Apuleius, De gouden ezel

Erotiek met fatale afloop

Apuleius

De gouden ezel: Metamorfosen

Vertaald en toegelicht door Vincent Hunink,

Athenaeum-Polak & Van Gennep,

262 blz., € 32,50

Het is hollen of stilstaan met de Romeinen. Livius, Vergilius en Seneca lijden aan zo’n overmaat van ernst dat je er na tien bladzijden lacherig van wordt, terwijl de permanente grappigheid van Ovidius en Martialis al na enkele minuten tot oververzadiging leidt. Ongrijpbare fenomenen als Catullus en Propertius zijn onmatig in hun voorgewende hartstochten, Tacitus is zo cynisch dat de lezer wel een hekel aan de mensheid moet krijgen en het schelden van Juvenalis lijkt te heftig om geloofwaardig te zijn. Naar subtiliteit kun je lang zoeken in de Latijnse literatuur.

Ook de uit Madauros in Noord-Afrika afkomstige Apuleius (tweede eeuw na Christus) moet het niet van het kleine gebaar hebben. Zijn roman Metamorfosen, beter bekend onder de titel De gouden ezel, is één aaneenschakeling van vooral erotische avonturen met doorgaans fatale afloop. De hoofd persoon Lucius is een Corin thiër die in het Noord-Griekse Thessalië, dat om zijn tovenarij bekendstond, per abuis in een ezel wordt veranderd. In die hoedanigheid ondergaat hij diepe vernederingen, maar is hij ook getuige van buitengewoon amusante gebeurtenissen en verneemt hij het ene sterke verhaal na het andere. Zo hoort hij in een rovershol het sprookje van Psyche en Cupido, dat het centrum van de roman vormt. Nadat hij door de omvang van zijn geslacht de wellust van een rijke vrouw heeft opgewekt en, na haar diep bevredigd te hebben achtergelaten, de opdracht krijgt in het theater een moordenares te bestijgen, weet Lucius te ontsnappen. In een droom verschijnt hem de godin Isis, die hem vertelt hoe hij weer mens kan worden. Na zijn tweede metamorfose treedt hij in dienst van de godin.

Hoewel het verhaal geen serieuze indruk wekt, zijn er toch aanwijzingen dat Apuleius er op zijn minst de suggestie van een religieus-filosofische laag in heeft aangebracht. De auteur, die goed thuis was in de filosofie van zijn tijd en zelf banden had met de Isis-dienst, verwijst op tal van plaatsen naar Plato. Zelfs het verhaal van Psyche zou allegorisch gelezen kunnen worden als een aansporing door middel van Eros de Hogere Regionen te bereiken. Aan de ene kant staan geleerden die menen dat Apuleius de filosofie en religie heeft willen bespotten door ze in een scabreuze context te zetten, aan de andere kant wordt beweerd dat de ernstige lading zo juist extra reliëf krijgt. Hoe het ook zij, de roman zit geraffineerd in elkaar. Er zijn allerlei scènes die elkaar op gewiekste wijze spiegelen en er is geen naam zonder dubbele betekenis. Het meest verbluffende is wel dat Apuleius quasi-achteloos naar zijn eigen biografie verwijst, door aan het slot te zeggen dat Lucius uit Madauros kwam, wat in tegenspraak is met eerdere beweringen.

Wat de lezer echter het eerst opvalt, is Apuleius’ gemaniëreerde, zelfs decadente stijl. Hij doet zijn best alles zo abnormaal mogelijk te formuleren: een gelikte woordkeus, een op de zenuwen werkende voorkeur voor verkleinwoordjes en pleonasmen, overdadige beeldspraak, parallelle zinsconstructies, een rare woordvolg orde. Het werk was al eerder in het Nederlands vertaald, maar nog nooit zo radicaal als door Vincent Hunink. Iedere keer als je denkt dat hij in zijn vertaling te ver gaat, blijkt bij vergelijking met het Latijn dat de vreemdheid niet aan Hunink maar aan Apuleius ligt. Na een hete nacht zegt de verteller: «Van het origineel van die nacht maakten wij nog aardig wat kopieën.» Hier breekt de ochtend aan: «Pas het gekraai van het kamdragende cohort doorbrak het nachtelijk staakt-het-vuren.» En dit is de slapende Cupido: «Op de schouders van de gevleugelde god blonken blanke dauwfrisse veertjes, en hoewel zijn vleugels stillagen, waren op de punten wat kleine, fijne pluimpjes zwierig wuivend rusteloos aan het wapperen.» Mijn enige bezwaar is dat Hunink de Griekse namen heeft vertaald, zodat Photis Loesje wordt en Philebos Vanachteren. Waarom dan niet ook Lichtmis in plaats van Lucius? Maar verder: chapeau!