Buitenland

Escapisme

Na haar aantreden als premier werkten de harde Brexit-teksten van Theresa May even, enigszins. Nu blijken ze als de nieuwe kleren van de keizer: ze bestaan niet. In de verkiezingen van vorige week is het Britse publiek gaan wijzen op May’s naaktheid als het om politieke ideeën of ideologische veren gaat. Geheel volgens het sprookje gebeurde dat tijdens een grote show die juist ter versterking van de premier georganiseerd was.

Na deze verkiezingen is May niet langer relevant. Maar de Brexit-saga zal verder gaan. Daarbij gaat het, anders dan voortdurend wordt verkondigd in analyses en achtergrondartikelen, niet om wetten, kosten en technocratie. Ook de voortdurend aangekondigde onderhandelingen in Brussel zullen slechts een sideshow zijn. De Brexit is geen calculatie en geen strategie. De Brexit is escapisme. Zoiets is lang niet vertoond als buitenlandse politiek van een West-Europese natiestaat: Sturm und Drang.

Intrigerend is dat de gevoelens die het Verenigd Koninkrijk voortdrijven op de Brexit-koers bij nadere beschouwing opvallend Europees blijken. Net als vele Europeanen op het continent communiceren de Britten via de Brexit namelijk een gevoel van verlies van controle over de gang van zaken in het eigen leven. Waar het dan over gaat? Micro-economische zorgen die niet stroken met macro-economische verwachtingen. Identiteitsnood die ontsnapt aan de sommen van de beleidsmakers. Lokale gelatenheid die vaak ontstellend weinig te maken heeft met de ronkende teksten van nationale politici of media. Overal verschillende werelden die zich scherper van elkaar afgrenzen. Steeds minder van de meer diffuse, nabijere wereld van kleine werken gericht op samenhang, en met ruimte voor iets meer bescherming, bescheidenheid en openheid.

Hoe doe je dat, veranderen om te behouden?

Er is meer Europese gelijkenis. De jongere kiezers in het VK blijken nog lang niet cynisch of apathisch. In Frankrijk bleek hetzelfde. Mede via de jongere Britten bleek ook dat de sociale dimensie meer aandacht mag hebben. Dit was al een wat paradoxaal motief in het Brexit-referendum. Door de historische zege van Jeremy Corbyn is dit onomstotelijk geworden. Op het continent lijken de gevoelens niet heel anders.

Maar escapisme is een gevaarlijk spel. De Europese politieke geschiedenis kent daar huiveringwekkende voorbeelden van. Tegelijkertijd is het ook onvermijdelijk in tijden van grote, of schijnbaar grote, verandering. In periodes van stabiliteit en comfort is het verlangen naar verandering groot. Maar als de verandering dan komt – en die is altijd anders dan verwacht – lonkt het escapisme als uitvlucht uit de onzekerheid die gepaard gaat met Umbruch. In een dergelijke periode neemt de vertwijfeling en daarmee ook het risico toe. Immers: hoe doe je dat, veranderen om te behouden? In de jaren na de Tweede Wereldoorlog heeft West-Europa, ondanks en dankzij zichzelf, bewezen dat met bedachtzaamheid, inzet, wachten en durf een vlucht uit de realiteit ook realiteit kan worden. Toen vond West-Europa zijn great escape via een mix van multilateralisme en welvaartsstaat. Aan een stabiele internationaal-economische omgeving werd gewerkt door middel van multilaterale coördinatie met westerse partners (bijvoorbeeld via de Bretton Woods-instituties en later ook de Europese integratie). Groeiende welvaart en welzijn werden nationaal gerealiseerd (via uiteenlopend sociaal beleid passend bij de verschillende cultuurhistorische achtergronden van diezelfde partners).

Internationale coördinatie in de monetaire en financieel-economische sfeer maakte nationale autonomie en nationaal sociaal beleid mogelijk. Niemand had het zo bedacht, maar het werkte. In die context bleek gokken op internationale samenwerking en integratie gaandeweg erg profijtelijk. Het succes had een keerzijde: deze escape is langer gevierd en onheuser post facto gerationaliseerd dan goed was.

De ontwikkelingen in de Franse en Britse verkiezingen scheppen nu een nieuwe situatie voor de Brexit. Daarin kan de remain-agenda van ooit (Camerons Better Deal for Britain uit 2016) over een paar jaar – en na nieuwe Frans-Duitse wapenfeiten van verzoening en integratie – uiteindelijk alsnog de blauwdruk worden om de Brexit vorm te geven. Dit zou een onvoorstelbaar staaltje escapisme zijn. Toch blijft het mogelijk als er Brits-Europees werk gemaakt wordt van een nieuwe sociale agenda geworteld in nationale bewegingsruimte. Twee kernlessen van het naoorlogse Europa zijn daarbij cruciaal. Eén: genoeg vrijheid voor de nationale democratieën om hun preoccupaties te kunnen botvieren. Twee: internationale samenwerking in het besef dat individuele veiligheid een collectief goed is dat tegenwoordig louter internationaal te produceren valt.