Euro-gluurcultuur

Niet zomaar wat vrouwelijkheid. Neem nou Karin Székessy: zij deelt ons een flink groen mee met een partij zwarte nuances en een cyclaamrood accent. Daar tussendoor frommelt ze nog een paar borsten en een gezicht dat in beslag wordt genomen door twee enorme, fel aangezette lippen. De ogen zijn zo ongelijk dat een portretfotograaf deze dia onverbiddelijk onder de snijtafel had doen belanden, maar in de handen van Székessy botten groen, zwart en cyclaam uit tot een jubelend erotisch moment.

Of anders die grofkorrelige verzameling groengele bewegingsstrepen, waaruit zich delen van een naakt met roodgroen gestippelde schaduwpartijen dreigen los te maken. Een eenzelvig sensueel ogenblik in het regenwoud? Heeft een rondwervelende tijger haar zojuist de kleren van het lijf gescheurd? De vage wereld waarin het model rondslingert suggereert alle denkbare omgevingen en situaties.
Karin Székessy is een beroemde Duitse fotografe. Haar recente foto’s bundelen het raffinement van reclamefotografie en de verstilling en poëzie van kunstfotografie tot een vrijplaats voor vrouwelijke sensualiteit. Typisch vrouwelijke sensualiteit, zelfs typisch Europese vrouwelijke sensualiteit: de Japanse fotografe Miro Ito stelde een boek samen van acht Europese fotografes die zich richten op vrouwelijk naakt. In de Melkweg in Amsterdam hangen deze foto’s onder de titel European Visions of Sensuality, gezien door de ogen van een Japanse vrouw. De Europese identiteit van de fotografes schijnt volgens Ito ‘af en toe door de beelden als een fraai sieraad waarvan de edelstenen bestaan uit ikonen, symboliek en allegorieën’. Het klinkt alsof ze de Europeanen vooral ziet als een barok volkje, waarschijnlijk zoals wij de Japanners in de eerste plaats zien als bescheiden asceten.
De naakten van de Duitse Christiane Marek gaan schuil achter schelpen, sieraden en tule in barokke ensceneringen. In de meeste foto’s van haar collega’s verdwijnt het naakt echter achter een sluier van licht, kleur, patina en compositie. De eigenlijke sensualiteit wordt vooral in de esthetiek van de fotografie gelegd en niet zozeer in het vrouwenlichaam. Met zoveel woorden wordt gezegd dat dat de typisch vrouwelijke blik op het vrouwenlichaam is. Voor een man valt deze sensualiteit niet waar te nemen, net zomin als een Europeaan met een niet-Europese blik kan kijken naar Europese sensualiteit. Hij neemt alleen de afwezigheid waar van hetgeen zich aan weerszijden van zijn oogkleppen afspeelt.
Maar zo is het natuurlijk niet: de suggestie van erotiek, die ligt in de afwezigheid van het makkelijk grijpbare, is niet voorbehouden aan vrouwen, noch is die typisch vrouwelijk. Wellicht typisch Europees is de culturele verworvenheid dat het vrouwenlichaam drager kan zijn van allerlei boodschappen, zowel allegorische als erotische, terwijl het naakte mannenlichaam weinig meer heeft te bieden dan een lange traditie van onbeholpenheid en potsierlijkheid. Het mannenlichaam heeft zich niet leren sluieren met mystiek en poëzie.
Een laatste voorbeeld, van de Duitse Jaschi Klein: zes vrouwen in zwarte top-tot-teensluiers, met de zee op de achtergrond. Dit is al voldoende om een Europees geoefende fantasie mee op hol te jagen. Rechts vooraan doemen twee blond omlijste gezichtjes op vanonder het zwart; de ene fantasie wordt onmiddellijk afgelost door een andere, even diep verankerd in de gluurcultuur. Het ene meisje kijkt ons schuin aan met een argwanende en veelbelovende blik. Het andere ligt voorover en tast naar een weggewaaide sluier, terwijl ze ondeugend en uitdagend in de camera loert. Zo'n overvloed aan exotische en erotische suggesties zie je niet snel in één snelle blik. Misschien hoef je geen vrouw te zijn om deze foto te voelen, maar je moet wel in dit werelddeel zijn grootgebracht.