De dollemansrit van Eric de Vroedt

Er zit een muur in mij, pa

Met deel tien, Hoe ook ik de liefde vond in het nieuwe Azië, is de cyclus Mighty Society van Eric de Vroedt voltooid. Althans voorlopig. Deze intelligente toneelmaker lijkt nog lang niet uitgepraat.

Toneelschrijver en regisseur Eric de Vroedt is een constructeur van sterke vertellingen. In veel van de toneelavonden die hij de afgelopen acht jaar onder de kop Mighty Society heeft geschreven, gecast en met ijzeren discipline geregisseerd, laat hij zijn publiek alle hoeken van de theaters zien. Vanuit een ogenschijnlijk intieme en veilige plek ergens in het centrum van zijn (en ons) universum joeg hij ons op naar de jachtige en lawaaiige randen ervan. In deel tien is dat niet anders.

We gaan op z’n allerintiemst van start: hurkend rondom een hotelbed op de zeventiende verdieping van het Shangri-La Hotel, met uitzicht op de verkeerde kant van Surabaya, shoppingmall-view. Voor we goed en wel in de gaten hebben wie die grofgebekte patjepeeër is die de infuusslang van een of ander ziekenhuis nog aan zijn arm heeft hangen, is de hotelkamer al weer ontruimd en hebben we ons letterlijk verplaatst naar de hoerig uitgelichte kelderbar van datzelfde hotel. Waar zich een familie-melodrama ontrolt. De patjepeeër blijkt een zakenman die aan de taxrand van zijn kredietruimte in het peperdure hotel zit te wachten op de dingen die komen gaan, financieel en fysiek aan de grond, mentaal ogenschijnlijk zo fit als een hoentje. Hij heeft een Indonesische vrouw opgedoken met wie hij voornemens is onder semi-filantropische condities te trouwen. Hij lijkt niet in de gaten te hebben dat aan die vrouw een complete inlandse familie vast zit die zo haar eigen plan trekt, met bijbehorende prioriteiten.

De man, Lex, heeft na een hartaanval zijn zoon Ramses in Nederland gebeld: ‘Ik ga dood – en dan klik.’ Die heeft zijn van Lex gescheiden moeder Winnie onder de arm genomen en is op een vliegtuig richting Surabaya gestapt. Ramses spéélt dat-ie het tegendeel is van zijn in onroerend goed en toerisme grossierende vader. Hij is namelijk kunstenaar. Maar minstens zo gewiekst als zijn vader, internationaal erkend, even globalistisch en even megalomaan. Ramses bouwt overal op de wereld kunstbunkers en heeft daar ook een filosofie over die in een intellectueel doordacht manifest is vervat.

Eric de Vroedt overtreft zichzelf hier in over elkaar heen buitelende metaforische varianten van zijn eigen Mighty Society-project. De catharsis (ook een fenomeen waar De Vroedt erg goed in is) lijkt hier te bestaan uit controverses als: kunstenaar versus zakenman, utopia tegenover realisme, salonfähig links in gevecht met gortig rechts. Tussen de vader en de zoon in staat een schilderachtige troep antagonisten. In de eerste plaats de vertegenwoordigers van het slim calculerende nieuwe realisme in de Derde Wereld. Daarnaast de assistent van kunstenaar Ramses, een nichterige stagiaire met ambitie-weerhaakjes op zijn ellebogen, die zich warmloopt voor de rol van Jacob Eckermann, Cornald Maas of Albert Verlinde, of een andere voetveeg van hogere lagere cultuur. En dan is er nog moeder Winnie, Indo van kruin tot hielen, stijf in de mantelpakken, Susan Sontag-lok en design-bril. En verder een wandelende Krakatau-vulkaan vol explosieve onverwerkte woede, gegarneerd met een paar pittige Indische lijken-in-de-kast. De ingenieus in elkaar gestoken mensenpuzzel zit De Vroedt deze keer dicht op de huid. Zonder overigens sentimenteel te worden. Alles ruikt naar vadermoord. Of toch minstens naar stervensbegeleiding van de falende verwekker.

