Estse scholieren moeten oogst binnenhalen

Tallinn – ‘Corona is slechts een verkoudheid. Warme sokken, ganzenvet en mosterdpleisters is alles wat men nodig heeft.’ Deze uitspraak zal Mart Helme, voorman van het rechtspopulistische Eesti Konservatiivne Erakond (EKRE), de Conservatieve Volkspartij van Estland, en minister van Binnenlandse Zaken, nog lang blijven achtervolgen.

Helme gaf zijn advies, dat hij later zou afdoen als ‘een grap’, tijdens een persconferentie naar aanleiding van de vaststelling van het eerste corona-geval in Estland.

Inmiddels is de kleine republiek 1.689 besmettingen en 52 doden verder. Het epicentrum wordt nog altijd gevormd door het eiland Saaremaa – het uitnodigen van Powervolley Milano voor twee volleybalwedstrijden tegen Saaremaa VK, in hoofdstad Kuressaare, was achteraf gezien misschien toch niet zo’n goed idee. De regering van het libertarische Estland zag zich tevens genoodzaakt met een voor het vrijemarktparadijs ongekend economisch steunpakket te komen, à raison de twee miljard euro. Het lage begrotingstekort en de dito staatsschuld zullen flink oplopen.

Voor premier Jüri Ratas heeft de koroonakriis ook een positieve kant: eindelijk kan hij de buitenwacht laten zien dat hij een capabele bestuurder is. De coalitie van Ratas’ Centrumpartij (linkspopulistisch), de Vaderlandpartij (conservatief) en EKRE heeft sinds haar formatie precies een jaar geleden hoofdzakelijk het nieuws gehaald met allerhande zonderlinge schandalen, met niet geringe dank aan die laatste partij. EKRE lijkt echter niet voornemens Ratas die kans te geven.

Helme wil namelijk seizoensarbeiders uit niet-EU-landen, in de praktijk voornamelijk Oekraïners, zo snel mogelijk het land uitknikkeren. Deze zouden moeten worden vervangen door Esten die na het uitbreken van de coronapandemie naar hun kodumaa zijn teruggekeerd. Spoedig werd duidelijk dat men ICT’ers en bouwvakkers niet zomaar naar de agrarische sector kan overhevelen. Maar Helme’s collega van Landbouw, Arvo Aller, ook EKRE, wist raad: scholieren en studenten zouden op het land moeten werken en zorg moeten dragen voor de oogst. ‘Fysieke arbeid is goed voor jongemannen’, lichtte hij toe. Veel Esten zijn volgens de minister vervreemd geraakt van het platteland, ooit hun natuurlijke habitat.

Hoewel Allers völkisch aandoende overpeinzing op weerstand stuitte, zou EKRE zomaar eens als ideologische winnaar uit de coronacrisis tevoorschijn kunnen komen. Daarvoor waarschuwde althans de politicoloog Tõnis Saarts, in een column op Vikerraadio. ‘In beginsel zien we de onverwachte verwezenlijking van het maatschappijmodel dat EKRE uitdraagt en dat is gebaseerd op de boodschap dat Estland koste wat kost moet worden beschermd tegen de schadelijke effecten van de globalisering.’