Esther Bejarano, 15 december 1924 – 10 juli 2021

Esther Bejarano speelde accordeon in het meisjesorkest van Auschwitz. Het redde haar leven. Tot aan haar dood bleef ze muziek maken, van Jiddische volksliederen tot hiphop, om de jeugd te waarschuwen voor fascisme, racisme en intolerantie.

Het is opvallend dat Du hast Glück bei den Frauen Bel’ Ami zo populair was bij hooggeplaatste SS’ers in het Derde Rijk. Het tuttige nummertje uit de film Bel Ami (1939) vertelt het verhaal van een Duitse antiheld die ondanks zijn onaantrekkelijke voorkomen in de smaak viel bij de vrouwen. Hij was niet dapper, niet slim, hij had vooral geluk. Iedereen in nazi-Duitsland kon de megahit meeneuriën in die tijd.

Zo ook de joodse Esther Bejarano, niet wetend dat de melodie een paar jaar later haar leven zou redden. Als achttienjarige moest ze het nummer spelen voor haar auditie als accordeonist van het veertigkoppige meisjesorkest van Auschwitz. Nooit eerder had ze een accordeon aangeraakt, maar Bejarano wist dat dit haar enige kans zou zijn om het concentratiekamp te overleven. Ze had alleen haar kennis over de pianolessen van vroeger om op terug te vallen, een paar minuten in een hoekje van de muziekbarak om te repeteren (‘ik heb al zo lang niet meer gespeeld, kan ik even oefenen?’) en één knop op de accordeon die er opvallend uitzag. Dat moest het centrale C-majeur akkoord zijn, beredeneerde ze. Binnen een paar minuten rolde er een herkenbaar deuntje uit het instrument. Het optreden werd haar vrijstelling van de gaskamers.

Bejarano groeide op in het Duitse Saarlouis, als dochter van de voorzanger van de joodse gemeente. Kort nadat de oorlog uitbrak, werden haar ouders en een zus opgepakt en in concentratiekampen vermoord. Haar andere zus wist Palestina te bereiken maar Bejarano’s poging daartoe mislukte en deportatie naar een werkkamp in Duitsland volgde. Twee jaar later, in april 1943, werd het hele kamp op transport naar Auschwitz gezet. Zeven maanden lang versleepte ze daar loodzware stenen van de ene naar de andere kant van het grasveld, om de volgende dag het omgekeerde te doen. Ze was bijna van uitputting gestorven. Toen hoorde ze over het orkest dat muzikanten nodig had.

Het gezelschap speelde opzwepende Duitse marsen aan de poort van het kamp, als de dwangarbeiders aan het werk gingen en weer terugkwamen, maar ook als nieuwe veewagons binnenreden. Met tranen in haar ogen trok Bejarano aan haar accordeon, terwijl ze moest aanzien hoe de mensen, ‘haar’ mensen, het orkest met blije gezichten en applaus begroetten. ‘Wij wisten precies dat al die mensen naar de gaskamer gingen’, vertelde ze later. ‘Maar we konden niet stoppen met spelen, we konden ze niet waarschuwen. Dan zouden we neergeschoten worden. Het is het moeilijkste dat ik ooit heb meegemaakt.’

Een ontroerend beeld: de 95-jarige Bejarano strijdbaar op het podium

Sommige orkestleden pleegden zelfmoord van ellende. Ze legden hun instrumenten neer en liepen achter de andere gevangenen aan, of lieten zich fusilleren. Maar voor Bejarano diende zich een kans aan om uit Auschwitz te ontsnappen. Omdat haar oma een christen en dus ‘Arisch’ was, mocht ze naar Ravensbrück, het Duitse vrouwenkamp zonder gaskamers. Van daaruit werden de gevangenen in 1945 in beruchte dodenmarsen opgejaagd richting het westen, om uit handen van de Russische geallieerden te blijven. Bejarano wist zich te verstoppen achter een boom en rende door het bos naar de Amerikaanse troepen. Ze was vrij.

Maar het naoorlogse tijdperk stelde haar teleur. Er marcheerden sinds 1945 dan geen nazi’s meer door de straten, de oorlog had geen einde weten te maken aan het wereldwijde racisme, fascisme en antisemitisme. Zelfs toen Bejarano vlak na de bevrijding verhuisde naar Israël – het beloofde land waar ze zich herenigde met haar zus, haar man ontmoette en twee kinderen kreeg – stuitte ze op hetzelfde verderfelijke racisme waarvan de joden het slachtoffer waren geweest. Door het conflict tussen de Israëliërs en de Palestijnen kon ze er niet gelukkig zijn, en ze vertrok naar Duitsland.

Jarenlang repte Bejarano met geen woord over de oorlog. Tot 1986, toen leden van de extreem-rechtse npd op de stoep voor haar kledingboetiekje een kraam met nazisymbolen uitstalden. Toen Bejarano naar buiten stormde en de politie vurig toesprak dat ze uit Auschwitz kwam, mengden de npd-mannen zich in het gesprek. ‘Deze vrouw moet u arresteren. Iedereen die in Auschwitz is geweest, is een verrader.’ En de agent? Die adviseerde haar om terug de winkel in te gaan. ‘Och mevrouw, straks krijgt u nog een hartaanval.’

Die dag begon Bejarano aan haar eerste boek. In de jaren die volgden, richtte ze het Internationaal Auschwitz Comité op, trok ze langs scholen om met jongeren over de oorlog te praten en begon ze met haar zoon en dochter de band Coincidence. Ze traden op met Jiddische en Hebreeuwse volksmuziek uit het getto en anti-fascistische liederen. Het is een ontroerend beeld: de kleine, 95-jarige Bejarano, strijdbaar op het podium met een microfoon in haar hand. Naast haar staan de lange Turks-Duitse Kutlu Yurtseven en de Italiaanse Rossi Pennino van het hiphopduo Microphone Maffia. Drie generaties, drie nationaliteiten en drie religies rappen samen voor vrede. Het was even schrikken toen het hiphopcollectief Bejarano in 2009 benaderde om samen op te treden. ‘Waarom belt de maffia mij?’ schreeuwde ze in de hoorn. Maar toen Yurtseven haar vertelde dat hiphop met name bij jongeren populair is, was ze om. Als ze maar iets minder hard zouden schreeuwen.

Bejarano overleed op 10 juli op 96-jarige leeftijd. Met Microphone Maffia trad ze in twaalf jaar tijd bijna negenhonderd keer op, van Cuba tot Vancouver. Met haar overlijden is celliste Anita Lasker-Wallfisch nu de enige overlevende van het meisjesorkest die de geschiedenis nog uit eerste hand kan doorvertellen.