Etnisch profileren is niet ethisch

Getinte of donkere jongemannen worden door de politie boven-gemiddeld vaak staande gehouden. Cijfers over etnisch profileren zijn er niet, de opbrengst ervan – in de zin van een veroordeling – is er evenmin. Het effect is wel bekend: onvrede over en groeiend wantrouwen in de politie.

Medium commentaar 2023 2016

Minister Ard van der Steur van Veiligheid en Justitie heeft rapper Typhoon, die vorige week werd aangehouden vanwege de combinatie witte suv en zwarte huidskleur, gevraagd mee te helpen bij een campagne om ‘etnisch profileren bij de politie uit te bannen’. Prima, daar is niks politiek corrects aan. Guilt by association strookt niet met de rechtsstaat waarin iedereen gelijk is voor de wet, ter bescherming tegen willekeur door de overheid.

Hoe profilering precies werkt is tamelijk ongrijpbaar. Als de politie puur let op etniciteit is het racisme. Alleen, zo eenvoudig ligt het niet. De selectie is eerder een mengeling van uiterlijke kenmerken en dissonanties, en daar liggen allerlei stereotiepe aannames onder: een donker persoon kan niet op een deugdelijke manier geld hebben verdiend of in een rijke buurt rondslenteren op weg naar zijn villa. Daarnaast spelen kansberekeningen een rol. In misdaad- en overlastcijfers (cbs, 2014) zijn Nederlanders van Marokkaanse, Antilliaanse en Surinaamse afkomst oververtegenwoordigd. Die feiten geven handvatten, hoe oneerlijk het ook is dat het goede individu moet lijden onder het slechte. Volgens de wekelijkse peiling van Maurice de Hond vindt twee derde van de Nederlanders etnische profilering acceptabel om misdaad te bestrijden.

De ambitie van de minister om etnisch profileren te elimineren is dan ook een illusie. Sterker nog, wat nu in de publieke ruimte gebeurt, vindt straks plaats via predictive policing: het voorspellen van misdaad op basis van big data. De Nederlandse politie is hier volop mee bezig, blijkt uit een onderzoek door De Groene Amsterdammer. Er lopen acht pilotprojecten met algoritmen vol profieldata (sociale netwerken, buurt, sekse, leeftijd).

De verwachtingen van deze ‘buienradar voor boeven’ zijn hooggespannen. Maar de kritiek is niet mals. Mensen aanhouden die volgens profielanalyses mogelijk een delict gaan plegen druist in tegen het idee dat een individu onschuldig is tenzij anders wordt bewezen. Datadeterminisme leidt in Amerika tot steeds vroeger ingrijpen – gericht op de intentie in plaats van op de daad – en geeft de politie bijna een ongebreidelde vrijheid. Daarnaast bestaat de kans van function creep door (commercieel) hergebruik van (verouderde) data. Of dat personen, locaties of situaties op basis van ‘vuile data’ ten onrechte als risico worden aangemerkt. De data -kunnen ook een etnische bias hebben. ‘Met het herkennen en -voorspellen van “afwijkend gedrag” rolt de politie een digitaal -vangnet uit, waarin de rechten van burgers ondergesneeuwd raken aan die van opsporingsbelangen’, aldus een criminoloog in het onderzoek van De Groene.

Profilering is niet terug te draaien, het maakt al lang opgang in de hele maatschappij. De inzet van big data heeft positieve kanten, zoals in de gezondheidszorg waar met behulp van groepskenmerken (ook etniciteit) beter maatwerk geleverd kan worden. Maar bij de bestrijding van misdaad staat het op gespannen voet met privacy-wetgeving. Hierover zou de minister een campagne moeten starten, met hulp van zo veel mogelijk burgers.