Onlangs werd op een van de publieke zenders een documentaire uitgezonden over de 87 dagen van het eerste kabinet-Balkenende in 2002, na de monsterzege van de Lijst Pim Fortuyn, tien jaar geleden. Uit de tijd dus waarin Koefnoen nog niet bestond en eigenlijk gewoon Den Haag Vandaag heette. Bijna drie maanden school­cabaret kregen we uitgeserveerd, uitlopend op een staatsbegrafenis (die van prins Claus) met een pijnlijke sideshow. De hoofdrolspelers van toen leken zichzelf in die documentaire nog altijd even serieus te nemen. Wie kent ze nog, de losers die maandenlang het nieuws beheersten met dwarsgebakken lucht? Kunsthandelaar Ferry Hoogendijk, vliegtuigspotter Matt Herben, dat blonde borderline-dingetje Winny de Jong, het ongeleide projectiel dat economie gestudeerd had en Eduard Bomhoff heette.

Daar kon geen cabaret tegenop. Na de tweede politieke moord binnen enkele jaren, die op Theo van Gogh in 2004, nam het cabaret het roer weer stevig over. Nederland blijft immers een cabaretland. Met uiteindelijk altijd weer de banale derivaten van kleinkunst als eindresultaat. Ik heb de hele Mighty Society-onderneming altijd ook beschouwd als een waardig antwoord op die treurigheid. Eric de Vroedt startte zijn meerjarenproject met commentaren op in plaats van imitaties van de sterspelers in de maatschappelijke werkelijkheid en hij begon daar meteen in dat najaar van 2004 mee. Met een briljante en profetische nachtmerrie over het verschijnsel spindoctor. Vrijwel alle daarop volgende delen van de cyclus zijn consequent gemaakt met de blik naar buiten gericht. Felle, ongemakkelijke en woest agerende vertellingen over de oorlogen waar we in gerommeld waren, over gemanipuleerde linksige opwinding, geregisseerde mediageilheid, irritant jong blijvende babyboom-bejaarden en salonrevolutionairen in de progressieve kunstscene.

En zoals iedere vernieuwingsbeweging in de kunsten loopt ook het work in progress van Eric de Vroedt, geboren in 1972, uit op vadermoord. Het hele Mighty Society-project zette zich – godzijdank impliciet, soms bewust tussen de regels – af tegen een reeds lang uitgestorven praktijk van Nederlands actueel politiek theater, dat onder de noemer ‘vormingstoneel’ in een verre uithoek van het kerkhof dat ‘Hollandse toneelgeschiedenis’ heet in een anoniem graf is bijgezet. Dat vormingstheater is een praktijk geweest die in de jaren zeventig van de vorige eeuw een snelle puberteit en volwassenheid doormaakte en daarna een nonchalante, bijna gewelddadige dood stierf. Allemaal in dit weekblad op de voet gevolgd. En allemaal in de kinderjaren van Eric de Vroedt. Hij heeft die praktijk derhalve niet uit eigen waarneming gekend, er ongetwijfeld veel over gehoord en gelezen. Hij en zijn maten uit Mighty Society hebben stellig wel ‘familie’ zitten tussen de uitlopers van die praktijk. Ze dragen het dna van de radicale schrijvers en toneel­makers die na 1969 het Nederlandse toneel hebben gesloopt, geboend, besmeurd en ontregeld. Ik hoorde en zag in Mighty Society vaak echo’s van Mickery Ritsaert ten Cate, van Gerardjan Rijnders, van Frans Strijards, naast Heiner Müller en een paar andere klassiekers uit het moderne wereldrepertoire. En ik ontwaarde ook de invloed van schrijvers en makers die De Vroedt slechts marginaal of misschien helemaal niet moet hebben gekend, Kees van Iersel, Lodewijk de Boer en Annemarie Prins. Ik heb het hier niet over epigonisme, eerder over ziels- en geestverwantschap, familiebanden, genen dus eigenlijk. In de loop van de tien delen Mighty Society is Eric de Vroedt gegroeid van een brutale pionier met een scherpe pen tot een allround toneel­maker met een ongrijpbare, sterke signatuur en in het bezit van een Oude Ziel, stevig verbonden met de grote tradities van politiek en geëngageerd theater.

