David Winner, Zwaar leer

Erotisch voetbal

David Winner
Zwaar leer: Van echte kerels op Engelse velden
Deel 3 in de Hard Gras-bibliotheek. Uit het Engels (Those Feet: An Intimate History of English Football)
vertaald door N. Kroese
L.J. Veen, 280 blz., 19,90

Tien jaar geleden zorgde Ruud Gullit voor een schok binnen de Britse samenleving toen hij op de bbc sprak van «sexy voetbal». De wenkbrauwen van presentator Desmond Lynam schoten omhoog terwijl in de huiskamers ten lande een diepe stilte moet zijn gevallen. Sexy. Daar hadden de Victorianen dit balspel niet voor uitgevonden. Integendeel, voetbal was bedoeld om de seksuele losbandigheid op kostscholen, en waar mogelijk ook in de lagere echelons van de maatschappij, tegen te gaan en masturbatie (en Franse literatuur) geheel uit te roeien. De president van de voetbalbond was niet voor niets ook penningmeester van de Central Vigilance Society for the Repression of Morality. Het Romeinse Rijk ging mede ten onder aan zedeloosheid. Dat zou de Britten niet overkomen.

De harde, sportieve mannenbroeders ploegden daarom op onbespeelbare velden, waarop ze achter een te zwaar stuk leder holden om dat met veredelde bergschoenen in de richting van een tandenloze stormram te mikken. Het was een militaristische activiteit. Stormbaanvoetbal. Oorlogen, had de Graaf van Wellington immers gezegd, werden gewonnen op de sportvelden van Eton. Creatieve, eigenzinnige voetballers hebben het altijd moeilijk gehad, en niet alleen door het veld. Hughie Gallacher bijvoorbeeld, de ster van het Schotse team dat de Engelsen in 1928 op Wembley met 5-1 had verslagen, voelde zich bij geen enkele club thuis, raakte aan de drank en beëindigde zijn leven voor de wielen van een sneltrein. Tegenwoordig zou Gallacher een gevierde voetballer zijn geweest op de effen velden in het koninkrijk, terwijl zijn vriendin, zomers gekleed, te zien zou zijn in Footballer’s Wives.

Over de geschiedenis van het Engelse voetbal schreef de journalist David Winner met Those Feet: An Intimate History of English Football het meest inspirerende voetbalboek na The Soccer Tribe van de bioloog Desmond Morris. Winner is in Nederland bekend als auteur van Brilliant Orange: The Neurotic Genius of Dutch Football waarin hij parallellen trekt tussen het totaalvoetbal, de Amsterdamse School en Piet Mondriaan. Those Feet is zeker zo eclectisch. De lastig vertaalbare titel (de Nederlandse vertaler koos voor Zwaar leer) verwijst naar de eerste zin uit William Blake’s gedicht Jerusalem, dat steeds vaker dienst doet als volkshymne, daar Rule Britannia als politiek incorrect wordt beschouwd en bovendien geen adequate weergave meer biedt nu het overzeese grondgebied van Hare Majesteit is gereduceerd tot enkele rotspartijen met apen, pinguïns en fiscaal vluchtelingen.

Het einde van het wereldrijk liep synchroon met de teloorgang van Engeland als dé voetbalnatie, iets waarvan nederlagen tegen de Verenigde Staten en Hongarije bewijzen waren. Omdat de Engelsen terugkijken beter beheersen dan vooruitzien is dat besef nooit goed doorgedrongen. Veranderingen werden dan ook met argwaan bekeken. Toen Stanley Matthews na een inspirerend bezoek aan Brazilië lichte voetbalschoenen ging dragen, werd hij als een zonderling beschouwd. Het veroveren van de wereldbeker in 1966 hield het valse bewustzijn in stand, en in de volgende jaren zou het nationale team voortmodderen. Letterlijk. Voor satirici braken gouden tijden aan. Zo hield het tijdschrift Private Eye een kwart eeuw lang de lotgevallen van de denkbeeldige club Neasden FC bij, dat in de North Circular Relegation League met dubbele cijfers pleegde te verliezen van de Gunnersbury Park British Legion Under-70s en de Ayatollah Academicals.

Het einde van het traditionele Engelse voetbal kwam in het fin de siècle met de invasie van spelers en trainers uit landen waar aan het woord «clever» geen zweem van minachting hangt. Als de Europese geest ergens leeft in het Verenigd Koninkrijk, is het tussen de krijtlijnen. Waar avonturen van Britse spelers op het continent doorgaans uitliepen op onbegrip, heimwee en bacchanalen, in die volgorde doorgaans, daar zorgden ontwikkelingswerkers als Eric Cantona, Dennis Bergkamp en Gianfranco Zola voor de esthetisering van het Engelse voetbal, iets waar George Best tijdens de seksuele revolutie het zaad voor gestrooid had. Voetbal kon mooi zijn, sexy zelfs, zo ontdekten de Engelsen met lichte vertwijfeling.

Winner belicht ook de schaduwkanten van de europeanisering. Op onvermoeibare wijze begon Sky de Engelse eredivisie te verkopen als de beste van het universum en deed de zelfspot in de ban. De vorm van de stadions veranderde gaandeweg van vierkant naar rond, zodat het niet meer tochtte. Deze sfeerloze voetbalfabrieken zijn net de «satanic mills» uit Blake’s gedicht. Een sneeuwbui is tegenwoordig genoeg om een wedstrijd af te gelasten, om de «nancyboys» tegen koude voeten te beschermen. Sommige teams bestaan vrijwel geheel uit buitenlanders die na de training onder de zonnebank plaatsnemen in plaats van op de barkruk.

De clubsuccessen, grotendeels te danken aan de verwijfde vreemdelingen, hebben voor overspannen verwachtingen gezorgd met betrekking tot het nationale team. Bovendien koesteren de Engelsen de persoon van de fanatieke, ongepolijste aanvaller Wayne Rooney, wiens kaaklijn volgens Winner neolithische trekken vertoont: een authentieke Lionheart. Het is uitgerekend Rooney die onlangs een teen brak. Voor The Sun vormde deze onfortuinlijke gebeurtenis de aanzet voor een zomer vol ouderwets zelfbeklag, kernachtig samengevat in de krantenkop: «Here We Toe!»