H.J.A. Hofland

Erin rommelen

Wat betekent het als je ‘ergens in gerommeld’ wordt? Dat je deelneemt aan een onderneming waarbij je je laat leiden door iemand die je vertrouwt. Het grote werk begint, eerst lijkt het nog vlot te verlopen, maar dan stapelt de ene mislukking zich op de andere, bovendien blijkt dat de directeur je het een en ander heeft wijsgemaakt, of misschien aan grootheidswaanzin lijdt. Het veelbelovende plan eindigt in een geweldig fiasco. Alleen de directeur en zijn raad van commissarissen houden nog altijd vol dat het de goede kant opgaat. Je begint aan hun verstandelijke vermogens te twijfelen. Maar misschien heb je zelf ook schuld. Je bent te goedgelovig geweest. Ja, dan ben je erin gerommeld.

Jan Pronk heeft gezegd dat we eerst de oorlog in Irak zijn ingerommeld en nu volgens dezelfde methode in Uruzgan steeds minder opbouwen en meer vechten. Opperbevelhebber generaal Berlijn is ook van mening dat we onze aanwezigheid daar een andere naam moeten geven. Het is gewoon een vechtmissie geworden, geen gezeur. En nu heeft mijn collega columnist Arie Elshout in de Volkskrant van de uitdrukking ‘erin rommmelen’ een nadere verklaring gegeven. Een goed idee. We hebben hier te maken met een betrekkelijk nieuwe politieke vakterm. De taal van de politiek dient vaak om de werkelijkheid een ander aanzien te geven, zodat het niet meer de rauwe werkelijkheid van nu is, maar de ingezwachtelde, de uitgestelde, de werkelijkheid van het gedroomde straks.

Elshout is van mening dat het met de Nederlandse steun aan de oorlog in Irak, eerst de politieke op juridische grondslag, daarna de militaire, volkomen in orde is. In de Tweede Kamer is daar ‘volop over gedebatteerd en gestreden’. Voor er werd besloten troepen naar Uruzgan te sturen, idem. Maar deze onberispelijke democratische procedure ‘doet kennelijk niet af aan het gevoel dat er in de politiek heimelijke, oneigenlijke en zelfs oneerlijke methoden worden toegepast om iets gedaan te krijgen’. En dan komt hij tot zijn conclusie. Het feit dat deze uitdrukking, het erin rommelen, in de mode komt, terwijl toch alle democratische procedures zijn gevolgd, betekent dat het systeem niet meer wordt vertrouwd. Als de minderheid weigert zich bij de besluiten van de meerderheid neer te leggen, ‘is de stap naar het antiparlementarisme niet groot meer’.

In normale tijden zou ik Elshout volkomen gelijk geven. Maar met de benoeming van George W. Bush door het Hooggerechtshof, nadat de verkiezingen van 2000 in een onontwarbare chaos waren geëindigd, was feitelijk al een nieuwe periode aangebroken. De aanval van 11 september bracht de definitieve openbaring, dachten we toen. Het verslaan van de Taliban in Afghanistan was het logische vervolg. En toen kwam de volgende verrassing uit Washington. Niet Osama bin Laden was de grote boosdoener, maar Saddam Hoessein werd met zijn massavernietigingswapens als wereldterrorist nummer één opgevoerd. Hans Blix en zijn inspecteurs konden inspecteren wat ze wilden, er was maar één oplossing: oorlog. Als die gewonnen was, en Irak tot de democratie bekeerd, zou volgens de theorie van de neoconservatieven het hele Midden-Oosten volgen.

Van al deze voorspellingen uit de Fabeltjeskrant van het Witte Huis is absoluut niets terecht gekomen. Bij de verkiezingen van 2006 bleek dat een meerderheid had begrepen dat ze door de president bij de neus was genomen. Alle redenen om Irak aan te vallen bleken op leugens of vergissingen te berusten. Het antwoord van de machtigste man ter wereld was: ‘Stay the course.’ En: ‘We’re making progress.’ Intussen hadden in Afghanistan de verslagen Taliban zich hersteld, wordt er dit jaar een record in de papaveroogst gebroken, en inderdaad, is onze opbouwmissie in een vechtmissie veranderd.

Sinds september 2001 is onder leiding van deze president de machtspositie niet alleen van Amerika, maar van het hele Westen afgebrokkeld. Het bondgenootschap dat de Koude Oorlog heeft gewonnen, is, nadat Bush de diplomatie had afgezworen, veranderd in een losse verzameling van naties, waarvan de Europese alleen een diep wantrouwen tegen Bush gemeen hebben. De Amerikanen hebben zich vastgevochten in Irak, hetzelfde dreigt de Navo in Afghanistan te overkomen. Nu in Amerika de verkiezingscampagne op gang komt, blijkt welke binnenlandse politieke ruïne het bewind van Bush heeft veroorzaakt. Waar komt het gevoel van wantrouwen tegen de democratie vandaan, vraagt Elshout zich af. Het is geen wantrouwen tegen de democratie maar tegen de politici die een aanvankelijke meerderheid consequent, met een valse voorstelling van zaken, hebben misbruikt. Die zijn de oorzaak van de crisis.