik bijna mijn taal.’ Het klinkt als een simpel zinnetje, maar voor iemand die zijn identiteit ontleent aan woorden moet het verlies van taal een huiveringwekkende gedachte zijn geweest. Zo groot was de behoefte aan enige vorm van contact dat hij de mieren die door zijn cel kropen als vrienden beschouwde.

Omringd door stapels boeken in zijn leunstoel of starend naar het straatbeeld vanaf zijn kleine balkon deelt de broze dichter zijn gedachten. Nu eens wat onzeker in de camera kijkend, dan weer met afgewende blik, waardoor het bijna lijkt alsof hij tegen zichzelf praat. Die onwennigheid is niet verwonderlijk in een land waar het publiekelijk delen van verhalen over dat duistere verleden nog steeds ongewoon en niet zonder risico is.

Ook andere dichters komen in beeld, zoals San Zaw Htway, een medegevangene die zich inzet als counselor om lotgenoten te helpen met het verwerken van hun trauma’s. ‘Als ik aan jou denk komen de gedichten vanzelf’, zegt hij om uit te leggen hoezeer de oudere collega hem inspireerde.

Maar Burma Storybook draait om Maung Aung Pwint, de People’s Poet, die het als zijn taak zag om in zijn werk een onderdrukte verarmde bevolking te laten spreken. Hij treedt daarmee in de voetsporen van eerdere generaties geëngageerde dichters. Die roerden zich voor het eerst tijdens de Britse overheersing die in 1824 begon en eindigde toen in 1948 de Birmese vlag gehesen werd. Nadat het leger in 1962 de macht had gegrepen, werd het schrijven van poëzie een daad van verzet tegen de militaire dictatuur. Onder de zware censuur was zelfs een woord als ‘zonsopgang’ verboden, net als ‘rood’ en ‘ster’ – symbolen die zouden verwijzen naar linkse signatuur of andere oppositie. ‘Censors zijn onze eerste lezers’, grapten schrijvers regelmatig. Verboden werk circuleerde dankzij illegale kopieën door het land.

Medium dana 20lixenberg 20photo 20of 20mae 20yway
May Yway © Dana Lixenberg

Mijn eerste Birmese literaire avond maakte ik in het begin van de jaren negentig mee in een houten barak in de jungle van Oost-Birma waar politieke dissidenten uit de steden zich hadden aangesloten bij het gewapende verzet van minderheden. De ene na de andere liefhebber van verhalen en poëzie plaatste zich voor de microfoon om de woorden van vervolgde schrijvers en dichters te citeren. Een bekende dichter die enkele maanden eerder in de gevangenis was overleden vermomde zijn kritiek op het bewind door satire in een soort dronkemanstaal te schrijven. Een ander die opgesloten zat smokkelde werk naar buiten met de boodschap: niet opgeven. Zodra het donker werd trok een ijzige kou door de ruimte en rond twee uur ’s nachts vond ik het welletjes. De rest van het publiek zag de zon opkomen.

Ook in het deel van Birma waar militairen de dienst uitmaakten was de honger naar verhalen en gedichten groot. Literaire avonden waren in het afgesloten land, waar staatsmedia slechts gortdroge propaganda opdisten, net zo populair als de verboden Birmese nieuwsuitzendingen van de bbc die het straatverkeer ’s avonds merkbaar deden verstillen. Behalve een welkome afleiding betekende het bezoeken van zo’n avond ook een daad van politiek verzet. Voor de verjaardagen van de bekendste dissidente schrijvers en dichters kwamen lezers van heinde en verre.

Ik zag hoe boeken het hele land door reisden dankzij de Floating Libraries, een leensysteem waarbij de lezers voorin hun woonplaats noteerden en het – vaak verboden – werk dan aan een volgende boekenwurm doorgaven. Ook in Burma Storybook ontmoet de camera in alledaagse scènes liefhebbers van poëzie. Zoals een vissersechtpaar dat met zichtbaar plezier ombeurten een lied citeert.

Onder de zware censuur was zelfs een woord als ‘zonsopgang’ verboden, net als ‘rood’ en ‘ster’

Pas gaandeweg wordt duidelijk hoe diep het regime ingreep in het leven van dissidenten als de dichter en zijn gezin. ‘Ze namen hem mee wanneer ze wilden. Ze stuurden hem terug wanneer ze wilden. Als hij thuis is, is hij thuis’, zegt zijn echtgenote Nan Nyunt Shwe. In het Birma waar zij samen op terugblikken, vermocht je als burger immers niets tegen een oppermachtige staat. Met diezelfde toon van acceptatie meldt ze dat haar man zijn familie nauwelijks iets vertelt over al die jaren in de cel. Ze krijgt flarden mee uit dat bestaan als zijn lotgenoten op bezoek komen.

