MeToo en de rol van omstanders

Erbij staan en ernaar kijken

Iedereen wist het, niemand sprak erover – dat hoor je steevast na onthullingen van (seksuele) misstanden. Het bystander effect komt volgens psychologen voort uit schaamte. ‘Een sterke emotie die passiviteit veroorzaakt.’

Medium hollywoodv2

Het verliep volgens een vast patroon. Een actrice werd uitgenodigd om naar zijn hotelsuite te komen om het script te ontvangen of te praten over een potentiële rol. Harvey Weinstein ontving in kamerjas, soms met alleen een handdoek losjes rond zijn heupen. Na een kwartier vroeg hij om een massage of stapte hij onder de douche, begon te masturberen en dwong haar te kijken. Als hij het helemaal niet meer kon houden besprong hij haar met zijn massieve lichaam. In veel gevallen was er in de kamer een vriendelijke dame aanwezig om de bezoekster op haar gemak te stellen, want over het niet-zakelijke karakter van het hoteloverleg gonsde het al decennia in de internationale filmwereld.

Het publieke geheim brak pas open toen twee actrices officieel een aanklacht van verkrachting tegen hem hadden ingediend en The New York Times daarmee naar buiten kwam, begin oktober. Toen het eenmaal op straat lag, bleek dat de medewerkers van The Weinstein Company – en daarvoor Miramax – op de hoogte waren van zijn seksueel grensoverschrijdende gedrag, zijn intimidaties en driftbuien tegen mensen die kritiek op hem durfden te leveren. Hoe kon het dat niemand er serieus over sprak? Op deze ongemakkelijke vraag probeert The New York Times in het artikel Weinstein’s Complicity Machine, begin deze maand verschenen, een antwoord te geven. De vriendelijke dame in de hotelkamer werd na een kwartier zogenaamd weggeroepen en zat in het complot, net als tientallen handlangers die de seksuele roofzucht van een van de machtigste filmproducenten ter wereld hielpen faciliteren en verdoezelen. Een collective failure.

Een team van onderzoeksjournalisten spreekt met tientallen sleutelfiguren, doet aan hoor en wederhoor en ontrafelt wie er meewerkte om zijn reputatie schoon te poetsen. Weinstein is bijvoorbeeld bevriend met ceo David Pecker van American Media Inc. dat The National Enquirer, hét roddelblad van Amerika, bezit. In ruil voor sappig nieuws over sterren werden verslaggevers op pad gestuurd om ‘kompromat’ – een term uit de Russische spionagewereld om politieke tegenstanders met compromitterende feiten te chanteren – te verzamelen van degenen die hem beschuldigden van aanranding of verkrachting.

Een batterij vaste advocaten dwong zijn slachtoffers, ooggetuigen of mensen met wie de vrouwen hun ervaring hadden gedeeld, vervolgens met wurgcontracten hun mond te houden. Ze kregen een afkoopsom, anders werden zij in hun carrière gehinderd of anderszins kapotgemaakt. Zelf zei Weinstein tegen hen: ‘I have ears and eyes everywhere.’ Er bestond een zwarte lijst met 91 mensen die permanent werden geschaduwd om te voorkomen dat zij zijn uitspattingen bekend zouden maken. Medewerkers die er niet meer tegen konden hadden maar één optie: weggaan – sommigen deden dat. Het is verbijsterend te lezen hoe rondom de keizer van Hollywood een zorgvuldig geconstrueerd apparaat van medeplichtigen jarenlang ongehinderd heeft kunnen opereren.

Weinsteins ‘machine’ is grotesk, extreem maar niet uniek; er zijn talrijke voorbeelden te noemen van leiders of sterren uit de showbusiness die straffeloos hun hele leven hun gang konden gaan vanuit het wetmatige gegeven dat macht enerzijds erotiseert – veel vrouwen vallen op mannen met macht – en anderzijds corrumpeert. Mao Zedong besmette honderden vrouwen met geslachtsziektes. Lavrenti Beria, chef van de geheime dienst onder Stalin, trok in zijn ambtsauto door de straten van Moskou om meisjes uit te kiezen. In Het feest van de bok beschrijft Mario Vargas Llosa dat dictator Trujillo van de Dominicaanse Republiek als spil in een persoonlijk feodaal systeem van diensten en gunsten de echtgenotes van zijn ondergeschikten te kust en te keur kon nemen.

