31 januari 1941 - 3 april 2010

Eugene Terre'Blanche

Hij richtte de Afrikaner Weerstandsbeweging op, die ten koste van alles een zwarte regering wilde voorkomen. Na een gevangenisstraf werd hij christen. Vorige week werd hij in zijn eigen huis doodgeslagen.

Het was een van zijn laatste interviews. Hij kwam zoals gebruikelijk te laat. Zijn vrouw moest hem bellen om hem aan de afspraak te herinneren. Een uur later arriveerde hij in zijn bakkie. Een ferme hand. ‘Aangename kennis, Eugene Terre'Blanche.’ Sorry, baste hij, hij was op zijn boerderij, tien kilometer verderop. 'Mijn koeien zijn belangrijker dan een journalist.’ Hij gebaarde me hem te volgen naar zijn kantoor in zijn huis in Ventersdorp, ten westen van Johannesburg. In de gang hing een tekening van de Slag bij Bloedrivier van 1838, waarbij de Boere een overmacht aan Zoeloes in de pan hakten. Aan de muur van zijn kantoor prijkten beeltenissen van vier generaals uit de voor de Afrikaners traumatische Anglo-Boerenoorlog die tussen 1899 en 1902 woedde. Gedurende het gesprek zou hij er herhaaldelijk aan refereren. 'De Engelsen hebben 26.256 boerenvrouwen vermoord.’
Aan een andere muur hing een foto van hem in zwart uniform op een zwart paard, die je meteen herinnerde aan die keer dat hij tijdens een parade in Pretoria in 1992 van zijn paard viel. Hij was toen nog de gevreesde leider van de in 1973 opgerichte Afrikaner Weerstandsbeweging (awb), de racistische groepering die burgeroorlog als enige mogelijkheid zag om de komst van een zwarte regering te voorkomen.
Ze boezemden angst en ontzag in, die forse mannen in hun kaki-uniformen met dat nazi-insigne en die vlag met dat driepotige hakenkruis. Herhaaldelijk leken ze erin te slagen het land te ontwrichten. In 1993 ramden awb'ers met een terreinwagen de glazen deuren van het Wereldhandelscentrum in Kempton Park waar werd onderhandeld over een nieuwe dispensatie. Hun moment suprème leek aangebroken toen ze een jaar later met een paar honderd man samen met andere rechtsen het onafhankelijke thuisland Bophuthatswana binnenvielen om het 'te beschermen’ tegen het anc. Vol bravoure zaten ze. 'Ons is op 'n kaffirskiet-piekniek (wij gaan eens lekker kaffertjes neerknallen)’, zei een van hen. Maar de invasie draaide als gevolg van interne strubbelingen uit op een fiasco en de hele wereld zag dankzij camera’s hoe drie awb'ers ondanks hun wanhopige smeekbeden bij hun auto werden gefusilleerd door een soldaat. Een zwarte soldaat, nogal. Dit was het breekpunt.
De man tegenover me was magerder dan die kwaadaardige nazi van weleer. Hij had er vier jaar gevangenisstraf opzitten vanwege mishandeling van een pompbediende en poging tot moord. In de cel kwam hij volgens de berichten tot inkeer en was hij born again christen geworden.
Een week voor het interview had ik hem in de Stadsaal van Ventersdorp zien oreren als leider van de in 2008 heropgerichte awb voor een gehoor van een paar honderd verontruste Afrikaners. Hij sprak op een bijeenkomst van 23 rechtse groepen die de oude Boerenrepublieken nieuw leven wilden inblazen. Als die van een onheilsprofeet donderde zijn stem door de zaal. Hij foeterde op 'rampokkers’ (schorem) en 'kommuniste’. Hij refereerde aan de 'strijders’ die tijdens de mislukte invasie van Bophuthatswana waren omgekomen. En hij, zelf een gepubliceerd dichter, citeerde de nationalistische poëzie van Dirk Opperman. Hij concludeerde dat de 'Genade van God en Eenheid, zoals bij Bloedrivier’ een vereiste is. Het publiek riep 'hoor, hoor’. Ja, vervolgde hij, hij, Eugene Terre'Blanche, was bereid mee te werken aan een groot rechts offensief. 'Maar God beslist.’ Iedereen moest staan. Zij die niet instemden met de geopperde ideeën konden gaan zitten. Iedereen bleef staan. 'Ons stem saam’, luidde de conclusie.
Buiten sjouwden de zwarte bewoners van Ventersdorp rond alsof er niks aan de hand was. Waarschijnlijk was dat ook zo. De Stadsaal oogde slecht onderhouden. De awb-monumenten op het plein, die herinnerden aan de 'Slag van Ventersdorp’, toen president F.W. de Klerk, 'daai verraaier’, in 1991 in het dorp een speech zou geven en de awb slaags raakte met de politie en er drie awb'ers werden gedood - die monumenten waren ten prooi gevallen aan vandalen.
Het interview verliep zonder incidenten. Terre'Blanche praatte over zijn streven om als coördinator van rechts de eis van een blank thuisland voor het Internationale Gerechtshof in Den Haag aanhangig te maken. Hij deed zijn best om zo duidelijk mogelijk te zijn. Als hij dacht dat ik zijn Afrikaans niet kon volgen, schakelde hij over op Engels. Keer op keer wees hij op het grote aantal Afrikaners dat sinds 1994 is vermoord. 'Er zijn onder de anc-regering meer blanken vermoord dan in de drie vrijheidsoorlogen tegen de Britten. Zij hebben er 3500 doodgeschoten. Hier ligt het cijfer inmiddels hoger’, zei hij. Hij wilde geen oorlog, voegde hij toe. Hij eiste een referendum voor alle blanke Zuid-Afrikanen, zodat zij zelf konden uitmaken of zij deel wilden blijven uitmaken van een land dat wordt geregeerd door 'die infame, criminele anc, waarvan de president niks anders is dan een crimineel die miljoenen randen achterover heeft gedrukt en zelf besloten heeft dat hij niet vervolgd zal worden’.
Zijn stem verhief zich. 'We willen niet behoren tot een land met [ANC-Jeugdliga-voorzitter] Julius Malema die zegt: ik zal je vermoorden tot in het nageslacht van je kinderen.’
Ondanks het gebulder had hij iets vermoeids, iets melancholieks, de laatste stuiptrekkingen van een zestiger wiens dromen niet waren uitgekomen. Na een uur wilde hij weg, terug naar zijn plaas. Want daar is de plek van de Boer, zijn land. Toen ik wegging, zei hij dat hij me een volgende keer zou uitnodigen voor een echte boere braai. Hij liep mee tot aan de auto en grapte over de honden in zijn tuin, die me zullen vat als ik slechte dingen over hem zou schrijven. Vijf maanden later was hij dood, vermoord en verminkt op zijn geliefde plaas.