Commentaar: Arjan Erkel

Erkel staat niet alleen

De oorlog tegen terrorisme biedt staatsveiligheidsdiensten nieuwe kansen. Want geheime agenten hebben een ander arbeidsethos dan politiedienders. Dat komt nu van pas.

De politie moet misdaad voorkomen, opsporen en vervolgen. Ze verzamelt ook geheime informatie voor deze publieke taak, al doorstaat deze werkwijze (IRT) niet altijd de toets der kritiek. Geheime diensten draaien het om. Ze proberen hun informatie voor zichzelf te houden. Verdachten worden geobserveerd om een spoor naar anderen te kunnen trekken. Wie te vroeg tot actie overgaat, loopt het risico «informatieposities» af te kappen. Ontijdigheid doorkruist het complete plaatje, maakt slapende honden in het «netwerk» wakker en verlaagt vervolgens de prijs van de informatie. Staatsveiligheid is handel, en politiek.

Afgelopen jaren hebben zes Britten dat ervaren. Begin 2001 waren ze in Riad gearresteerd en gefolterd op verdenking van een dodelijke alcoholoorlog om de markt van dranklustigen in het drooggelegde Saoedi-Arabië. De aanslagen waren vermoedelijk het werk van al-Qaeda. Vorige week kregen ze gratie. Daar was geheime diplomatie aan voorafgegaan. Na 11/9 was het niet in het belang van Londen de kat openlijk de bel aan te binden.

Ergens in Tsjetsjenië ondergaat Arjan Erkel een vergelijkbaar lot. De coördinator van Artsen Zonder Grenzen werd vorig jaar ontvoerd. Het idee dat Tsjetsjeense rebellen erachter zaten, lag voor de hand. Kidnappen is een lucratieve branche. Bij de speurtocht naar levensteken of verblijfplaats werd de openbaarheid door alle partijen gemeden. Maar twee weken nadat premier Balkenende president Poetin erop aansprak tijdens de top in Sint-Petersburg begin juni, bezorgde een agent van de staatsveiligheidsdienst FSB, het orgaan waarin Poetin groot is geworden, plots een video bij de Nederlandse ambassade in Moskou.

Was hij slechts postbode? Het aantal scenario’s heeft zich sindsdien niettemin gekwadrateerd. De FSB was namelijk ooggetuige van de ontvoering en had niet ingegrepen. Handelden de kidnappers in opdracht van krijgsheer Basajev, die sinds een week op de terroristenlijst van de VS staat? Waren het handlangers van andere warlords of van moefti Kadyrov die Tsjetsjenië nu namens Moskou bestuurt? Of hadden ze Erkel gepakt om de FSB te gerieven — pottenkijkers in de Kaukasus het leven onmogelijk maken — zonder dat het spoor naar de dienst zou leiden? Eén vraag dringt zich op: is de plotselinge openbaarheid van Den Haag nu in het belang van Erkel of van Nederland? Vast staat dat Erkel een pion is van de geheime diensten die de wereldoorlog tegen het terrorisme gebruiken als alibi voor hun eigen agenda.