Pijnlijk ook is het verlangen naar de zoon die, nadat hij zich als student had aangesloten bij het gewapende verzet in de jungle, in ballingschap in Finland terechtkwam. Beelden uit het besneeuwde Finse landschap tussen de impressies van tropische warmte en bonte kleuren onderstrepen hoezeer de levens van de ouders en hun zoon noodgedwongen zijn gaan verschillen. Het subtiel gefilmde tafereel van het wachtende echtpaar op de luchthaven in Rangoon, als de zoon voor het eerst na twintig jaar terugkeert, ontroert. De vaak zo bezeerde blik in de ogen van de dichter is verruild voor blijde hoop.

Ook andere scènes uit Maung Aung Pwints leven zijn prachtig dicht op de huid gefilmd. Zoals de tederheid waarmee de echtgenote haar man, die de ziekte van Parkinson heeft, met massage verlichting probeert te geven en zijn woorden noteert als hij te verzwakt is om de pen te hanteren. Of wanneer hij haar een van zijn gedichten voorleest: ‘De kou van de winter kruipt naar binnen om ons aan te raken. We hebben maar een kussen, wang aan wang. Laten we er niet meer kopen.’ Ze lachen samen om zijn werk. Twee mensen die beschadigd raakten, maar die ongebroken bleven.

Het is de grote verdienste van de filmmakers dat ze die veelzeggende intimiteit wisten vast te leggen. Die intimiteit is ook het bewijs dat de tijden ten goede zijn veranderd. In het vroegere Birma zou de dichter al lang zijn opgepakt en waren de filmmakers op de zwarte lijst beland.

De caleidoscopische beelden die tussen het persoonlijk verhaal voorbij trekken, tonen het Birma van nu. Een verwaarloosde staat, en een land waar enorme contrasten ontstaan. Verstopte verkeersaders, jongeren in hun bolides, groepstoerisme en een skyline van moderne appartementencomplexen, maar ook rijen van golfplaten daken, een boer die met de hand een uitgestrekt stuk land bewerkt, een brug van bamboe met broodmagere passanten.

Het klimaat is vrijer nadat in 2012 de censuur werd afgeschaft. Maar draconische wetten die stammen uit de oude tijd maken arrestatie om wille van een woord nog wel altijd mogelijk. En van een proces van recht en waarheidsvinding is geen sprake, zoals ook een van de auteurs in de film opmerkt.

Een jongere generatie schrijvers en dichters laat met eigen thema’s van zich horen, vaak via het explosief groeiende internet. Zoals May Yway, een feministe die een rebelse tatoeage met ‘Verandering’ op haar bovenarm laat zetten. ‘Stereotypeer me niet. Er zit altijd een gedicht in mijn mini’, waarschuwt ze in een van haar werken.

Door de impressionistische aanpak zonder duiding en zonder uitgesproken verhaallijn is Burma Storybook geen makkelijke kost voor wie niet bekend is met de geschiedenis van het land. Maar het is vooral een indringende en aangrijpende documentaire waaruit de vraag van Maung Aung Pwint blijft naklinken: ‘Hoe kunnen onze harten helen?’

‘Wees vrij van angst. De vechtende pauw komt naar het hele land’, klinkt het lied uit de speakers van een wagen die door de velden trekt. Die beloftevolle woorden zijn gefilmd in 2016, tijdens de verkiezingscampagne van de partij van Aung San Suu Kyi, de Nationale Liga voor Democratie. Na een klinkende overwinning trad dit voorjaar voor het eerst in een halve eeuw een democratisch gekozen regering aan waar zij als Adviseur van Staat een sleutelfunctie heeft. Maar dankzij een ondemocratische grondwet staan machtige ministeries als Defensie, Binnenlandse Zaken en Grensbewaking onder controle van de militairen en ook verder heeft het leger nog veel politieke invloed.

Het besluit van Aung San Suu Kyi om door samenwerking met het leger het land in voorspoediger vaarwater te krijgen, maakt dat haar handen flink gebonden zijn. De prijs voor dat compromis wordt met de dag schrijnender nu conflicten in de gebieden van de statenloze Rohingya-moslims en andere minderheden verder oplaaien. Terwijl in een deel van Birma harten pogen te helen, worden in de uithoeken van het land weer diepe wonden geslagen.


Minka Nijhuis deed de afgelopen jaren verslag van conflicten in Cambodja, Birma, Irak en Afghanistan. Ze is auteur van onder meer Birma: Land van geheimen, dat werd bekroond met de VPRO Bob den Uylprijs 2010 voor het beste Nederlandstalige reisboek.

Burma Storybook draait op zondag 29 januari om 20.00 uur in De Balie