Zijn buitenechtelijk libido kostte oud-president Bill Clinton bijna de kop, maar dat was omdat hij loog over zijn affaire met that woman en niet vanwege zijn voorliefde voor stagiaires an sich. Of het gruwelijke verhaal van de Britse poppresentator Jimmy Savile die op het terrein van de bbc het ene na het andere tienermeisje misbruikte zonder dat er een haan naar kraaide, wat pas in volle omvang uitkwam na zijn dood in 2011. Ook hier gold dat velen ervan wisten en niet ingrepen. Varianten van hetzelfde machtsmechanisme doen zich voor in besloten instellingen, zoals kostscholen, de katholieke kerk, sportclubs, de padvinderij en ongetwijfeld ook koranscholen – daar hoor je nooit iets over.

Anders dan bij eerdere onthullingen over seksueel misbruik markeert de zaak-Weinstein een cesuur. Bij de eerste aanklachten sloten meer actrices zich aan via #MeToo. Dat groeide uit tot een mondiaal vrouwencafé waarin inmiddels een half miljoen vrouwen hun onaangename seksuele ervaringen met elkaar delen. Vooral in Amerika raken feministes er niet over uitgeschreven. Het is een bourgeois revolutie – met als strijdtoneel de carrière en als wapen ‘sharing and media exposure’ – die zal zorgen voor een paradigmaswitch, schreef Laura Kipnis onlangs bijvoorbeeld in The New York Review of Books. Sommigen zijn bloeddorstig en verklaren alle mannen tot ‘gefrustreerde misbruikers die symptomen zijn van een zieke maatschappij’. De algehele teneur is dat mannen hun toxic masculinity nu eindelijk moeten opgeven.

‘Zo’n toneelschool is eigenlijk een klein dorp waar iedereen een naam heeft waar geen krassen op mogen komen’

Zoals in alle sociale media gaat het er op #MeToo soms grof aan toe en worden er door naming and shaming reputaties beschadigd, waarbij het soms ongewis is of dat terecht is. Voor nuance en gradatie moet je je een weg banen door duizenden anekdotes. Een hand op een dij, een brandende blik op de kont, een verkeerd begrepen flirt, een lullige grap, een uit de hand gelopen feestje van het type ‘hij voerde me dronken en opeens lag ik met hem in bed’ – de meeste vrouwen (en ook sommige mannen) maken dit wel één keer of meer mee in hun leven. Met hun micro-ervaringen wentelen sommigen zich in een slachtofferschap waarvan je dan kunt denken: waar is je eigen verantwoordelijkheid en wat heb je tegen die lastigvallende persoon gezegd om herhaling te voorkomen? In het verlengde daarvan: welke vrouw gaat er nou naar een hotelkamer voor een zakelijk gesprek? Maar ook ritselt het gevallen van verkrachting, de baas die vrouwelijke werknemers structureel seksueel intimideert en ver over fysieke grenzen gaat.

Deze collectieve coming-out maakt vooral duidelijk dat seksueel grensoverschrijdend gedrag gedijt in een hiërarchische structuur met een machocultuur. Extra gevoelig hiervoor is de creatieve wereld, de journalistiek incluis, waarin harde concurrentie heerst en talent alléén niet altijd genoeg is. Dé winst van de Weinstein-affaire is dat jarenlange morsige seksuele machtsverhoudingen op werkvloeren nu worden aangekaart; al wekenlang vallen bijna dagelijks grote mannen van hun voetstuk, zij worden ontslagen of nemen zelf onder druk van geruchten de benen. Maar: zonder tussenkomst van de rechter. Dat gebeurt overal (althans, in de westerse wereld) en in Nederland vooral op de Amsterdamse Toneelschool & Kleinkunstacademie en bij castingbureau Gosschalk. Over de onveilige sfeer in de Amsterdamse kweekvijver van sterren werd jaren geleden al geschreven, maar dat leidde niet tot actie. Nu, in het kersverse MeToo-tijdperk, zijn de regisseurs Jappe Claes en Ruut Weissman ontslagen en ook Job Gosschalk moest zijn biezen pakken.

