Ergernissen

Het is vrij moeilijk om mij te ergeren. Ik ben geduldig, al houd ik wel van opschieten. Ik ben bereid iets meerdere malen uit te leggen. Ik kan goed wachten en stil zitten. Ik heb altijd een boek bij me. Tijdens vergaderingen doe ik soms iets anders erbij terwijl ik luister. Ik erger me niet als iemand anders een ander standpunt heeft dan ik.

Ik heb een antwoordapparaat dat zonder zich en mij te ergeren scheldkanonnades en antisemitische boodschappen opneemt. Wij staan wel sympathieker tegenover lieve boodschappen en zakelijke mededelingen, maar mijn apparaat en ik ergeren ons niet.
Maar zelfs nu, nu er een klier is die van alles op mijn naam bestelt, erger ik me niet. Ik geef toe, het is niet leuk om elke dag onverwachte pakketten, lidmaatschappen en abonnementen te ontvangen. Ik neem gewoon de tijd om alles af te bestellen, brieven te schrijven dat ikzelf niets gevraagd of opgegeven heb, rekeningen en andere zaken terug te sturen naar de afzenders. Wat kan het mij schelen…
Gekker is eigenlijk dat iemand de moeite neemt om op mijn naam allerlei bestellingen te doen en dan te denken mij daarmee te pakken te hebben.
Het interesseert me geen lor. Het doet me niks, maar wat zou zo iemand bezielen? Pesten? Niet gelukt. Treiteren? Onmogelijk. Mij op kosten jagen? Moet je van goeden huize komen om voorbij de inningen van de belasting te schuiven. Bedreigen? Ik ben niet bang.
Misschien is het wel die akelige mijnheer die me op straat altijd zo uitscheldt, voor staatspooier en van alles. Hij weet niet dat ik me daar ook niet aan erger.
Ik heb zaterdag hele mooie bloemen gekregen in Zwolle, bij het twintigjarig bestaan van de Librije, waarvoor ik een toespraakje hield. Prima instelling. Zo beleef ik elke dag wel leuke dingen. Maar me ergeren aan de rest? Nooit!