Ernstige vergissing

Ariel Dorfman. Konfidenz. Uit het Engels vertaald door Sjaak Commandeur. Uitg. De Bezige Bij, 160 blz., f32,90
Nauwelijks is Barbara haar Parijse hotelkamer binnengegaan of zij wordt opgebeld door een onbekende. Alles blijkt hij van haar te weten, via haar verloofde als wiens plaatsvervanger hij optreedt. Met enkele onderbrekingen zal het telefoongesprek zo'n honderd pagina’s ofte wel een uur of negen duren, dan dringen drie politiemannen haar kamer binnen. Onmiddellijk voegt de onbekende, die de hele tijd in het hotel aan de overkant zat, zich bij haar. Alleen al de lange telefonade is aanleiding om het tweetal van spionage en samenzwering tegen de republiek te verdenken.

In welke tijd speelt zich dit af? De reputatie van de Chileense schrijver Ariel Dorfman (1942), die in 1973 werd verbannen, laat de lezer geruime tijd in de waan dat we hier met Latijns-Amerikaanse politieke vluchtelingen te maken hebben, tot halverwege het boek opeens blijkt dat de vrouw net uit Berlijn komt. Het verouderde Duitse woord ‘Konfidenz’ had een aanwijzing kunnen zijn. Het verhaal speelt vlak voor en vlak na 24 augustus 1939, de datum van het Hitler-Stalinpact. Communistische verzetsmensen, om wie het hier gaat, raakten daardoor in een penibel parket, niet alleen bij de Fransen maar ook onder elkaar. Barbara’s verloofde, die naar Moskou werd doorgesluisd terwijl zijn kameraden in Parijs ervoor zorgden dat iedereen dacht dat hij nog in de stad was, waartoe Max niet alleen de brieven van zijn ver loofde las maar ze voor een deel ook beantwoordde, wordt voor een verrader aangezien omdat hij kritiek op Moskou heeft geuit. Maar bijna elke betrokkene zou een verrader kunnen zijn, zo wordt gesuggereerd, wat een nogal vrijblijvende bewering is en een troebele bovendien, daar immers de verwarring bij de lezer tussen Duitse verzetslieden in Parijs 1939 en Latijns-Amerikaanse revolutionairen op doorreis in de jaren zeventig opzet is. Het staat er ook met zoveel woorden, in een van de cursieve passages waarin de schrijver als bespeler van zijn personages wordt aangesproken in een nogal gekunsteld (postmodern?) spel met figuren die elkaar ongezien volgen: 'Dit is het verhaal van Leon. Misschien het verhaal van Barbara. Niet jouw verhaal’, zegt iemand tegen de auteur of misschien de schrijver tegen zichzelf. 'Jij bent veroordeeld tot luisteren. Tot een poging te begrijpen wat deze Duitsers die Chilenen of Polen of Zuidafrikanen hadden kunnen zijn tegen elkaar zeggen in een stad waar ze niet geboren zijn.’
Het politieke verhaal dat ik hier summier samenvat, wordt ook in de roman alleen maar aangeduid - in de cursieve onderonsjes en bij het politieverhoor. Daar kan het Dorfman dus niet om te doen zijn geweest, want dan had hij er wel meer werk van gemaakt; nu is de geschiedenis zo'n beetje de garnituur van een psychologisch verhaal. De onbekende man vertrouwt Barbara toe dat zij de vrouw van zijn dromen is, Susanna noemt hij haar, op wie hij al vanaf zijn twaalfde, voordat zij zelfs maar was geboren, heeft gewacht. Al 25 jaar verschijnt zij nachtelijks in zijn dromen - 'heel mijn leven staat in het teken van gehoorzaamheid aan haar’ - en eens, zo hoopt hij, nu dus, zal zij 'een lichamelijke realiteit’ worden.
Dit onmogelijke romantische verhaal bederft alles wat misschien aan het boek interessant had kunnen zijn, zeker als de jonge vrouw ook nog zijn dochter zou kunnen zijn, wat hopelijk ook maar verzonnen is, aangezien die ene liefdesnacht ook nog eens tot een kind leidt, Victoria. Als ik zeg 'onmogelijk’, dan vooral om de vreselijke zinnen die Dorfman af en toe neerzet: 'En ik keek naar mezelf via de herinnering die zij me inblies, en wat ik zag in de pasgeborene was een barst, zoiets als de snee van het vrouwelijk geslachtsdeel in de kern van mijn wezen. (…) Jij hebt me op mijn twaalfde voorgehouden dat ik via die pijn in verbinding stond met de immense pijn van het universum.’ Ik ben bang dat dit boek, waar de auteur gezien de vele dankbetuigingen veel in moet hebben gestopt, een ernstige vergissing is.