Etend naar de ondergang

CAROLYN STEEL
HUNGRY CITY: HOW FOOD SHAPES OUR LIVES
Chatto & Windus, 383 blz., € 18,95

Wist u dat de uitvinder van de kunstmest, Liebig, ook de uitvinder van het bouillonblokje was? Dat in het oudst bekende kookboek, Martino’s Libro de Arte Coquinaria uit 1475, het recept staat voor een taart met 24 levende merels erin? Dat het Griekse woord sperma zowel zaad als graan betekent? En dat in de Tweede Wereldoorlog Kensington Gardens werd omgespit om er groentetuintjes in te maken?
Voor wie geniet van dit soort feiten is Hungry City een verrukkelijk boek. In zeven hoofdstukken, die alle facetten van de relatie tussen voedsel en stad beschrijven (de grond, voedselvoorziening van de stad, markt en supermarkt, de keuken, aan tafel, afval en Sitopia) schotelt Carolyn Steel de lezer een opeenstapeling van sappige details en smakelijke en onsmakelijke verhalen voor.
Achter deze overdadige hutspot van feiten gaat een verontrustend betoog schuil over de kwetsbaarheid van de voedselvoorziening van de stad en de desastreuze gevolgen die onze manier van eten heeft op de aarde. De VN berekenden dat er sinds twee jaar meer mensen in de stad wonen dan op het platteland en dat het aantal stedelingen sinds 1959 is verviervoudigd. Al deze mensen eten driemaal per dag. Dat betekent alleen al voor een stad als Londen dertig miljoen maaltijden per dag. Als je de dienbladen met die maaltijden erop naast elkaar zet, vormen ze een rij van drieënhalf keer de omtrek van Nederland. En hoewel steden slechts twee procent van het aardoppervlak beslaan, consumeren ze 75 procent van de beschikbare middelen.
Van oudsher werden omvang en groei van steden bepaald door de relatie met het omringende platteland. In haar eerste hoofdstuk schetst Steel hoe hecht die band eeuwenlang was: vanaf het Iraakse Ur, waar tempels ook graanopslagplaatsen waren, via het oude Rome, waar rijke stedelingen ’s zomers op hun boerderijen vertoefden, tot het Victoriaanse Londen, waar schapen op straat liepen, ieder huishouden kleinvee had, dieren in het openbaar geslacht werden en alle voedsel op de markt verhandeld werd. Steel laat zien hoe zelfs de plattegrond van Londen beïnvloed is door de routes die vee, fruit en groente vanaf het platteland naar deze markten namen.
Met de komst van de moderne transportmethoden en de industrialisatie veranderde die relatie drastisch. ‘De meesten van ons’, schrijft Steel, ‘hebben geen idee meer waar ons voedsel vandaan komt.’ Ze betoogt dat voedsel nog nooit zo goedkoop is geweest en dat we er nog nooit zo weinig belang aan hebben gehecht. In Engeland wordt een derde van het eten weggegooid, is één op de drie maaltijden kant-en-klaar en kan meer dan de helft van de jongeren niet koken.
Steel, die werd opgeleid als architect, deed onderzoek naar tweeduizend jaar dagelijks leven in Rome en bestudeerde ‘de stad’ met een multidisciplinair team aan de London School of Economics. Zeven jaar geleden begon ze aan Hungry City, dat niet alleen een historische beschrijving is van de veranderende relatie tussen stad en platteland, maar ook een gepassioneerd pleidooi voor bewustwording van de negatieve kanten van die verandering.
Om haar missie te onderbouwen heeft Steel gekozen voor een brede opzet in tijd, geografie en het aantal vakgebieden dat het boek bestrijkt. In ruim 350 pagina’s probeert ze verbanden te leggen tussen een groot aantal problemen van deze tijd, zoals de klimaatverandering, de macht van supermarkten, obesitas, de afhankelijkheid van olie en de toenemende urbanisatie. Die brede opzet geeft Steel het voordeel dat ze grote lijnen kan laten zien, maar heeft als nadeel dat die dreigen te verdwijnen in haar overdaad aan kennis, die ze soms wel wat eenzijdig voorstelt om haar betoog kracht bij te zetten.
Voor de oplossing van de geschetste problemen geeft Steel slechts een globale aanzet. Ze noemt voedsellessen op scholen, minder vlees eten, het creëren van een nieuwe food culture en het vermengen van functies in de stad. In aanmerking genomen dat de schrijfster architect is, blijft het laatste hoofdstuk vrij abstract. We krijgen geen vogelvluchten over inspirerende steden, gebouwen of landschappen. Het meest concreet zijn de food factories met zonne-energie, waarbij de planten gevoed worden met mineraalrijk water, gewonnen uit het rioolwater van de stad. Ook beschrijft Steel Pig City van het Nederlandse architectenbureau MVRDV, waar varkens hun dagen tot aan de slacht slijten in ‘varkensflats’ met zonnebalkons. Juist daarom is het interessant dat het Haagse Architectuurcentrum Stroom Hungry City heeft gekozen als een van de inspiratiebronnen voor het tweejarig programma Foodprint. Hierin wordt de invloed onderzocht die voedsel heeft op cultuur, vorm en functioneren van de stad. In juli start een tentoonstelling met de visionaire plannen van Wright en Gropius en – meer recent – van Matta Clark en Agnes Denes. Ook zijn Winnie Maas (MVRDV) en Van Bergen Kolpa uitgenodigd om een ontwerp te maken voor een Haagse locatie.
Hebben restaurantketens straks hun eigen lokale kwekerijen? Wandelen we binnenkort door een stadspark dat niet alleen met kijkgroen, maar vooral met eetgroen is aangelegd? Komen er ooit fruitbomen op bedrijventerreinen en worden volkstuintjes een vast onderdeel van een nieuwe wijk? Hungry City is een inspirerend boek voor iedereen die betrokken is bij ons voedsel en onze steden: architecten en stedenbouwers, beleidsmakers en boeren, koks en consumenten. ø


Op 26 juni is in Den Haag het symposium Voedsel voor de stad, waar ook Carolyn Steel een lezing geeft. BINK36, Binckhorstlaan 36

Meer informatie: http://stroom.typepad.com/