De morele reiniging gaat ook over iets anders: de rol van omstanders. Pas achteraf hoor je dat iedereen het zag gebeuren of erover hoorde uit verhalen, maar wijselijk zijn mond hield. Het bystander effect, de passieve rol van de omstander, biedt ruimte aan mensen – om het genderneutraal te formuleren – om hun machtspositie te misbruiken tegenover afhankelijke, meestal kwetsbare jonge mensen. Het is net als met pesten in de klas: er zijn mikpunten, meelopers en stilzwijgende toeschouwers. Iedereen lijkt vast te zitten in zijn eigen rol, daarom ettert een misstand zo lang door. Achteraf voelen toeschouwers zich vaak schuldig over hun eigen houding. En soms zijn ze ook werkelijk medeplichtig, zoals in het miljardenbedrijf van Weinstein. Dit aspect is na ruim twee maanden media-aandacht voor de slachtoffers en de daders nauwelijks aan bod gekomen. Hoe werkt zo’n sociaal proces? Waarom grijpen getuigen niet in?

Mensen kiezen in een ‘ruisgevoelige situatie’ voor passief toekijken vanuit het idee better safe than sorry, zegt Paul van Lange, hoogleraar psychologie aan de Vrije Universiteit. Hij doet al jaren onderzoek naar groepsprocessen waaronder het bystander effect en heeft veel gepubliceerd over dit dilemma: wegkijken of helpen, kiezen voor jezelf of voor een ander. ‘In zo’n situatie zijn de risico’s niet in te schatten. De verantwoordelijkheid is diffuus. En er is collectieve onwetendheid: ze zien anderen ook niks doen, dat bevestigt hun eigen houding en ze denken: het zal wel meevallen. Niks doen is een veilige strategie. Ingrijpen kan bovendien nadelig terugkaatsen op het slachtoffer dat zelf er ook niets van zegt.’

Dit is wat er dan gebeurt: je verkrampt en als je iets niet meteen aankaart, laat je het vaak lopen. Want dan wordt de gebeurtenis een oude koe. De kans neemt vervolgens af om de ontstane situatie nog open te breken. ‘Het heeft met schaamte te maken’, zegt Van Lange. ‘Dat is een heel sterke emotie, en die wordt vaak onderschat. Schaamte leidt tot wegkijken en wegloopgedrag. Hetzelfde geldt voor slachtoffers. Als je hen zou helpen of er later iets van zegt, gaan ze zich vaak verdedigen of terugtrekken. Ze zijn er niet trots op hoe ze zich hebben gedragen; in feite geldt bij hen hetzelfde als bij de toeschouwer: ze zijn overrompeld, handelen niet meteen, en als dat eenmaal begint is het patroon moeilijk te doorbreken.’

‘Bij slachtoffers geldt hetzelfde als bij toeschouwers: ze zijn overrompeld, handelen niet meteen’

Dat brengt hem op het tweede ingrediënt van het bystander effect: reputatie. ‘Ons gedrag wordt er sterk door gestuurd. Mensen willen niet buiten de groep vallen, en het risico van reputatieverlies kan in dat opzicht grote gevolgen hebben. Zo’n toneelschool is eigenlijk een klein dorp waar iedereen een bepaalde naam heeft waar geen krassen op mogen komen. Dat staat op het spel als je je nek uitsteekt. Pas als een kwestie opeens openbarst, blijkt dat iedereen wel iets had willen doen. Ook dan gaat het weer over reputatie. Veel mensen zijn dan gemotiveerd om een getuigenverklaring tegen daders af leggen. Dat komt deels voort uit hetzelfde mechanisme: schaamte, schuld en herstel van reputatie.’

Theatermaker en schrijver Rory de Groot worstelt daarmee, met zijn eigen passieve houding in de periode dat hij op de Amsterdamse Toneelschool & Kleinkunstacademie zat. Hij ging in 2005, na een carrière als profvoetballer, naar de Amsterdamse Toneelschool onder leiding van artistiek leider en regisseur Ruut Weissman. Bij docent en regisseur Jappe Claes volgde hij in zijn derde jaar de ‘Tsjechov-workshop’. Toen in 2015 oud-leerling Anne van Veen in de Volkskrant met het verhaal over haar getroebleerde relatie met Jappe Claes naar buiten kwam, schrok hij daar enorm van. Hij wist hier weliswaar al langer van, maar dat zij tijdens de verhouding en daarna eronder had geleden ontdekte hij pas toen hij haar getuigenis las in de krant en later in haar boek. ‘In onze groepsapp werden er in eerste instantie grappen over gemaakt. Dat hij een enorme flirt was en ongepast gedrag vertoonde was wel een algemeen bekend feit, waar tijdens de workshop ook veel over werd gesproken en gegrapt. Hij maakte duidelijk onderscheid tussen mannen en vrouwen. Maar zijn gedrag was eigenlijk geaccepteerd. Tegelijk stond hij hoog aangeschreven als acteur en als docent.’

