Eruit kippen

Waaraan je níet moet denken als je met je dierbaren opeengepakt in een huurauto er een dagje op uit gaat in de Mexicaanse jungle is het verhaal A Good Man Is Hard to Find van Flannery O’Connor. Maar doe dat maar eens, niet denken aan blije picknickbedoelingen en bloedige afloop als je je in duister gebied bevindt, alle goed bedoelde waarschuwingen van thuisblijvers nog na echoënd in je oren, terwijl je voortdurend onderweg wordt opgeschrikt door een soort roadblocks of wegversperringen waar militairen willekeurig auto’s tot stoppen dwingen.

O nee, zo willekeurig is dat niet, het zijn alleen Mexicanen zelf die in de berm tot op hun onderbroek worden gefouilleerd, hun kofferbak moeten ledigen, hun bejaarde grootmoeder van de achterbank moeten lichten. Maar hoe geruststellend is dat, bij niet eens heel nader inzien?

Ondertussen proberen kleurige affiches op billboards langs de kant van de weg dit gezin, deze moeder, op andere gedachten te brengen.

Apen!

We kunnen naar een apenreservaat, en blijkens het affiche – haar tanden bloot lachend meisje met kleine aap op de schouders – is dat heel erg leuk. Drie van de vier inzittenden roepen al yes yes, high five, jeej, gaan we doen!

Eentje chickent out, subiet.

‘Ik kan ook wel in de auto blijven zitten terwijl jullie vriendschap met de apen sluiten’, piept deze coward vanaf de achterbank. ‘Ik wil niet de spelbederver zijn.’

Het is de moeder aller formuleringen. Let niet op mij, met in één rechte lijn daarop volgend de alltime klassieker: jullie plezier is mijn plezier.

Ondertussen herinnert zij zich de verontwaardigde reactie van een vriendin, aan de vooravond van een wintersportvakantie, na de suggestie van haar dat ze misschien ook op een terras met sneeuwuitzicht een beetje kon gaan zitten koekeloeren (haar hobby). O nee, klonk het gedecideerd. Je wil toch niet zo’n moeder zijn die achterblijft terwijl de rest van de hellingen sjeest.

Wil moeders niet naar de apen, dan gaat ­niemand naar de apen

Maar zo’n moeder wil ik wel zijn, denkt de kip op de achterbank. Of liever gezegd: ik wil d’r niet zijn, ik bén d’r gewoon. Al een moederleven lang. Daar helpt geen, inderdaad (pun intended), moedertjelief aan. Apen kom ik in mijn nachtmerries tegen, en dan bijten ze me. Overal.

Dit is een goed gezin. Hier geldt onderlinge solidariteit. Wil moeders niet naar de apen, dan gaat niemand naar de apen. Al ritselt het nog wel wat na, met behulp van de Lonely Planet-gids. Dat het een once-in-a-liftetime-experience schijnt te zijn. Ritsel ritsel, pruttel pruttel.

We zijn weer een paar roadblocks verder, de raampjes worden voorzichtig open gedraaid, dat dit de jungle is merk je vooral aan de geluiden. Af en toe schicht er een vliegende dinosaurus langs. Oké, het is een vogel. Een grote. Een prehistorische. Nare blik in de ogen.

Dos ojos!

Wat?

Dos ojos! Een van de zeven wereldwonderen! Op dicteersnelheid wordt voorgelezen uit wederom die verdomde Lonely Planet. Een van de meest uitzonderlijke duikmogelijkheden… Een van de grootste ondergrondse grotsystemen…

Duiken? Grotten? Voordat er nog meer vraagtekens gezet kunnen worden, staat dit dierbaar volgepakte huurautootje op een in de jungle uitgehouwen parkeerplaats. Haha jongens, lacht het moederdier beverig. Weten jullie nog, die keer dat we… Maar niemand wil herinnerd worden aan oude debacles. Er staat hier een meer dan huizenhoog bord en alles, werkelijk álles op dat bord, belooft once-in-a-lifetime-experiences in infinito. Naast het grote bord een kleiner bord, met de doorsnee waarschuwingen. Niet zwanger zijn, geen hoge bloeddruk hebben, geen hartproblemen… Boring!

Waarom is er geen enkele haar op mijn hoofd die dit soort dingen leuk vindt? Thuis weet men inmiddels wel dat ik niet te bewegen ben richting welke recreatieve uitspanning dan ook – een glijbaan eindigend in een zandbak valt voor mij onder de definitie pretpark – maar in den vreemde – helemaal in Mexico! – moet ik mezelf kennelijk opnieuw manifesteren. Ik denk aan de dubbele levensgeschiedenis die iedereen in zijn hoofd meedraagt, om te beginnen ik zelf: wat is en wat zou kunnen zijn. Dat ik moet leren soms ook een beetje toe te geven aan wat zou kunnen zijn. Mijn verzet moet laten varen. Maar hoe doe je dat?

Diepe diepe socratische zucht. Het leven kan slechts waardevol zijn wanneer het wordt beleefd als een oefening in het sterven. Een beetje my ass maar toch. Stel je voor dat er niets meer zou zijn om te overwinnen. Vooruit dan maar met die slappe hap. Geef me die duikbril. Show me where to go. Dat trappetje af? Ik ga dat trappetje af. O eerst douchen? Ik douche m’n zonnebrandolie eraf. Huu koud, hoor ik mijn reisgenoten. Koud? Ha! Daar lach ik om! Kom! Vleermuizen? Waar? Op naar die reuzenschildpadden, waar zitten ze, die klerelijers. Je mag ze toch wel aaien hè? Ja als moeder niet terugdeinst, worden de dingen pas echt scary.