MUZIEKTHEATER

Eten in de onderwereld

Orfeo

Verdriet, zegt Jeroen Willems in zijn voorstelling Orfeo, hoeft niet alleen te gaan om een gestorven geliefde, er zijn net zo goed andere manieren om afscheid te moeten nemen van een geliefde. Maar zijn voorstelling lijkt nu ook te gaan om het afscheid van een bloeiperiode uit het Nederlandse kunstleven waarin Monteverdi en Louis Andriessen, toneel en opera, ingetogen en uitbundige voorstellingen, naast elkaar en door elkaar heen kunnen bestaan. Waarin oude Griekse mythes en teksten van Gerardjan Rijnders gemakkelijk een geheel kunnen vormen. Weemoed naar een tijd die nog net bestaat, maar waarvan het einde al is aangekondigd: in 2013 valt de bijl, zoals een koude VVD-staatssecretaris aankondigt.
Een Nederlandse acteur die intussen meer in het buitenland dan in Nederland optreedt, is Jeroen Willems. Hij speelt zijn solo Twee stemmen in diverse talen over de hele wereld, in Bazel speelt hij een jonge charmeur in Quartett van Heiner Müller, samen met Barbara Sukowa, en in München bij Johan Simons is hij een oude rechter in Drei Farben naar de filmtrilogie van Kieslowski. Hij zoekt beslist geen opgelegd publiekssucces.
Deze zomer zag ik Jeroen Willems twee keer in het Theaterfestival van Avignon in voorstellingen van de controversiële Zwitserse regisseur Christoph Marthaler. Papperlapapp was een hilarische muzikale voorstelling in het eeuwenoude Palais des Papes, waarin de roerige geschiedenis van dat gebouw door een groepje hedendaagse toeristen wordt bekeken en teruggebracht tot trivialiteiten, dit tot grote woede van de Franse toneelkritiek en sommige bezoekers. Jeroen Willems zit minutenlang stil voor op het toneel en kijkt weemoedig een meisje na dat wegloopt.
Meer waardering was er voor het ontstellende Schutz vor der Zukunft, oorspronkelijk gemaakt in Wenen in een villa waarin tijdens de nazitijd experimenten werden uitgevoerd en moorden gepleegd op geestelijk gehandicapte kinderen. Jeroen Willems laat vooral zien hoe dicht normaalheid en krankzinnigheid, daderschap en slachtofferschap bij elkaar kunnen liggen. Het bleek goed mogelijk deze muzikale voorstelling ook in Frankrijk te spelen, met als extra connotatie: het had hier ook kunnen gebeuren.
Nu is Willems weer even in Nederland te zien. Hij zingt en vertelt in Orfeo over Orpheus en Eurydice. Over de kunstenaar die in staat is zijn gestorven geliefde uit de dood terug te halen en die haar toch weer moet verliezen. Met zijn ongepolijste stem en droevige ogen doet hij dat prachtig in een onwaarschijnlijke combinatie met het hevige percussie-ensemble Track van Paul Koek, met de weemoedige celliste Annie Tangberg en ook nog met de rare, een klein beetje aanstellerige André Amaro, een Portugese kok. We zitten aan lange tafels, luisteren naar Willems die zingt over de dood en tegelijk komen de prikkelende, mediterrane geuren uit de open keuken aanzetten om te herinneren aan het leven dat altijd doorgaat, bezuinigingen, afscheid nemen en doodgaan of niet.

Orfeo naar Monteverdi nog 26 en 27 januari Theater aan het Spui, Den Haag, 4 en 5 februari Toneelschuur, Haarlem, 12 en 13 februari Scheltemacomplex, Leiden. www.veenfabriek.nl