Estse rechts-populisten paaien de Russen

Tallinn – ‘De politiek van Estland is de gijzelaar geworden van een rechts-populistische partij die welgeteld negentien zetels in het parlement bezet’, schreef het Finse dagblad Helsingin Sanomat onlangs in een vernietigend commentaar. Een even juiste als pijnlijke constatering. De dienstdoende regeringscoalitie, bestaande uit het links-populistische Keskerakond (Centrumpartij), het conservatief-nationalistische Isamaa (Vaderland) en het rechts-populistische, bijwijlen met neonazisme flirtende ekre, strompelt al sedert haar aantreden in april 2019 van de ene crisis naar de andere – die de coalitie telkens weer weet te bezweren, omdat geen van de drie partners trek heeft in een huwelijk met de liberale oppositie. Estlands hippe, tot vorig jaar zorgvuldig gecultiveerde imago van ‘E-Stonia’ en ‘Noords land’ ligt inmiddels in duigen.

Parlementsleden of ministers van ekre zijn vaak de aanjagers van alle tumult – de lijst van afgetredenen is inmiddels groot. Minister van Binnenlandse Zaken Mart Helme gaf bijvoorbeeld de Estse lhbt-plussers, voor wie hij zei ‘geen vriendelijke gevoelens’ te koesteren, het advies ‘naar Zweden te vertrekken’. Politiek Zweden ontaardde in woede. Het leek Helme ook geen slecht idee om ekre-idool Donald Trump bij te vallen in diens onbewezen aantijgingen over ‘grootschalige verkiezingsfraude’ en om Joe Biden als ‘corrupt’ te classificeren. Dat de relatie met de Verenigde Staten in Estland geldt als de levensverzekering tegen Ruslands grillen (sinds de Krim-annexatie in 2014 des te meer) was hij kennelijk vergeten. Exit Helme. Alhoewel: zijn partij parachuteerde hem doodleuk in de buitenlandcommissie van het parlement.

Door de onophoudelijke politieke turbulentie dreigt een factor van meer structurele aard aan het zicht te worden onttrokken. ekre doet namelijk pogingen een nieuwe doelgroep aan te boren: die van de Russischtalige ingezetenen. Wilde de partij eerder nog het recht van de stateloze Russen herzien om aan de gemeenteraadsverkiezingen mee te doen, nu is zij daarop teruggekomen. Sterker nog, ekre wil zich meer op de noordoostelijke provincie Ida-Virumaa gaan richten, waar veel ‘Russen’ wonen, zo gaf Helme kort voor zijn vertrek als minister te kennen. De vermoedelijke reden is dat de bevolking daar als ‘waardenconservatief’ te boek staat. Of het werkelijk zal lukken in deze electorale vijver te vissen, valt nog te bezien. ekre adoreert de Waffen-SS’ers van het Eesti Leegion (waarin ook Helme’s vader diende) die volgens de partij voor de Estse onafhankelijkheid streden. De gemiddelde Russische Est denkt daar toch echt heel anders over.