Small bystanderv4

Hij wil eerst iets duidelijk stellen. ‘De toneelopleiding is heel fysiek en intiem. Je lichaam is je instrument; onder “professionele voorwaarden” is er veel lichamelijk contact, en alle emoties worden benoemd en geduid. Je moet elkaar kunnen vertrouwen. Voor buitenstaanders is die cultuur en ons taalgebruik vaak onbegrijpelijk. We leerden in een workshop bijvoorbeeld de oefening breathing through your asshole; dat klinkt misschien zweverig, binnen onze opleiding is dat normaal – maar er werd wel degelijk veel over gesproken. Er werd ook aan getwijfeld. Alleen: iedereen deed het en hield zijn mond tijdens de lessen. Ook dit werd “geaccepteerd”. Het hoorde erbij. Bij de toneelschool, bij ons. In mijn voetbaltijd kon ik kleedkamerhumor ook niet uitleggen aan anderen.’

Zo’n opleiding is een bubbel en daar gelden eigen regels, zegt hij. ‘Alles moet in vier jaar en aan het einde ligt de belofte van de top. Dat idee wordt je ook voorgehouden. Status is in de toneelwereld heel belangrijk. Ruut Weismann zei ook altijd: “Dit is de duurste opleiding van Nederland samen met de pilotenopleiding” – veel contacturen en zeer intensief. Het is niet studiestof die je moet leren, je moet jezelf leren kennen, uit elkaar halen en binnenstebuiten keren. Kwaliteit is bovendien subjectief. Als artistiek leider bepaalde Ruut Weissman de norm. Hij kon mensen maken en breken op school, althans zo voelde iedereen dat. Bovendien was hij buiten school een veelgevraagde en succesvolle regisseur. Zo iemand wil je achter je hebben als je na vier jaar afstudeert. Het is ingewikkeld; het gaat om een adolescent met een grote droom, en negentig procent van de leerlingen gaat de top niet halen, is geen Halina Reijn of Carice van Houten. De druk om te presteren is enorm. Dat maakt kwetsbaar en daar maakte iemand als Jappe Claes in mijn ogen misbruik van.’

Toen de MeToo-discussie uitbrak vielen bij hem de schellen van de ogen. Hij was verbijsterd over de omvang van seksuele intimidaties en het vastgeroeste idee over man-vrouwverhoudingen. Hij ging zich afvragen of hij zich op school zelf schuldig had gemaakt aan verkeerd gedrag naar vrouwen. ‘Ik kwam uit de voetbalwereld, was vrijgezel en een echt alfamannetje; ik ging twijfelen aan mijn eigen rol. Waar ligt de grens tussen flirten en lastigvallen? Die is heel dun en moet per keer samen worden bepaald, door twee mensen. In het algemeen is het verschil tussen mannen en vrouwen dat vrouwen worden gedwongen om te reageren, om ergens nee tegen te zeggen. Een vrouw komt dus altijd in die positie terecht, ook al ben je nog zo assertief.’

De Groot vertelt in welke sfeer grenzen overschreden werden. Het was niet ongewoon dat docenten en leerlingen aan het einde van een avondles of repetitie samen het café in gingen om nog een drankje te drinken. De afstand tussen docent en leerling kan dan diffuus worden. ‘Zo zag ik bijvoorbeeld eens een leerling bij een docent op schoot belanden. Voor de grap, maar toch. Dat hoort niet in mijn ogen. Daarbij hebben een heleboel docenten veel aanzien. Als je van zo iemand aandacht krijgt, dan geniet je daarvan en als er vervolgens nog wat alcohol bij komt, kunnen er dingen gebeuren die verwarrend kunnen zijn. Dat mag niet gebeuren, vind ik. Zo close zijn en de volgende ochtend weer in de les zitten. Seks kan een extreme vorm van intimidatie zijn.’

