Eregraf voor een briljant fantast

Zaterdag 23 november worden de resten van André Malraux, roemrucht schrijver/verzetsheld/minister, bijgezet in het heilige der heiligen van Frankrijk, het Panthéon
EEN AVOND IN augustus 1945. Een luitenant belt aan bij de villa van André Malraux in Boulogne.
‘Generaal De Gaulle vraagt of u hem, in naam van Frankrijk, wilt helpen.’
De volgende dag vindt de eerste ontmoeting plaats tussen de conservatieve leider van de Vrije Fransen en de oud-revolutionair.

‘Eerst het verleden’, opent de generaal het gesprek.
Malraux: 'Het is heel simpel. Ik ben de strijd aangegaan voor de sociale gerechtigheid.’ Hij schetst zijn verzet tegen het fascisme en zijn rol tijdens de Tweede Wereldoorlog. Dan: 'Toen ik terugkwam in Parijs, vroeg Albert Camus me: “Komt er een dag waarop we moeten kiezen tussen de Sovjetunie en de Verenigde Staten?” Maar voor mij is het geen keuze tussen de Sovjetunie en tussen de Verenigde Staten, maar tussen de Sovjetunie en Frankrijk.’
Een half uur later treedt Malraux in dienst van De Gaulle. De linkse, Parijse intellectuelen zien deze stap als verraad. 'Dat na 1945 de houding van Malraux mij bespottelijk of zelfs schandalig voorkomt’, schrijft Simone de Beauvoir, 'komt doordat heel zijn opvatting van de mens, het leven, de literatuur radicaal tegengesteld is aan de mijne.’
DE AVONTURIER, schrijver, strijder in de Spaanse Burgeroorlog, verzetsheld, kunstcriticus en minister André (voluit: Georges-André) Malraux kwam ter wereld op 3 november 1901 te Parijs. Als haar huwelijk stukloopt op de buitenechtelijke escapades van haar man, verhuist zijn moeder met André naar Bondy. Daar, in die saaie, grijze Parijse voorstad groeit de jonge André op boven de kruidenierswinkel van zijn oma.
Zodra Malraux kan lezen, vlucht hij weg in de plaatselijke bibliotheek. De jonge atheïst begrijpt al snel dat als God niet bestaat, de mens zichzelf moet scheppen. Hij stopt met school, zonder diploma. Voortaan zal hij, en niemand anders, zijn eigen leven maken. Tegen Julien Green zegt hij later: 'Tussen achttien en twintig is het leven als een beurs waar men waardepapieren koopt, niet met geld maar met daden. Het merendeel van de mensen koopt niets.’
Malraux ontwikkelt zich in een razend tempo. Hij leest alles wat hem onder ogen komt en hij loopt de Parijse musea af. Zijn geld verdient hij door uit de boekenstalletjes langs de Seine zeldzame boeken te vissen die hij met winst verkoopt. Hij beheerst die kunst zo goed dat een boekhandelaar hem in dienst neemt. Zo komt hij ook in contact met de uitgeverswereld en de Parijse schrijvers- en schilderskringen.
Hij maakt daar indruk. 'Het was een jongeman van een vreemde schoonheid, gespannen, koortsig, vol zenuwtrekken’, zo beschreef de dichteres Claire Goll hem. 'Hij speelde de zwarte dandy, gekomen uit het niets. Een beweeglijk wezen, ongrijpbaar, met het brein van een filosoof van zestig.’
André trouwt een telg uit een rijke, joodse familie, Clara Goldschmidt. Zij begint zich al snel zorgen te maken over de verbale pirouettes van haar kersverse echtgenoot. Maar spoedig heeft ze andere problemen. Andrés speculaties met haar bruidsschat blijken desastreus: in 1923 is het jonge echtpaar geruïneerd.
Malraux’ eruditie lijkt nu van pas te komen. Hij heeft ergens gelezen dat het in Cambodja wemelt van de onbekende tempels. Die moeten vol staan met beelden waarvoor Amerikaanse kunsthandelaren grif geld betalen. Het echtpaar neemt de boot naar Hanoi, waar ze Andrés oude schoolvriend Louis Chevasson treffen. Na een lange en zware tocht door de jungle vinden ze de tempels. Malraux en Chevasson halen zeven beelden van hun voetstuk. Dan begint de terugtocht, de beelden, met een totaal gewicht van bijna achthonderd kilo, over zeven kisten verdeeld. Als de politie de beelden vindt, beweert André dat de kisten leeg waren bij vertrek. Dat maakt weinig indruk: de drie tempelrovers worden gearresteerd.
