Escalatie zonder rem

De escalatie in Oekraïne wordt nu met de dag gevarieerder zodat we ons op meer verrassingen moeten voorbereiden. Daarbij is er één constante: we weten nog steeds niet hoe we dit groeiende vraagstuk moeten aanpakken.

In de steden Donetsk en Charkov bezetten gemaskerde pro-Russische activisten overheidsgebouwen. Ze eisen een referendum en aansluiting bij Rusland. Ze beschuldigen hun tegenstanders ervan dat die worden geholpen door 150 ‘Amerikaanse huurlingen van het bedrijf Greystone Ltd.’. De Baltische staten zijn tot nu toe buiten schot gebleven, maar intussen wil Letland honderd gevechtsvoertuigen van Nederland kopen, voor alle zekerheid. Europa waarschuwt tegen onruststokers, vergeefs. Binnenkort stuurt Europa waarnemers onder wie vijf Nederlanders. Zal dat de vrede helpen herstellen? Ik denk in ieder geval niet dat Poetin er bang van zal worden. En hadden we dit alles kunnen voorspellen toen een paar maanden geleden de onrust in Kiev begon? Tot dusver heeft het hele proces van escalatie één blijvend resultaat opgeleverd. De Krim is door Moskou geannexeerd. Dat is het voorlopige bewijs: de escalatie loont.

Daardoor wordt het waarschijnlijker dat de onrust in Oekraïne nog lang niet is afgelopen. Zondag hebben in Donetsk een paar honderd pro-Russische demonstranten verklaard dat ze een onafhankelijke republiek hadden uitgeroepen. Ze vroegen president Poetin een ‘vredesmacht’ te sturen zodat er een referendum kon worden gehouden, met het doel aansluiting bij Rusland te verwezenlijken. De dag daarop verklaarde president Jatsenjoek in Kiev dat Moskou bezig was de situatie planmatig te destabiliseren, met het doel Oekraïne als zelfstandige staat te vernietigen en onder het dictaat van Moskou te brengen. Het is een taal die regelrecht aan de Koude Oorlog doet denken. Maar er is één belangrijk verschil. Toen drukte de sovjetpropaganda zich in dergelijke bewoordingen uit, nu zijn het ex-sovjetvolken onderling die op deze manier van gedachten wisselen.

Geen mogendheid zal in deze tijd met een kernoorlog dreigen

Wat is dan in laatste aanleg het belang van het Westen bij de uitkomst van deze late strijd over de verdeling van de sovjet-erfenis? Zal het dagelijks leven aan deze kant van de wereld hoe dan ook beïnvloed worden door de escalatie die zich nu in het territorium van de voormalige supermacht voltrekt? Het raadsel van deze escalatie is dat we dit niet weten. Nadat tussen 1990 en 1992 de Sovjet-Unie uiteen was gevallen, heeft Rusland, de machtigste staat die was overgebleven, in de wereldpolitiek geen beslissende rol meer gespeeld. In hoeverre de nederlaag in de Koude Oorlog tot een revanchisme onder het Russische volk heeft geleid, weten we niet. Maar wel is het waarschijnlijk dat in een paar generaties nog met heimwee aan het tijdperk van de wereldmacht wordt gedacht. Is Poetin degene die de daarmee verbonden latente energie weer heeft doen ontwaken?

Dan moet hij daarvoor een andere manier van uitdrukken zoeken. Na de val van de Berlijnse Muur in 1989, de eerste bevestiging van de grote nederlaag, is de wereld drastisch veranderd. De ideologieën die de geestelijke kracht achter de Koude Oorlog waren, hebben hun inspiratieve functie verloren. De internationale verhoudingen zijn gemondialiseerd, hebben – voorzover ze niet door een of andere vorm van terrorisme worden bepaald – hun nieuwe uitdrukking gevonden in digitale technieken en handelsrelaties. Geen grote mogendheid zal in deze tijd zo krankzinnig zijn om ter verwezenlijking van een politiek doel met een kernoorlog te dreigen.

In de nieuwe internationale verhoudingen heeft Rusland één belangrijk wapen: het aardgas dat door het staatsbedrijf Gazprom naar praktisch heel Europa wordt geëxporteerd. The Economist van deze week wijdt er een uitvoerig en ingewikkeld artikel aan. Daaruit blijkt dat de drie Baltische staten volledig van dit Russische gas afhankelijk zijn. Een paar landen van het voormalige Oostblok, Bulgarije, Slowakije, Hongarije, staan op tachtig procent. Nederland hoort met vijf procent tot de minst afhankelijke. Overigens gaat het hier niet alleen om de mate van afhankelijkheid. Een buitengewoon gecompliceerd systeem van internationale pijpleidingen maakt het nog moeilijker de functie van de Russische gasleveranties in de buitenlandse politiek te beoordelen. En ten slotte: een boycot door Europa van Moskou zou voor de Russische staat een gigantische derving van inkomsten betekenen.

Zo komen we tot de conclusie dat de nu door Rusland gepraktiseerde escalatie in Oekraïne onder de nieuwe internationale verhoudingen het Westen nog niet tot doeltreffende tegenmaatregelen heeft geïnspireerd. Het gas maakt Poetin op twee manieren sterk. Het Westen kan het niet missen en voor de Russen is het een vitale bron van inkomsten. Dit betekent dat de experimentele escalatie in Oekraïne zonder buitenlandse interventie kan worden voortgezet.