Etterbakken

Ik haat ze. Allebei. En ik hoop dat ze snel in de bodemloze diepte van Satans homepage zullen verdwijnen en voor de eeuwigheid op zijn barbecue zullen roosteren. Ik vervloek ze voor wat ze mij hebben aangedaan. Ze houden me een hels spiegeltje voor waarin de donkere kant van mijn ziel wordt gereflecteerd, en het ergste is dat ik er geen genoeg van kan krijgen. Ooit was ik een koelbloedige en afstandelijke toeschouwer, maar binnen enkele weken hebben ze van mij een ongeneeslijke junk gemaakt.

Sindsdien probeer ik dagelijks aan mijn dosis drek te komen en daarvoor kan ik onmogelijk om hen heen. Ze zijn in dit land de enige dealers van het spul dat mijn zieke geest nodig heeft. Niemand anders dan zij kent de samenstelling van het gif dat zij vakkundig distilleren, en dit verschrikkelijke venijn moet ik dagelijks scoren.
Vanaf het ochtengloren ben ik dag in dag uit in de weer. Ik zap van tv-station naar radiojournaal, van dag- naar avondblad, knip alles uit, voed me met hun kwetsende minachting en denigrerende tirades. Ik rol en wentel me in de modderstroom die ze elk etmaal op mij en duizenden anderen loslaten. Ik heb ze nodig en schaam me daarvoor. Iedere aflevering die ze produceren kleeft aan mijn videorecorder. Uit de bladen heb ik hun lelijkste afbeeldingen geknipt en met mokerslagen aan de muren van mijn werkkamer genageld. Mijn jongste dochter is daar kwaad over, omdat ik het doosje punaises gestolen heb dat ze tot voor kort gebruikte om foto’s van de Spice Girls aan de wand van haar slaapkamer te prikken.
Ik verfoei ze omdat ze mij doen beseffen dat ik geen haar beter ben dan die honderdduizenden die elke avond hun tv-toestel op RTL4 afstemmen. Ook schaam ik me omdat ze niet de uitgesproken typen helden of anti-helden zijn waarmee ik me doorgaans identificeer: de een is burgemeester en de ander hoofdcommissaris van politie.
In het begin kon ik ze makkelijk aan. Het was de tijd dat ze nog een tandem vormden die tegen een gezamenlijke vijand ten strijde trok. Ik vond het maar een zaak van niets, een buikwindje, en het verwonderde me dat dit conflictueuze scheetje op zoveel mediabelangstelling kon rekenen. Als eerste noemde ik de ongeloofwaardige ontwikkelingen in deze affaire een soap. Deze term is later door iedereen gretig overgenomen. Ik triomfeerde, maar wist nog niet dat ik zelf al geïnfecteerd was. Want op een dag kregen die twee het onverwacht met elkaar aan de stok. Petjes en ambtsketting vlogen in het rond, reputaties werden met braaksel en gal besmeurd. Ik liet me door de lawine aan pus die uit het Rotterdamse abces spoot, onbeschaamd meesleuren. Ik ben ook maar een mens die voor zijn achttiende al het gehele oeuvre van Donatien Alphonse François marquis de Sade heeft gelezen. Anderen kijken liever naar de beelden die SBS-videocorrespondenten elke avond uit ambulances slepen of scoren in het weekeinde een Faces of Death bij Videoland. Ik kijk graag naar de Coolsingel. Maar het bleef niet bij een onschuldige vorm van verderfelijke kijklust, ik maakte de kardinale fout, de onvergeeflijke faux pas voor een van de partijen te kiezen. Ik kwam op voor de hoofdcommissaris en vroeg in een stukje om het hoofd van de burgemeester. In werkelijkheid had ik om beide koppen moeten vragen.
Ik heb me finaal vergist. Ik had mijn toetsenbord moeten opeten alvorens één vuil woord aan deze broedertwist te spenderen. Want die twee lijken zo als twee druppels vloeibaar rattengif op elkaar dat ik vaak niet meer weet wie de burgemeester is en wie de politieman. Ze zijn in en in slecht, worden beiden van binnen door hun monsterlijke en autoritaire ego opgevreten. Beiden liegen, manipuleren, stampvoeten, dreigen, spugen in elkaars soep en bijten in elkaars oren. Beiden lijden aan een acute vorm van paranoia, dulden geen tegenspraak en verdenken de ander ervan krankjorum te zijn. Ze zijn inderdaad beiden ‘psychisch ongeschikt’ en herbergen in hun hersenpan een overvloed aan 'doorgeslagen stoppen’, plegen beiden om de minuut 'geschiedvervalsing’ en kunnen geen ander gezag dulden dan dat van hun eigen dictatoriale neigingen. Alletwee zijn ze communicatiegestoord, egoïstisch, kil en koel, koppig en gevaarlijk. Ze zijn uit hetzelfde hout gesneden waaruit men doorgaans pijlen, bogen, bijlen en Beverwijkse knuppels fabriceert. Dump je ze allebei in de Sahel-woestijn, binnen een mum van tijd maken ze met korreltjes zand een splinternieuw kernwapen om elkaar te vernietigen.
Daarom, ja, daarom ben ik een junk geworden, kan ik mijn twee geliefde etterbakken niet meer missen en vrees ik als mijn eigen dood de laatste aflevering van deze fantastische soap.