Clara, na een zelfmoordpoging en een hongerstaking ontslagen van rechtsvervolging, keert terug naar Frankrijk, waar zij een offensief begint om haar echtgenoot en Chevasson vrij te krijgen. De Parijse vriendenkring (onder wie klinkende namen als Gide, Mauriac, Paulhan, de Gallimards, Breton en Aragon) toont zich direct bereid om een petitie op te stellen. De ondertekenaars doen een beroep op 'de egards die justitie gewoonlijk heeft tegenover hen die bijdragen aan het intellectuele eigendom van ons land’. Verder stellen zij zich 'garant voor de intelligentie en de literaire waarde van deze persoon, van wie de jeugd en het al gerealiseerde werk recht geven op zeer grote verwachtingen’.
De actie slaagt. Malraux en Chevasson komen ervan af met een lichte, voorwaardelijke straf. Maar het belangrijkste: het fundament voor de mythe Malraux is gelegd. Van een jongeman met slechts enkele, vrij onopgemerkt gebleven teksten op zijn naam, is hij een fenomeen geworden.
Daarbij zetten de opiumkits, de hoerenkasten en de revolutionaire bewegingen waarmee hij in het Oosten kennismaakt, Malraux’ verbeelding aan het werk. Les conquérants, zijn eerste grote historische roman, speelt zich af tijdens de opstand in Kanton. Velen denken dat de jonge schrijver aan de Chinese revolutie heeft deelgenomen. In een recensie schrijft Paul Morand: 'Hij kan zich gevaarlijke werken veroorloven omdat hij gevaarlijk heeft geleefd.’
TIJDENS het roerige interbellum is Malraux voortaan waar de actie is. Hij neemt deel aan een expeditie naar het paleis van de koningin van Sheba, organiseert het schrijversverzet tegen het fascisme in Duitsland en Italië, spreekt op het Schrijverscongres van 1934 in Moskou, en vecht mee met de Spaanse republikeinen. Ook in zijn grote romans, zoals La condition humaine (opgedragen aan zijn vriend Eddy du Perron) en L'espoir, zit hij de geschiedenis op de huid. Dat men zijn boeken leest als autobiografieën - qu'importe? Hij maakt van zijn leven een oeuvre en van zijn oeuvre een leven. 'Ik verzin dingen, maar wat ik zeg wordt bewaarheid door wat volgt’, zegt hij tegen Clara.
Uit de Tweede Wereldoorlog komt Malraux tevoorschijn als verzetsheld. Dan is er die plotselinge ommekeer: Malraux, de oud-revolutionair, steunt generaal De Gaulle als propagandist en als minister van Informatie (1945 en 1958) en als minister van Cultuur (1959 tot 1969).
In juni 1960 treft de censuur een boek waarin vier Algerijnse verzetsstrijders vertellen hoe zij werden gemarteld. Graham Greene schrijft in een open brief: 'Het is moeilijk voor te stellen dat een dergelijke rechtspraak kan bestaan met de chef van de Vrije Fransen als staatshoofd en de schrijver van La condition humaine als een van zijn ministers.’
WANNEER De Gaulle en zijn kabinet in 1969 opstappen, betekent dat voor Malraux het einde van een tienjarig ministerschap. Hij heeft een zware tol betaald voor zijn trouw aan de generaal. Maar ondanks alle kritiek die zijn steun aan De Gaulle heeft opgeroepen en ondanks de talrijke affaires met benoemingen bij culturele instituten, waren er niet alleen maar schaduwzijden. Tijdens zijn bewind komen er wetten om historische gebouwen en stadsdelen te beschermen. Door het hele land heen verrijzen er culturele centra. Ook zijn er grote, drukbezochte exposities van onder meer Picasso en Braque.
In de jaren na zijn ministerschap blijft Malraux als een waanzinnige werken. Hij schrijft verder aan zijn kunstkritisch oeuvre en aan zijn memoires, houdt redevoeringen, reist en heeft ontmoetingen met de groten der aarde.
Als Brigitte Friang, zijn vroegere persattaché, hem in 1971 bezoekt, schrikt ze. Ze ziet een man voor zich die 'versleten is doordat zijn zenuwen gedurende te veel jaren te gespannen zijn geweest, doordat zijn rusteloze geest te veel in beslag is genomen door een te grote belangstelling voor te veel zaken, door te veel nachten opgeofferd aan zijn oeuvre, met al geruime tijd pilletjes om te verhinderen dat hij ’s avonds inslaapt en andere pillen om te zorgen dat hij ’s morgens weer wakker wordt… zonder zich te onthouden van alcohol.’
Malraux mag dan versleten zijn, uitgeblust is hij niet. Tegenover een verbouwereerde Friang ontvouwt hij zijn plannen: hij wil aan het hoofd van een vrijwilligersbrigade Bangladesh te hulp schieten in de onafhankelijkheidsstrijd tegen Pakistan. Het valt Friang op dat haar vroegere baas het continu over de mogelijkheid heeft dat hij in de strijd komt te sterven. Dan begrijpt ze het: deze grote romanticus droomt van een einde à la Lord Byron, die stierf toen hij de Grieken te hulp kwam.
Het plan gaat niet door. De avonturier sterft vijf jaar later in bed aan een longaandoening.