Alleen al de apotheose van deel tien, Hoe ook ik de liefde vond in het nieuwe Azië, is een gang naar deze voorstelling meer dan waard. Ze voltrekt zich als een viertrapsraket. Eerst is er de grote botsing tussen de vader en de moeder. De patserige grofbek Lex met het kleine hart (de verbinding tussen die grote bek en dat kleine hartje is vroegtijdig doorgesneden) wordt hier gespeeld door Hein van der Heijden. Die zijn talent als toneelspeler heeft laten rijpen in de wilde theaterpraktijk van Toneelgroep Amsterdam onder Gerardjan Rijnders. En die nu al jaren zijn vleugels vooral elders uitslaat, met groeiend succes.

Van der Heijden speelde acht jaar lang een maatgevende rol in alle belangrijke delen van Mighty Society. Hier laat hij nog eens zien hoe je bijvoorbeeld razernij kunt spelen zonder in razernij te vervallen: alle stadia van die razernij knipt hij los en laat hij achter elkaar zien. Toptoneel is dat. Tegenover hem staat de perfecte gastactrice voor met name dit deel, Esther Scheldwacht, die in de rol van moeder Winnie door de voorstelling huppelt en kakelt en in deze slotscène erg prachtig zeer raak schiet. In haar scène met de zoon, de tweede rakettrap van de apotheose, laat Scheldwacht zien hoe het komt dat moeder Winnie altijd weer haar schuttersputje met Indische spoken in duikt en daar met een ruiker levensclichés weer blijmoedig uit kruipt. Winnie: ‘We moeten kritisch blijven, Ramses. Niet verzaken. Waakzaam zijn.’ Ramses, gespeeld door de geniale toneelzwerver Bram Coopmans, die in vrijwel alle delen van Mighty Society opdook als een van de talloze alter ego’s van Eric de Vroedt, antwoordt zijn moeder met de volzin die een samenvatting zou kunnen zijn van het hele project: ‘Ik neem de telefoon niet op als er een vriend opbelt uit Iran tijdens de revolutie, want ik heb het te druk met het maken van een werk over Iran tijdens de revolutie.’ Dan volgt de derde trap van de raket, de vadermoord. Verbaal vooralsnog. Monoloog van de zoon tegen zijn al halfdode vader: ‘Er zit een muur in mij, pa. Zo’n dikke, grote, zwarte muur. Ik heb misschien te veel bunkers gebouwd. Een dikke zwarte muur waarachter ik mij het liefst verschuil. De brok, de zwarte brok die zit ook in mij, pa. Maar hij is niet van mij.’ De confrontatie bevat nog een dicht op de ziel van de personages geschreven verrassing, die te mooi is om hier prijs te geven. En ze loopt uit in een droombeeld waarin het almaar niet bereikte utopia even zijn neus om de hoek van de toneelvloer steekt en een lange neus naar zichzelf maakt.

Vrijwel ieder deel van Mighty Society voelde aan als een baal sleeptouw. Trok je aan één vezel, dan trok je aan het begin van het materiaal voor een nieuw epos. Uit de botsingen die ieder deel bevatte groeide de kiem voor een eindeloze reeks nieuwe vertellingen. Eric de Vroedt – en dat is een vrolijk makende conclusie, zo tegen het eind van deze lange en avontuurlijke route – is nog lang niet klaar. De Vroedt zegt daar zelf in het programmaboek bij deel tien over: ‘Het project heeft mensen samengebracht en vormen opgeleverd die het verdienen uitgediept te worden. Ik ben begonnen iets om te woelen. En dat wil ik zeker verder ontwikkelen.’ Voor het mogen meeliften op deze karavaan wordt hij vanaf deze plaats alvast meer dan hartelijk bedankt. Ik heb als toeschouwer en volger van de dollemansrit een hoop inzichten opgedaan en er met meer dan volle teugen van genoten.

Mighty Society 10 reist nog door het land tot januari. Op een aantal plaatsen is een ‘final remix’ uit alle overige delen van de cyclus te zien. mightysociety.nl