Ergernis

Veel van mijn literaire helden waren domweg niet aardig. Céline, Reve, Hermans, Simenon, Sartre – wanneer je hun biografieën leest, dan ontmoet je vaak personen met afschuwelijke eigenschappen. Ze hebben in hun leven rotstreken uitgehaald, ze zijn te roekeloos of ze zijn antisemiet of dom rechts.

Maar daarnaast kunnen ze ook uitermate sympathiek zijn. Ik lees de laatste tijd veel over Simenon en alles in die man staat me tegen. Hij was een authentieke ‘tietengrijper’, kon geen vrouw met rust laten, schreef in zijn jeugd fel antisemitische stukken, was rabiaat rechts, heeft Hitler nog ontmoet, maar was op den duur toch een antifascist, al moet je zijn motieven wantrouwen.

En toch had hij een paar aandoenlijke eigenschappen. Maar het zijn er echt maar een paar. In de Tweede Wereldoorlog heeft hij zich bijvoorbeeld uit de naad gewerkt voor de Belgische vluchtelingen. En hoewel hij zoveel mogelijk leefde als een mil­jonair (de man had een veel te groot ego), bekommerde hij zich wel altijd om de gewone man: de visser, de bakker, de boer, de middenstander, kortom: het milieu waar hij zelf vandaan kwam. Daar schreef hij ook over, en dat deed hij dan weer meesterlijk.

Maar Simenon en de vrouwen – die hij met regelmaat ‘vrouwdiertjes’ noemt – is een vervelend hoofdstuk, hoe antimoralistisch je ook denkt.

Op een zeer triest moment in zijn leven pleegt Simenons dochter zelfmoord. Een schok, maar waarom doet zij dat? Het blijkt dat zij verliefd was op haar vader en dat hij haar liefde niet beantwoordde. Simenon heeft dit nooit tot thema van zijn veelal psychologische romans gemaakt, en je vraagt je af waarom niet. Is het legitiem om je af te vragen of de man die beweerde met tienduizend vrouwen te hebben geneukt (later teruggebracht tot drieduizend) en voor wie geen vrouw veilig was, toch ook niet aan zijn eigen dochter heeft gezeten? Daar is niets over bekend.

Mij is slechts één roman bekend waarin het thema wordt behandeld van een dochter die verliefd is op haar vader. The Kiss van Kathryn Harrison. Een boek dat ik vermoedelijk vijftien jaar geleden las en walgelijk vond. Niet vanwege ‘het taboe’, maar juist vanwege het clichématige ervan. Vrouw heeft vader lang niet gezien. Vader is een predikant, herinner ik me en een vervelende man, nogal gefrustreerd. Moodswings. Daardoor wordt dochters verliefdheid, gek genoeg, eerder begrijpelijk dan vreemd. Ze wil de Moeder Theresa zijn van haar vader.

Maar bij de dochter van Simenon is het anders. Ze zag haar vader vaak. Ze zag zijn duizenden vriendinnen. Ze zag hoe hij zijn vrouwen in feite vernederde, hoe hij ze behandelde als vrouwtjesdieren, hoe hij in alles mateloos was, hoe hij leefde in een fantasiewereld, hoe hij zijn materialisme niet kon onderdrukken.

En dan wordt zij verliefd op hem. Wilde zij papa ook redden? Wat is dan verliefdheid die tot zelfmoord leidt?

Onlangs was ik op bezoek bij een vriend die ik al veertig jaar ken, die nu zeventig is, een vriendin heeft van 36, maar niet meer neukt. Daar is een reden voor: hij kan niet meer zo goed een stijve krijgen. Wat zoekt die aantrekkelijke vrouw bij hem? Ik zag alleen maar ruzie. Ik zag mensen die elkaar ongelukkig maakten, en als ik ernaar vroeg, hoe rechtstreeks ook, vertelden ze dat ze ‘verschrikkelijk verliefd’ waren.

Ik zou me daar gewoon van kunnen afkeren, maar zulk gedrag, als ook het gedrag van de dochter van Simenon, houdt me al tijdenlang bezig, omdat het me ergert. Ik begrijp het niet en wil het begrijpen. Ik wil niet alleen de gedachtekronkels volgen, maar ook de gevoelens van die vrouwen en mannen kennen.

Is het vreemd dat ik wil weten wat er aan de hand is?