Ja, hij voelt zich medeplichtig: hij stond erbij, deed zijn mond niet open en dacht dat het kennelijk normaal was, want niemand zei iets. ‘Ik dacht óók dat de reactie zou zijn: “Man, waar bemoei je je eigenlijk mee.” Dus liet ik het verder gaan. Bij castingbureau Job Gosschalk roept iedereen nooit iets gemerkt te hebben, iedereen trekt zijn handen nu van hem af uit zelfbehoud. Dat klopt gewoon niet.’

Mensen zijn gevoelig voor autoriteit en veel gehoorzamer dan ze van zichzelf denken, zegt hoogleraar psychologie Paul van Lange. Hij refereert aan het beroemde experiment van Milgram aan Yale University dat ruim veertig jaar geleden gehoorzaamheid aan autoriteit aantoonde. In een serie experimenten liet de psycholoog Stanley Milgram zien dat een leraar in opdracht bereid was in toenemende mate elektrische schokken aan een leerling toe te dienen, zelfs als dat indruiste tegen het eigen geweten. Bij herhaalde uitvoering bleek ongeveer twee derde van de proefpersonen gevoelig te zijn voor autoriteit.

‘Iedereen roept nooit iets gemerkt te hebben, en trekt zijn handen nu van hem af uit zelfbehoud. Dat klopt niet’

‘Die studie spreekt tot de verbeelding’, zegt Van Lange. ‘Een moderne versie ervan heeft laten zien dat mensen van zichzelf onderschatten hoe gehoorzaam ze zijn. In een machtssituatie is sprake van een glijdende schaal.’ Op zijn faculteit is vier jaar geleden het gehoorzaamheidsexperiment in een andere vorm opnieuw uitgevoerd. De proefpersonen werd gevraagd te liegen over iets wat immoreel was: over een experiment waarin mensen in een donkere kamer onaangename zintuiglijke ervaringen zouden opdoen moesten zij een positieve aanbeveling schrijven om toestemming te krijgen van de ethische commissie. Driekwart van de proefpersonen deed dat. De onderzoekers vroegen ook aan buitenstaanders hoeveel procent zou gehoorzamen; ze dachten minder dan twintig procent. En heel weinig mensen denken van zichzelf te zullen gehoorzamen in zo’n situatie: dat percentage was zelfs lager dan vier. ‘Er zit dus een groot verschil in wat mensen zelf doen en wat ze denken dat anderen doen. Ook interessant was dat van de 150 proefpersonen die de aanbeveling moesten schrijven, tien procent ging klokkenluiden; ze gooiden anoniem een briefje bij de ethische commissie door de bus. Conclusie: de meerderheid is gehoorzaam en een kleine groep gaat klokkenluiden.’

Van Lange noemt een ander experiment dat laat zien hoe mensen in een onverwachte situatie overrompeld worden en vanuit een eerste impuls reageren. Een voorbijganger vraagt op straat bijvoorbeeld aan een moeder met een baby of ze haar baby mag vasthouden; die vindt dat goed en geeft haar baby uit handen aan een vreemde. Als ze het later moet uitleggen en mensen logische vragen gaan stellen, snapt ze niet waarom ze dat deed. ‘Met sexual harassment gebeurt hetzelfde. Iemand bevriest, kiest voor een passieve houding want hij heeft geen actie paraat, en snapt later niet meer waarom. De parallel met het bystander effect is dat als de gebeurtenis later weer actief wordt in het geheugen er cognitieve dissonantie ontstaat. Feiten van je gedrag die niet stroken met je positieve zelfbeeld. In het geval van Gosschalk en Weinstein was de consequentie natuurlijk wel reëel en niet te voorspellen, en de angst om te handelen enorm.’

Dan is er nog iets interessants, vertelt Van Lange. In de wetenschap is een kentering gaande over het dominantie idee dat de eerste impuls leidt tot niet-handelen. De laatste vijf jaar is de visie meer het omgekeerde: impulsiviteit kan juist ook tot direct helpen leiden, vooral als dat voortkomt uit empathie. Dat is een vluchtige emotie. Bijvoorbeeld, iemand wordt ’s avonds lastiggevallen door een groep jongens in de trein. De eerste impuls kan zeggen: ingrijpen en helpen. Maar als je gaat nadenken, ga je argumenten verzinnen, afwegingen maken en vaak juist niet helpen. ‘Met dit nieuwe wetenschappelijke inzicht zie ik een oplossing voor het dilemma van omstanders of ze wel of niet moeten ingrijpen. Spontaan helpen kan goed uitpakken maar ook riskant zijn. Nadenken zou ook kunnen leiden tot samenwerking met andere omstanders, en klokkenluiders hoeven niet altijd individueel de klok te luiden. Vanuit hetzelfde mechanisme van schaamte en reputatie moet je iemand die moed toont in het zonnetje zetten.’

