Kunst

EU plotseling ouder

Beeldende kunst: ‹Malta: Tempels en tombes›

De eilandstaat Malta (twee keer Texel) hoort sinds 1 mei ook bij de Europese Unie, en dus doen de Maltezers net als de Letten en de Esten hun stinkende best om te laten zien dat zij een heuse verrijking zijn voor de Europese cultuur. Dat is in het Maltezer geval niet zo makkelijk, want het land is klein en kaal, er zijn geen bomen en geen vogels en er is behalve strandvermaak niet zo heel veel te beleven. Het eiland heeft zich heldhaftig gedragen tijdens de Tweede Wereldoorlog, de vader van Germaine Greer is er geweest, Caravaggio heeft er een tijdje gewoond, de Maltezer Ridders van Sint Jan waren er in de zestiende eeuw heer en meester, de taal is in hoofdzaak Semitisch en wordt nergens anders gesproken. De relaties tussen Nederland en Malta beperkten zich tot nog toe tot toerisme en de handel in aardappelen.

Maar er is nog iets: Malta is oud, zo oud zelfs dat sinds de toetreding op 1 mei de beschavings geschiedenis van de Europese Unie in één klap is teruggeduwd tot ten minste 5200 jaar voor Christus. Op Malta en op Gozo staan de oudste vrijstaande stenen monumenten ter wereld. Zes grote complexen (Ggantija, Ta’Hagrat, Skorba, Mnajdra, Hagar Qim, Tarxien) staan op de Unesco-lijst; samengesteld uit kolossale blokken steen – sommige acht meter hoog en twintig duizend ton zwaar – waarvan de bouwers, de functie en de betekenis nog grotendeels raadselachtig zijn, maar waarvan wel duidelijk is dat ze dateren van 4000 voor Christus: duizend jaar vóór de piramiden van Gizeh, vijftien honderd jaar vóór Stonehenge en tweeduizend jaar vóór het paleis van Knossos op Kreta. Kijk, daar kun je in Brussel mee voor de dag komen, zittend tussen de Luxemburgers en de Sloveniërs.

Van die lange prehistorie toont het kleine Allard Pierson Museum in Amsterdam – een soort Malta van de Nederlandse museum wereld – een mooie selectie kleine tot zeer kleine voorwerpen, bijeengebracht door Heritage Malta, vervoerd door Malta Air, ingericht door Maltezer tentoonstellings inrichters en omlijst door werk van hedendaagse Maltezer kunstenaars. De geïsoleerde Steentijd-beschavingen brachten kleine maar zeker fijnzinnige kunstvoorwerpen voort, variërend van gangbaar huisraad tot dikke vrouwelijke vruchtbaarheidssymbolen en zeer aantrekkelijke slanke antropomorfe beeldjes, die wel wat hebben van de bekende Cycladenidolen. Vanaf 2500 voor Chr. komen de Maltezers in contact met andere beschavingen in het Middellandse-Zeebekken, waarmee het brons zijn intrede doet, de vormentaal van het aardewerk verandert en de bouwwerken een minder monumentaal, meer individueel karakter krijgen. De prehistorie eindigt in de achtste eeuw voor Christus, als de Feniciërs arriveren, met hun eigen taal, schrift en cultuur.

Het is een even vriendelijke als aandoenlijke tentoonstelling. Hier is geen strakke inrichter aan het werk geweest die met veel gevoel voor ruimte, trots en geraffineerde belichting de soms spectaculaire voorwerpen aan de kijker presenteert. De objecten staan uitgestald op paarse glimmende lappen die gedrapeerd zijn over blokken en blokjes, zoals bonbons in een dure chocolateriezaak. De ongeleide bezoeker moet het doen met vele posters met Engelse teksten aan de muur, die in vertaling bij de vitrines hangen. Tussen die objecten in dan ineens een zogenaamde «dikke dame» («fat lady», maar het is maar de vraag of het een dame is), die – zonder hoofd – opvallend veel lijkt op De kus van Brancusi. Even verder een prachtige terracotta schaal bezaaid met tientallen noppen, een juweel van hedendaagse kunst. Een reeks aquarellen (in kopie) geeft een impressie van de eerste ontdekking van deze tempels halverwege de negentiende eeuw door de Duitse avonturier Charles de Brochtorff. Ze laten ook zien hoeveel sindsdien verdwenen is door erosie en diefstal. Geschiedenis heeft Malta genoeg; nu nog het Eurovisie Songfestival winnen, dan horen ze er helemaal bij.

Malta: Tempels en tombes

Allard Pierson Museum Amsterdam

t/m 27 februari