Morgan Spurlock, Rats

Era van de rat

In Rajasthan, India, staat de Tempel van de Rat. Duizenden mensen bezoeken deze plaats, omdat ze geloven dat de dieren gereïncarneerde wezens zijn.

Medium rats

In de gangetjes tussen de stenen muren met erop afbeeldingen van de rat verdringen ze elkaar om de ratten te verzorgen. De ratten – ze zijn gitzwart – eten uit hun handen. In de Tempel van de Rat wonen 35.000 heilige ratten. Ze heten kabbas.

De Amerikaanse documentairemaker Morgan Spurlock is terug op het Idfa met Rats, een verbijsterende film waarin de relatie tussen mens en rat centraal staat. De inhoud van het werk is documentair, maar de vorm is pure fictie, specifiek van het soort ‘horror’. Spurlock, die in 2004 Supersize Me maakte over de effecten van fastfood op het menselijk lichaam, gebruikt in zijn cameravoering en sounddesign zo ongeveer alle clichés uit het horrorgenre, van het uitvergroten van het afgrijselijke tot geluidsexplosies als de spanning om te snijden is. Voor alle praktische doeleinden ís Rats een horrorfilm.

Naar het effect van deze film op de nietsvermoedende bezoeker van het Idfa is het vooralsnog gissen. Ik zag Rats in een preview thuis en hield het nauwelijks vol. Nog nooit heb ik zo’n fysieke kijkervaring gehad. De reden heeft misschien te maken met een opmerking in de film die wordt gemaakt door een kenner van ratten, een wetenschapper in dienst van de gemeente in New York, namelijk: de mens is voorgeprogrammeerd om de rat te vrezen. Hier speelt Spurlock op in: aan het begin van de film verschijnt een illustratie van een man met een pestmasker op, gevolgd door voorbijflitsende beelden die vertellen over de zwarte rat die in de veertiende eeuw de verspreider was van ‘de zwarte dood’, de pest die vele miljoenen mensen het leven kostte.

Maar dan gaat Spurlock véél verder: beelden van ratten die in New York uit de wc kruipen en die op de straten van Manhattan scharrelen; extreme close-ups van die verschrikkelijke dode ogen, die nagels, die staarten; een bizarre rattenvanger die terwijl hij een dikke sigaar rookt vertelt hoe slim ratten zijn, veel slimmer eigenlijk dan de mens; en wetenschappers die ratten openknippen om te onderzoeken welke parasieten en virussen en wat al niet meer ze precies met zich meedragen. En de camera laat het ons allemaal in microscopisch detail zien. Het is nauwelijks vol te houden, maar hierin ligt juist het ‘plezier’ van de film. Het abjecte van de beelden creëert spanning – het gaat om een clash tussen moderniteit en duistere, oncontroleerbare natuurkrachten. En wie is hierin dan de sterkste, mens of dier?

In de steden vecht de mens tegen het ‘monster’, maar in de tempel in Rajasthan, India, leven mens en kabbas in harmonie. Of dat de oplossing is? De New Yorkse rattenvanger met de sigaar is hier laconiek over. Hij bewondert de rat, een van de meest succesvolle soorten op aarde. Als de mens uitsterft, zegt hij, dan breekt de era van de rat aan.


Beeld: Rats (IDFA)