Hij heeft nog een aanbeveling voor werkvloeren: van te voren een moreel kompas ontwikkelen waarop iedereen meteen kan terugvallen als er zich iets voordoet. ‘In regels leg je vast wat wel en niet aanvaardbaar gedrag is, en je weet dat anderen die regels hebben onderschreven.’

Rory de Groot is daar voorstander van. Hij vindt bijvoorbeeld dat een verhouding tussen docent en student niet kan, en dat er in samenspraak nieuwe afspraken en grenzen moeten worden gesteld. ‘De opleiding is geestelijk en fysiek zwaar. Een seksuele relatie met een van je docenten maakt het te gecompliceerd.’ En hoe ziet hij de rol van de vrouw zelf – als verleidster? ‘Op het moment dat je naar een hotelkamer gaat, dan heb je al heel wat stappen genomen waarop je nee had kunnen zeggen. Van workshop, café, op de fiets stappen en naar de hotelkamer gaan – dat moet allemaal benoemd worden. Maar je wilt ook niet dat het nu doorslaat naar een situatie waarin docenten op de Toneelschool bang worden voor iedere vorm van fysiek contact. Dat zou het werken op de vloer onmogelijk maken en daarmee de ontwikkeling van studenten schaden.’

De discussie is goed, vindt Van Lange. ‘Mannen die geneigd zijn tot seksueel grensoverschrijdend gedrag worden voorzichtiger en vrouwen weten zich gesteund door de normen. We leven sowieso in een tijd waarin regels strakker worden getrokken ten aanzien van morele kwesties, zoals pedofilie – dat werd vroeger ook onder de pet gehouden. We leven óók in de tijd van internet waardoor alles uitvergroot wordt en niet meer verdwijnt. Zelf rechtertje spelen met reputatiestraf – wat dat aanricht wordt enorm onderschat. Er bestaat nauwelijks beleid voor de negatieve kanten van internet. Ik denk dat dít nadeel van internet hét maatschappelijk thema van de komende jaren is.’

‘Als ik nu iets zou zien wat niet klopt, zou ik dat zeggen’, zegt De Groot. ‘Maar eerder bevragend dan veroordelend, ook naar de docent. Het gaat om bewustzijn. Nu is er een heksenjacht uitgebroken, in het openbaar worden daders aangewezen én veroordeeld. Het is de vraag of dat zomaar mag in een rechtsstaat. Dáár ging het Anne van Veen niet om, ze wilde een cultuur aanklagen.’

Harvey Weinstein heeft vlak voor de publicatie in The New York Times nog als vanouds gepoogd zijn omgeving onder druk te zetten. ‘Spreek aardig over me tegen de verslaggevers, als jullie me niet helpen zullen 180 mensen hun banen verliezen’, mailde hij rond. Ook smeekte hij om genade, hij schaamde zich en beloofde in therapie te gaan.

Er vindt nu een omkering plaats: daders en niet slachtoffers dragen de schande en de schade zoals twintig jaar geleden ‘that woman’ overkwam terwijl Bill Clinton na het overleven van een impeachment verder ging met zijn carrière. Monica Lewinsky trok zich terug, kreeg een depressie, haalde uiteindelijk in 2005 een master sociale psychologie aan de London School of Economics en is nu specialist reputatieschade. Ze pleit op de site Bystander Revolution voor een empathisch internet. Maar hét verlies van MeToo is dat in het zwart-witbeeld de nuance verdwijnt. Lewinsky was trots op haar seksuele relatie met de president, ze kon haar mond niet houden tegen vriendinnen, van wie één haar verraadde. Vrouwen zijn niet allemaal slachtoffer – en ze manipuleren ook met hun uiterlijk – zoals niet alle mannen toxic masculine zijn. En bystanders zijn niet altijd medeplichtig aan dit troebele spel der seksen.