Buitenland

EU en moraal

In Brussel bevindt men zich al in de aanloop naar de verkiezingen voor het Europees Parlement (EP) in mei 2019. Dan zal het echter niet gaan om de kandidaten voor het EP. Ook dan zullen het de lidstaten zijn die deze verkiezingsstrijd negeren, of wat kleur geven. Daarom zullen de meeste Europeanen er ook dan weer een onbegrijpelijke charade in zien. Ze zullen niet gaan stemmen. Dat is betreurenswaardig, maar daarmee niet minder waar.

De twee hoofdrolspelers die de vorige EP-verkiezingen (in 2014) kleurden, waren Angela Merkel en Viktor Orbán. Destijds hadden beide christen-democraten met een overweldigende meerderheid de verkiezingen in eigen land gewonnen. Bovendien hadden hun succesvolle campagnes iets gemeen. Bij Merkel en Orbán ging het over Europa. Daarom trokken ze aandacht. Maar er was wel iets geks. De Europese agenda’s waarmee zij hun verkiezingen wonnen, lagen mijlenver uit elkaar.

Daags voor de Duitse verkiezingen, in september 2013, gaf Merkel een vlammende pro-EU en pro-euro toespraak. Dit bleek de stunt waarmee zij een monsterzege kon halen. In april 2014 won Orbán de Hongaarse verkiezingen. Vlak daarvoor sloot hij een nieuwe gasdeal met Vladimir Poetin. Dat ging tegen de EU-lijn in. Zoals hij ook al een economisch beleid had ingezet dat spotte met de EU-aanwijzingen. En Orbán ging verder met zijn hervormingsagenda voor de rechtsstaat, zeer slecht passend bij de EU-verdragen.

Intussen zijn we vijf jaar verder en is migratie het pan-Europese thema geworden. Ook hierin zetten Merkel en Orbán de toon. De een probeerde grenzen open te houden. De ander bouwde een muur. Daarna gingen Duitsers en Hongaren weer naar de stembus. Historische uitslagen volgden. Merkel boekte met haar CDU/CSU een ongekende nederlaag in de Duitse verkiezingen van september 2017. Een paar maanden later (april 2018) won Orbán de Hongaarse verkiezingen met een absolute meerderheid.

Vorige week stemde meer dan twee derde van het EP in met de oproep tot echte actie (via artikel 7) tegen de aantasting van de rechtsstaat in Hongarije, zoals opgeschreven in het rapport van EP-lid Judith Sargentini. Maar Orbán gaf vervolgens niet het amechtige EP, maar de machtige Merkel de schuld. De komende EP-verkiezingen zullen opnieuw bepaald worden door Merkel en Orbán, en dan vooral door ‘hun Europa’s’.

Zij zullen hun politieke familie verscheuren

Dit wordt nu het meest zichtbaar in de partijfamilie die Merkel en Orbán delen, de christen-democraten. Zij zullen hun politieke familie verscheuren. Dat is al begonnen. Achter de stemming over het Sargentini-rapport in het EP gaat een escalerende ideologische strijd schuil die de leidende politieke familie van het naoorlogse Europa doorklieft. Sargentini maakte een eerste tussenstand zichtbaar, en haalde het EP daarmee even uit zijn bijrol.

Wat bleek? Een meerderheid van de EVP steunde haar rapport. Maar daarmee is het verhaal niet verteld. De voor Merkel cruciale CSU-fractie koos namelijk voor Orbán, op fractievoorzitter Manfred Weber na (maar die wil een baan van Merkel). Het zal nog spannend worden. Dat is niet zomaar, in de strijd der christen-democraten gaat het uiteindelijk om de moraal van Europa. Orbán schuift zijn illiberale experimenten niet voor niets onder het kopje ‘christelijke democratie’.

Dat de strijd om de Europese moraal in de christen-democratische familie woedt, is niet vreemd. Dit is de moederpartij van de EU. Wat vreemd is, is dat politici en lidstaten de noodzaak tot echte Europese politiek zo lang hebben genegeerd, want sinds het einde van de Koude Oorlog moeten zij de EU zelf invulling geven. Dat kunnen zij doen met beslissingen over de toekomstvisies en normatieve positiebepalingen, in de wereld en ten opzichte van elkaar en anderen. Politiek dus, onmogelijk via nog meer (markt)technocratie. Maar dat is niet gebeurd.

Dit betekent dat de huidige escalatie van de ideologische strijd misschien broodnodig is. Immers: beschaving is niet iets ‘hogers’, iets eeuwigs of iets wat er al was voor al het andere. Beschaving is een resultaat van politiek, alledaagse politiek. En voor de beschaving van het naoorlogse Europa geldt dat deze vorm kreeg binnen de kaders van democratie, rechtsstaat, kapitalisme en mensenrechten. Die kaders zijn gedefinieerd in de EU-verdragen. Maar het blijven kaders. Zij verdienen verdediging, maar ook nadere invulling. Dat kan alleen via de politiek en de Europeanen zelf.